Inhoudsopgave
Toelichting stofwisselingswegen .........................................................................................................2
Energiesystemen ................................................................................................................................4
1
, Toelichting stofwisselingswegen
Overzicht van de verbranding van eiwitten, koolhydraten en vetten en ook de opbouw van die
stoffen. Die verbranding kan resulteren dat deze stoffen de citroenzuurcyclus ingaan (=keten van
chemische reacties waarbij er protonen (H+-ionen) worden geproduceerd die via elektronentransport
in de mitochondriën tot energie worden gemaakt die gebruikt kan worden in de cel.
• Koolhydraten (glucose)
o Glucose komt via spijsvertering het lichaam in, ook de lever kan glucose maken.
o Via glycogenese kan glycogeen aangemaakt worden (wordt via spieren en levercellen
gedaan) en
o via de glycogenolyse wordt dat weer afgebroken tot glucose.
o Als glucose gebruikt wordt voor de verbranding -spreken we van de glycolyse (= 1
glucosemolecuul wordt gesplitst tot 2 pyrodruivenzuurmoleculen en van die
pyrodruivenzuur wordt nog een Co2 gesplitst en dan ontstaat Acetyl-CoA1 en die
wordt dan gekoppeld aan oxaalazijnzuur en die gaat dan de citroenzuurcyclus in.
Oxaalazijnzuur is een koolwaterstof met 4 koolstofatomen → komt Acetyl-CoA erbij,
dat maakt het 6, ontstaat er citroenzuur → citroenzuur wordt langzaam afgebroken
en daar wordt energie uit vrijgemaakt.
▪ Dit is een proces dat continue gebeurt. Als het eenmaal Acetyl-CoA is, dan is
het onomkeerbaar. Maar pyrodruivenzuur kan ook omgezet worden in
glucose (=gluconeogenese) → hier ligt ook de verbinding naar vetten
• Vetten
o Vetten bestaan uit triglyceriden (glycerol met 3 vetzuren). In de afbeelding zie je dat
pyrodruivenzuur heen en weer kan naar glycerol; uit pyrodruivenzuur kan glycerol
gemaakt worden en andersom (zijn alle 2 propaanverbindingen). Glycerol kan met de
groene lijn aan de vetzuren gekoppeld worden tot mono- di- en triglyceriden
[=verestering] (triglyceride zit vooral in het wetweefsel). Die kan ook weer uit elkaar
gehaald worden (= Lipolyse; afbraak van vet, vergelijkend met glycolyse).
o Vet, vetzuren is eigenlijk de grootste bron van energie in het lichaam → blauwe pijl
naar Acetyl-CoA = bèta-oxidatie: worden steeds 2 koolstofatomen van een vetzuur
afgeknipt en die gaat dan het mitochondrium in, naar de citroenzuurcyclus en het
elektronentransportsysteem
o Vanuit Acetyl-CoA kan ook vetzuren opgebouwd worden, als iemand heel veel
glucose eet kan vanuit Acetyl-CoA vetzuren gemaakt worden (=Lipogenese)
• Eiwitten
o Zijn opgebouwd uit aminozuren, die kunnen ook naar het mitochondrium
o 3 soorten aminozuren
▪ Glucogeen: kunnen omgezet worden tot pyrodruivenzuur en vervolgens
gluconeogenese in (glucose worden)
▪ Ketogeen: worden Acetyl-CoA en kunnen ook weer vetzuur worden of vanuit
Acetyl-CoA verbrand worden in de citroenzuurcyclus
▪ Glucogeen: gaan direct citroenzuurcyclus in (naar oxaalazijnzuur of andere
chemische verbindingen die in die cyclus van chemische reacties zit). Die
moleculen kunnen ook vanuit de citroenzuurcyclus – worden dan vaak wat
langere koolstofketens – en kunnen dan ook weer omgevormd worden
pyrodruivenzuur (propaanverbinding)
• Pyrodruivenzuur wordt normaal verbrand in citroenzuurcyclus via Acetyl-CoA.
Uitzonderingen:
1
= ethaan met 2 C-atomen
2
Toelichting stofwisselingswegen .........................................................................................................2
Energiesystemen ................................................................................................................................4
1
, Toelichting stofwisselingswegen
Overzicht van de verbranding van eiwitten, koolhydraten en vetten en ook de opbouw van die
stoffen. Die verbranding kan resulteren dat deze stoffen de citroenzuurcyclus ingaan (=keten van
chemische reacties waarbij er protonen (H+-ionen) worden geproduceerd die via elektronentransport
in de mitochondriën tot energie worden gemaakt die gebruikt kan worden in de cel.
• Koolhydraten (glucose)
o Glucose komt via spijsvertering het lichaam in, ook de lever kan glucose maken.
o Via glycogenese kan glycogeen aangemaakt worden (wordt via spieren en levercellen
gedaan) en
o via de glycogenolyse wordt dat weer afgebroken tot glucose.
o Als glucose gebruikt wordt voor de verbranding -spreken we van de glycolyse (= 1
glucosemolecuul wordt gesplitst tot 2 pyrodruivenzuurmoleculen en van die
pyrodruivenzuur wordt nog een Co2 gesplitst en dan ontstaat Acetyl-CoA1 en die
wordt dan gekoppeld aan oxaalazijnzuur en die gaat dan de citroenzuurcyclus in.
Oxaalazijnzuur is een koolwaterstof met 4 koolstofatomen → komt Acetyl-CoA erbij,
dat maakt het 6, ontstaat er citroenzuur → citroenzuur wordt langzaam afgebroken
en daar wordt energie uit vrijgemaakt.
▪ Dit is een proces dat continue gebeurt. Als het eenmaal Acetyl-CoA is, dan is
het onomkeerbaar. Maar pyrodruivenzuur kan ook omgezet worden in
glucose (=gluconeogenese) → hier ligt ook de verbinding naar vetten
• Vetten
o Vetten bestaan uit triglyceriden (glycerol met 3 vetzuren). In de afbeelding zie je dat
pyrodruivenzuur heen en weer kan naar glycerol; uit pyrodruivenzuur kan glycerol
gemaakt worden en andersom (zijn alle 2 propaanverbindingen). Glycerol kan met de
groene lijn aan de vetzuren gekoppeld worden tot mono- di- en triglyceriden
[=verestering] (triglyceride zit vooral in het wetweefsel). Die kan ook weer uit elkaar
gehaald worden (= Lipolyse; afbraak van vet, vergelijkend met glycolyse).
o Vet, vetzuren is eigenlijk de grootste bron van energie in het lichaam → blauwe pijl
naar Acetyl-CoA = bèta-oxidatie: worden steeds 2 koolstofatomen van een vetzuur
afgeknipt en die gaat dan het mitochondrium in, naar de citroenzuurcyclus en het
elektronentransportsysteem
o Vanuit Acetyl-CoA kan ook vetzuren opgebouwd worden, als iemand heel veel
glucose eet kan vanuit Acetyl-CoA vetzuren gemaakt worden (=Lipogenese)
• Eiwitten
o Zijn opgebouwd uit aminozuren, die kunnen ook naar het mitochondrium
o 3 soorten aminozuren
▪ Glucogeen: kunnen omgezet worden tot pyrodruivenzuur en vervolgens
gluconeogenese in (glucose worden)
▪ Ketogeen: worden Acetyl-CoA en kunnen ook weer vetzuur worden of vanuit
Acetyl-CoA verbrand worden in de citroenzuurcyclus
▪ Glucogeen: gaan direct citroenzuurcyclus in (naar oxaalazijnzuur of andere
chemische verbindingen die in die cyclus van chemische reacties zit). Die
moleculen kunnen ook vanuit de citroenzuurcyclus – worden dan vaak wat
langere koolstofketens – en kunnen dan ook weer omgevormd worden
pyrodruivenzuur (propaanverbinding)
• Pyrodruivenzuur wordt normaal verbrand in citroenzuurcyclus via Acetyl-CoA.
Uitzonderingen:
1
= ethaan met 2 C-atomen
2