TENTAMEN AARD OMVANG EN SCHADE
Vrije universiteit
Studiejaar 2020/2021
, Hoorcolleges kijken en samenvatten
Hoorcollege 1A
Agendavorming:
Soms duurt het lange tijd voordat problemen op agenda van politiek komen te staan terwijl
problemen al langer duren. Zoals aardbevingen Groningen: economische belangen groter
Probleem: verschil tussen een maatstaf en een voorstelling van een bestaande of verwachte
situatie (Definitie van Hoogerwerf)
Voorbeeld: Alcoholist heeft andere normen en ziet geen probleem: probleem is wanneer alcohol op
is terwijl dit voor anderen juist andersom geldt.
Normen kunnen ook samenhangen met belangen
Voorbeeld: directeur sigarettenhandel heeft andere belangen dan gezondheidsmedewerkers
3 modellen van agendavorming:
1. Kloofmodel: rationeel model: alleen discussie over normen
2. Barrière model: aandacht voor media en belangen. Incidenten en grote media aandacht kan
bijdragen aan agendavorming. Media overdrijft vaak veel vergeleken met onderzoek
3. Stromen model (Kingdon, 1995): nadruk op stromen: samenvloeien van problemen,
oplossingen en steun. Komen niet altijd samen: wanneer zij samenvloeien kan beleid
ontstaan
Policy window: opening voor beleid, moment dat er mogelijkheden zijn
Beleidsvorming: politiek proces waarbij problemen en aandacht voor problematische situaties
moeten samenvloeien met oplossingen en beleidsalternatieven. Bepaalde partijen zoeken actief
steun.
Gebeurtenissen:
Dover drama 2000: 60 Chinese immigranten werden verstikt doordat smokkelaar ventilatie
dichtdraaide
Syrië 2016: grote oorlog waarbij veel mensen vluchten. Heftig in de media maar aan de andere kant
ook de samenleving die protesteerde voor AZC’s. Politiek moet beslissingen maken
, Hoorcollege 1B
Belangrijk: weten wat fallacie inhoudt en kunnen herkennen
1. Dramatic fallacy: criminaliteit wordt dramatisch vertoond voor eigen commerciële
doeleinden van media. Misverstand door uitvergroting van afwijkende beelden.
2. The cops-and-courts-fallacy: politici roepen om meer politie en strengere straffen maar
volgens Felson wordt dit aandeel in preventie zwaar overschat. Misverstand dat meer politie
etc. zorgt voor minder criminaliteit. Sluit aan op gelegenheidstheorie. Crime drop door
situationele preventie waardoor criminaliteit bemoeilijkt wordt.
3. Not-me fallacy: misverstand om te denken dat criminaliteit komt door abnormaliteit van
daders. Criminaliteit kan door iedereen gepleegd worden.
4. The inoccent-youth fallacy: misverstand dat daders vaak ouder zijn. Kinderen geen
onschuldige toeschouwers maar in sommige criminaliteitsvormen oververtegenwoordigd.
5. Ingenuity fallacy: misverstand dat criminaliteit moeilijk is en dat daar kennis en
vaardigheden voor nodig zijn. Werkelijkheid vaak eenvoudig waar maximaal een
schroevendraaier voor nodig is.
6. Organized-crime fallacy: misverstand dat achter criminaliteit vaak hele organisatie zit met
samenwerkingsverbanden en professionaliteit.
7. Big-gang fallacy: misverstand waarin omvang, macht en rol van jeugdgroepen enorm wordt
overdreven.
8. Agenda-fallacy: criminaliteit om aandacht en steun te krijgen voor hun eigen morele,
religieuze, sociale of politieke agenda. Bijv: illegaal sigaretten verkopen om zo de accijnzen
voor legale sigaretten te verlagen.
9. Science-first fallacy: wetenschap en analyse vormt maar 1 onderwerp van totale proces.
Misverstand om
Vrije universiteit
Studiejaar 2020/2021
, Hoorcolleges kijken en samenvatten
Hoorcollege 1A
Agendavorming:
Soms duurt het lange tijd voordat problemen op agenda van politiek komen te staan terwijl
problemen al langer duren. Zoals aardbevingen Groningen: economische belangen groter
Probleem: verschil tussen een maatstaf en een voorstelling van een bestaande of verwachte
situatie (Definitie van Hoogerwerf)
Voorbeeld: Alcoholist heeft andere normen en ziet geen probleem: probleem is wanneer alcohol op
is terwijl dit voor anderen juist andersom geldt.
Normen kunnen ook samenhangen met belangen
Voorbeeld: directeur sigarettenhandel heeft andere belangen dan gezondheidsmedewerkers
3 modellen van agendavorming:
1. Kloofmodel: rationeel model: alleen discussie over normen
2. Barrière model: aandacht voor media en belangen. Incidenten en grote media aandacht kan
bijdragen aan agendavorming. Media overdrijft vaak veel vergeleken met onderzoek
3. Stromen model (Kingdon, 1995): nadruk op stromen: samenvloeien van problemen,
oplossingen en steun. Komen niet altijd samen: wanneer zij samenvloeien kan beleid
ontstaan
Policy window: opening voor beleid, moment dat er mogelijkheden zijn
Beleidsvorming: politiek proces waarbij problemen en aandacht voor problematische situaties
moeten samenvloeien met oplossingen en beleidsalternatieven. Bepaalde partijen zoeken actief
steun.
Gebeurtenissen:
Dover drama 2000: 60 Chinese immigranten werden verstikt doordat smokkelaar ventilatie
dichtdraaide
Syrië 2016: grote oorlog waarbij veel mensen vluchten. Heftig in de media maar aan de andere kant
ook de samenleving die protesteerde voor AZC’s. Politiek moet beslissingen maken
, Hoorcollege 1B
Belangrijk: weten wat fallacie inhoudt en kunnen herkennen
1. Dramatic fallacy: criminaliteit wordt dramatisch vertoond voor eigen commerciële
doeleinden van media. Misverstand door uitvergroting van afwijkende beelden.
2. The cops-and-courts-fallacy: politici roepen om meer politie en strengere straffen maar
volgens Felson wordt dit aandeel in preventie zwaar overschat. Misverstand dat meer politie
etc. zorgt voor minder criminaliteit. Sluit aan op gelegenheidstheorie. Crime drop door
situationele preventie waardoor criminaliteit bemoeilijkt wordt.
3. Not-me fallacy: misverstand om te denken dat criminaliteit komt door abnormaliteit van
daders. Criminaliteit kan door iedereen gepleegd worden.
4. The inoccent-youth fallacy: misverstand dat daders vaak ouder zijn. Kinderen geen
onschuldige toeschouwers maar in sommige criminaliteitsvormen oververtegenwoordigd.
5. Ingenuity fallacy: misverstand dat criminaliteit moeilijk is en dat daar kennis en
vaardigheden voor nodig zijn. Werkelijkheid vaak eenvoudig waar maximaal een
schroevendraaier voor nodig is.
6. Organized-crime fallacy: misverstand dat achter criminaliteit vaak hele organisatie zit met
samenwerkingsverbanden en professionaliteit.
7. Big-gang fallacy: misverstand waarin omvang, macht en rol van jeugdgroepen enorm wordt
overdreven.
8. Agenda-fallacy: criminaliteit om aandacht en steun te krijgen voor hun eigen morele,
religieuze, sociale of politieke agenda. Bijv: illegaal sigaretten verkopen om zo de accijnzen
voor legale sigaretten te verlagen.
9. Science-first fallacy: wetenschap en analyse vormt maar 1 onderwerp van totale proces.
Misverstand om