Orthopedagogiek les 1
In een vogelvlucht: OTS vanaf 1920 mogelijk, OTS niet bedoeld in systeemgericht
te werken met ouders het was vooral bedoeld om kind uit huis te halen.
Problemen vinden plaats binnen het gezin. Kern zit in de opvoeding.
Leer van de helende opvoeding:
Heilpedagogiek, pedagogisch optimisme
Criminele of verwaarloosde kinderen en kinderen met een beperking of
stoornis
Wet op de Leerplicht (1901), Kinderwetten (1905) en OTS (1921)
Isolatie van “gevaarlijke invloeden van de oorspronkelijke omgeving (…het
gezin…) en heropvoeding in opvoedingsgestichten om de maatschappij te
beschermen tegen sociale wanorde.
Opvoedkundige hulp op basis van intuïtie en persoonlijke ervaring naar
praktijkgerichte theorievorming.
van focus op het individuele kind met probleemgedrag, stoornis of
beperking naar “problematische opvoedsituatie”, “opvoedingsimpasse” en
de systeemgerichte, ecologische
benadering
Opvoeden:
Dynamisch proces waarin het kind zich vanuit intrinsieke dwang ontwikkelt en
de opvoeder aansluit bij de ontwikkelbehoeften van het kind door zijn
persoonlijke inkleuring van:
- de relatie (zonder relatie is opvoeden niet mogelijk), hechting
- het klimaat (materieel en immaterieel)
- het hanteren van situaties
Functioneel (wat je dagelijks doet, denkt er niet bij na) en intentioneel
(situaties waar je echt gaat nadenken wat kind nodig heeft)
Kwaliteit van de opvoedingsrelatie, goodness (temperament ouder en kind
sluiten goed bij elkaar aan) en poorness of fit (temperament sluit minder goed
aan)
Complex, gericht op vorming van persoonlijkheid, ontdekken van identiteit, zin
van het bestaan en plek in cultuur en samenleving.
Opvoeders- en kindperspectief van opvoeding, groeiend kindperspectief bij
afnemend opvoedersperspectief
Je moet aansluiten bij wat het kind nodig heeft, ieder kind heeft een apart
opvoedingsvraag.
,Gezin is de basis:
Gezin is de basis in de opvoeding, dus kan zowel beschermende als risicofactor
vormen. Circulair proces van wederzijdse beïnvloeding
Gezinssysteem met subsystemen (ouder- en kindsubsysteem) met eigen
kenmerken, structuur, verhoudingen, communicatiepatronen, rollen, ed.
Schadelijke gezinsinteractiepatronen:
- Perverse triade (coalitie ouder-kind),
- Parentificatie (kind neemt ouderrol over),
- Symbiose (moeder of vader gaat relatie aan met kind dat het kind geen
ruimte heeft om zichzelf te zijn, erg beschermend opgegroeid, wordt
belemmerd in ontwikkeling)
Systeemcohesie: te gesloten gezinssysteem, te open gezingssysteem
Interventies hebben altijd effect op de homeostase van het gezin
Ouderschap:
Een persoon met een besef van onvoorwaardelijkheid en tijdloos
verantwoordelijk-zijn voor een kind (van der Pas, 2005)
Verantwoordelijkheden:
1. biologisch: zorg en bescherming
2. Maatschappelijk: zedelijk en lichamelijk welzijn
3. Juridisch: aansprakelijkheid
Illusies en pedagogisch besef
Opvoedingspatronen:
- Autonomie en vijandigheid autonomie
- Autonomie en genegenheid
- Controle en vijandigheid controle
- Controle en genegenheid
Iedereen wil nooit de opvoeding overnemen van diegene zijn ouders.
Orthopedagogische wetenschappen:
Problemen in de opvoeding zijn vaak tijdelijk en horen erbij, de ernst, intensiteit
en duur van de problemen of een opvoedingsimpasse (de Ruyter, 1983) of
problematische opvoedingssituatie (ter Horst, 1980) ontstaat. Ouders hebben
dan vaak al naar beste kunnen geprobeerd verandering aan te brengen, maar
zijn hier niet in geslaagd.
Pedagogiek wordt orthopedagogiek, de specifieke afstemming of aanpassing
van de opvoeding op het in zijn ontwikkeling belemmerde kind. Ontwikkelings-
(psychopathologische)problemen worden gezien vanuit de opvoeding in het
gezinssysteem.
Orthopedagogische vraagstelling, aansluiten bij de ontwikkelvraag van het
kind. Gedragsproblemen van het kind worden gezien als een vraag om specifieke
extra ondersteuning in het opgroeien.
, Opvoedpedagogische theorie van Kok (foto): kind moet ontwikkeling, in de basis
zijn er 2 uitgangspunten affectieve (relatie) en cognitieve (kind moet zich
hierin ontwikkelen). Als affectief en cognitief zijn ontwikkelend kan je pas conatief
ontwikkelen zelfactualisering/ zelfontplooiing
Vraagstellingstypen (Kok, 2013):
Affectief
R: normaal opvoeden
R1: overaccentuering (meer doen dan dat je in de normale situatie doet) op
affectieve nabijheid
R2: overaccentuering op affectieve afstand
Cognitief
S: overaccentuering op bieden van structuur (kinderen met adhd)
V: overaccentuering op leren variëren (kinderen met autisme)
Als het opvoedings- en ontwikkelingsproces niet goed verloopt zal een kind om
zich veilig te stellen, zich overaanpassen, afsluiten of afzetten. Het leren loslaten
van deze strategie is een hulpvraag om zelfrealisering (Z) of harmoniering
(zichzelf meer vertonen) (H).
Hulpverlening strategieën:
1. Eerstegraadsstrategie (aanpassing dagelijks leven)
- Relatie, klimaat en hantering van situaties zijn binnen het dagelijks leven door
middel van overaccentuering afgestemd op het primaire vraagstellingtype van
het kind. bijv. bij kinderen met adhd
2. Tweedegraadsstrategie (naast aanpassing dagelijkse leven, ook een therapie
aanbieden)
- De eerstegraadsstrategie wordt ondersteund door trainingen, therapieën of
cursussen die speciaal ontworpen zijn voor kinderen en gezinnen met een
bepaald vraagstellingtype.
3. Derdegraadsstrategie (specifiek op bijkomende problematiek bijv getuige
huiselijk geweld)
- Naast het aanbieden van de eerste- en tweedegraadsstrategie wordt het kind
en het gezin specifieke hulpverlening aangeboden, maatwerk.
In een vogelvlucht: OTS vanaf 1920 mogelijk, OTS niet bedoeld in systeemgericht
te werken met ouders het was vooral bedoeld om kind uit huis te halen.
Problemen vinden plaats binnen het gezin. Kern zit in de opvoeding.
Leer van de helende opvoeding:
Heilpedagogiek, pedagogisch optimisme
Criminele of verwaarloosde kinderen en kinderen met een beperking of
stoornis
Wet op de Leerplicht (1901), Kinderwetten (1905) en OTS (1921)
Isolatie van “gevaarlijke invloeden van de oorspronkelijke omgeving (…het
gezin…) en heropvoeding in opvoedingsgestichten om de maatschappij te
beschermen tegen sociale wanorde.
Opvoedkundige hulp op basis van intuïtie en persoonlijke ervaring naar
praktijkgerichte theorievorming.
van focus op het individuele kind met probleemgedrag, stoornis of
beperking naar “problematische opvoedsituatie”, “opvoedingsimpasse” en
de systeemgerichte, ecologische
benadering
Opvoeden:
Dynamisch proces waarin het kind zich vanuit intrinsieke dwang ontwikkelt en
de opvoeder aansluit bij de ontwikkelbehoeften van het kind door zijn
persoonlijke inkleuring van:
- de relatie (zonder relatie is opvoeden niet mogelijk), hechting
- het klimaat (materieel en immaterieel)
- het hanteren van situaties
Functioneel (wat je dagelijks doet, denkt er niet bij na) en intentioneel
(situaties waar je echt gaat nadenken wat kind nodig heeft)
Kwaliteit van de opvoedingsrelatie, goodness (temperament ouder en kind
sluiten goed bij elkaar aan) en poorness of fit (temperament sluit minder goed
aan)
Complex, gericht op vorming van persoonlijkheid, ontdekken van identiteit, zin
van het bestaan en plek in cultuur en samenleving.
Opvoeders- en kindperspectief van opvoeding, groeiend kindperspectief bij
afnemend opvoedersperspectief
Je moet aansluiten bij wat het kind nodig heeft, ieder kind heeft een apart
opvoedingsvraag.
,Gezin is de basis:
Gezin is de basis in de opvoeding, dus kan zowel beschermende als risicofactor
vormen. Circulair proces van wederzijdse beïnvloeding
Gezinssysteem met subsystemen (ouder- en kindsubsysteem) met eigen
kenmerken, structuur, verhoudingen, communicatiepatronen, rollen, ed.
Schadelijke gezinsinteractiepatronen:
- Perverse triade (coalitie ouder-kind),
- Parentificatie (kind neemt ouderrol over),
- Symbiose (moeder of vader gaat relatie aan met kind dat het kind geen
ruimte heeft om zichzelf te zijn, erg beschermend opgegroeid, wordt
belemmerd in ontwikkeling)
Systeemcohesie: te gesloten gezinssysteem, te open gezingssysteem
Interventies hebben altijd effect op de homeostase van het gezin
Ouderschap:
Een persoon met een besef van onvoorwaardelijkheid en tijdloos
verantwoordelijk-zijn voor een kind (van der Pas, 2005)
Verantwoordelijkheden:
1. biologisch: zorg en bescherming
2. Maatschappelijk: zedelijk en lichamelijk welzijn
3. Juridisch: aansprakelijkheid
Illusies en pedagogisch besef
Opvoedingspatronen:
- Autonomie en vijandigheid autonomie
- Autonomie en genegenheid
- Controle en vijandigheid controle
- Controle en genegenheid
Iedereen wil nooit de opvoeding overnemen van diegene zijn ouders.
Orthopedagogische wetenschappen:
Problemen in de opvoeding zijn vaak tijdelijk en horen erbij, de ernst, intensiteit
en duur van de problemen of een opvoedingsimpasse (de Ruyter, 1983) of
problematische opvoedingssituatie (ter Horst, 1980) ontstaat. Ouders hebben
dan vaak al naar beste kunnen geprobeerd verandering aan te brengen, maar
zijn hier niet in geslaagd.
Pedagogiek wordt orthopedagogiek, de specifieke afstemming of aanpassing
van de opvoeding op het in zijn ontwikkeling belemmerde kind. Ontwikkelings-
(psychopathologische)problemen worden gezien vanuit de opvoeding in het
gezinssysteem.
Orthopedagogische vraagstelling, aansluiten bij de ontwikkelvraag van het
kind. Gedragsproblemen van het kind worden gezien als een vraag om specifieke
extra ondersteuning in het opgroeien.
, Opvoedpedagogische theorie van Kok (foto): kind moet ontwikkeling, in de basis
zijn er 2 uitgangspunten affectieve (relatie) en cognitieve (kind moet zich
hierin ontwikkelen). Als affectief en cognitief zijn ontwikkelend kan je pas conatief
ontwikkelen zelfactualisering/ zelfontplooiing
Vraagstellingstypen (Kok, 2013):
Affectief
R: normaal opvoeden
R1: overaccentuering (meer doen dan dat je in de normale situatie doet) op
affectieve nabijheid
R2: overaccentuering op affectieve afstand
Cognitief
S: overaccentuering op bieden van structuur (kinderen met adhd)
V: overaccentuering op leren variëren (kinderen met autisme)
Als het opvoedings- en ontwikkelingsproces niet goed verloopt zal een kind om
zich veilig te stellen, zich overaanpassen, afsluiten of afzetten. Het leren loslaten
van deze strategie is een hulpvraag om zelfrealisering (Z) of harmoniering
(zichzelf meer vertonen) (H).
Hulpverlening strategieën:
1. Eerstegraadsstrategie (aanpassing dagelijks leven)
- Relatie, klimaat en hantering van situaties zijn binnen het dagelijks leven door
middel van overaccentuering afgestemd op het primaire vraagstellingtype van
het kind. bijv. bij kinderen met adhd
2. Tweedegraadsstrategie (naast aanpassing dagelijkse leven, ook een therapie
aanbieden)
- De eerstegraadsstrategie wordt ondersteund door trainingen, therapieën of
cursussen die speciaal ontworpen zijn voor kinderen en gezinnen met een
bepaald vraagstellingtype.
3. Derdegraadsstrategie (specifiek op bijkomende problematiek bijv getuige
huiselijk geweld)
- Naast het aanbieden van de eerste- en tweedegraadsstrategie wordt het kind
en het gezin specifieke hulpverlening aangeboden, maatwerk.