(Kijken naar de antwoordopties, de antwoorden bepalen het meetniveau,
niet de vraag)
Nominaal (Categorieën, Groepen) (Man, Vrouw)
Het nominale meetniveau geeft het verschil weer tussen verschillende
opties. Dit meetniveau gebruiken we slechts om iets te benoemen en in te
delen in categorieën.
Ordinaal (Onderscheid en vaste volgorde) (Mavo, Havo, Vwo)
Het ordinale meetniveau geeft een vaste volgorde aan tussen de opties. Er
zit geen vaste afstand tussen. (volgORDE-> ordinaal)
Interval (Onderscheid, vaste volgorde, vaste afstand= afstand is
evenveel) (GEEN natuurlijk nulpunt) (Temperatuur)
Bij interval is er een vaste volgorde, een vaste afstand
(stapgrootte) tussen de opties en GEEN natuurlijk nulpunt. Het nulpunt is
gekozen. Er is geen verhouding tussen de verschillende waardes, de
afstand is even groot, maar je kunt niet zeggen dat iets 2x zo groot of veel
is.
Ratio (WEL Natuurlijk nulpunt) (Kilo’s, CM’S)
Bij ratio is er een vaste volgorde, een vaste afstand tussen de
antwoordopties en WEL een natuurlijk nulpunt. Je kunt hierbij een
verhouding tussen twee waarde aangeven.
!!! LIKERTSCHAAL = SEMI-INTERVAL !!! (Officieel Ordinaal) In SPSS
= Scale
Voorbeelden:
Temperatuur in Kelvin = RATIO Theesoorten (groen/zwart/wit) =
NOMINAAL
Levensfasen = ORDINAAL Aantal sinterklaascadeautjes =
RATIO
, Rangen in het leger = ORDINAAL Likertschaal (oneens-neutraal-
eens) = INTERVAL
Geboortejaar = INTERVAL Gewicht = RATIO
Uit welk land kom je? = NOMINAAL Tijdstip (digitale klok) =
INTERVAL
Baktijd (in minuten) = RATIO Temperatuur in Fahrenheit =
INTERVAL
Ranglijst bij een wedstrijd = ORDINAAL
STAPPENPLAN
- Onderzoeksvraag opstellen
(BV: Is er een samenhang tussen lengte en schoenmaat)
- Dataset op orde maken
1. Data checken op foutieve waarden
Rechtermuisknop op de desbetreffende tabel.
Sort Ascending of Sort Descending (Gesorteerd van hoog naar laag of
andersom).
Foutieve waarde aanpassen of missing value invullen.
2. Meetniveau ’s bepalen/ controleren
- Eventueel benodigde samengestelde variabele maken (alleen bij
samengestelde variabelen)
1. Hercoderen items
KIJK NAAR BEGRIP
Is het begrip negatief? Hoe
hoger iemand scoort hoe
negatiever het is (GOED)
Zijn de vragen/ stellingen positief
of negatief gesteld? Hoe is de
richting van de (antwoorden)
likertschaal? Hoe is de richting van
de meervoudige variabele (het te
meten begrip)?
Hercoderen:
Klik op transform.
Klik op recode into different
variables.
Variabelen >
Variabelen nieuwe naam geven, name (R…)
Old en new values – De likertschaal omdraaien – Add – Continue
Past
Groene driehoek