Experimenteel onderzoek
HC 1
Waarom causale verbanden
*waarom zijn onderzoekers geïnteresseerd in causale verbanden?
- begrijpen hoe de (sociale) werkelijkheid in elkaar zit:
- effect van motivatie op leerprestaties
- effect van SES op toegang tot gezondheidszorg
- beïnvloeden van die werkelijkheid:
- effect van inquiry-based learning op studiemotivatie van universitaire studenten
- effectiviteit van interventie voor het verbeteren van gezondheidsvaardigheden bij
bewoners van Overvecht
Causaliteit
*beste manier om te kunnen voldoen aan de drie voorwaarden is middels een gerandomiseerd
experiment:
→ onderzoeksopzet waarbij
- door randomisatie de groepen hetzelfde worden verondersteld
- de onderzoeker één variabele manipuleert (varieert)
- de onderzoeker het effect daarvan op een andere variabele meet
1.Covariantie
- is er samenhang tussen type aantekeningen en leerprestatie? → operationalisatie: ‘’de helft
kreeg er een laptop bij, de andere helft pen en papier’’....’’een aantal feitelijke vragen en een
aantal denkvragen beantwoorden.
- → type aantekeningen is de onafhankelijke variabele → gemanipuleerd variabele
- → leerprestaties is de afhankelijke variabele → gemeten variabele (uitkomst variabele)
*wanneer is er sprake van samenhang tussen type aantekeningen en leerprestatie?
→ wanneer we verschil in leerprestatie zien tussend e twee groepen!
*de onderzoekers verwachten een verschil in leerprestaties tussen studenten in de 2 experimentele
groepen
→ wat is in deze situatie de onderzoekshypothese?
; er is een verschil in scores op kennistoets tussen de papier en pen-groep en de
laptop groep
bij hypothese altijd over geoperationliseerde variabele!
2.Temporal precedence
- in een experiment kan de onderzoeker er voor zorgen dat oorzaak voorafgaat aan het gevolg
- door de manipulatie uit te voeren voorafgaand aan de meting van de afhankelijke variabele
3.Interne validiteit
- is het wel de gemanipuleerde variabele die het verschil tussen de groepen verklaart of is er
een alternatieve verklaring?
- bedreigingen van interne validiteit (confounding):
- Design confounds
, - = was de gemanipuleerde variabele wel het enige verschil in de behandeling
van de twee groepen?
- Selectie effect
- = waren de twee groepen wel vergelijkbaar bij aanvang van het experiment?
*Design confounds
→ = mogelijke alternatieve verklaring
- in het onderzoek kregen studenten video’s van TED Talks en andere colleges te zien
- studenten bekeken verschillende video’s, is dat een alternatieve verklaring voor het
gevonden verschil?
- was het willekeurig of systematisch verschil tussen de groepen?
*Selectie
→ = mogelijke alternatieve verklaring:
- waren de twee groepen wel vergelijkbaar bij aanvang van het experiment?
- met betrekking tot afhankelijke variabele?
- met betrekking tot andere onafhankelijke variabelen (zowel gemeten als
ongemeten)?
- belangrijkste vraag: HOE werden de groepen ingedeeld?
Toewijzing aan groepen
*Hoe werden de groepen ingedeeld?
- natuurlijke indeling / eigen keuze deelnemers?
- op grond van bepaalde persoonskenmerken?
- op basis van willekeur toegewezen?
→ Willekeurige (random) toewijzing ofwel randomisatie
→ staan aantal voorbeelden in het boek!!
Doel van willekeurige toewijzing
*is om ervoor te zorgen dat:
- de gemiddelde scores en spreiding in scores
- op alle variabele, zowel gemeten als ongemeten
- bij aanvang vergelijkbaar zijn tussen de groep
Uitvoeren van willekeurige toewijzing
*probleem (met name) bij kleine steekproef:
- groepen zijn niet altijd even groot
- relevante kenmerken van deelnemers niet gelijkmatig verdeeld over de condities
*oplossing: complexere randomisatie methoden
*soms is randomisatie deelnemers niet mogelijk:
- niet ethisch
- praktisch onhaalbaar
*soms wel mogelijk maar gaat het mis:
contaminatie:
- deelnemers in experimentele groep vertellen deelnemers in controlegroep over deelname
- deelnemers houden zich niet aan behandeling
- beïnvloeding door de onderzoeker
, Idee/theorie
*aantekeningen maken blijkt effectief wanneer studenten deze tijdens studeren teruglezen
*een onderzoeker veronderstelt dat dit proces effectiever is als zij een stap toevoegen:
- tussentijdse revisie van de aantekeningen
*bij tussentijdse revisie zullen studenten zich informatie herinneren die zij in eerste instantie niet
genoteerd hadden en kunnen daarmee hun aantekeningen verbeteren
Onderzoeksvraag
*een onderzoeksvraag van een experimenteel onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
- PICO:
- P = population
- I = intervention
- C = comparison
- O = outcome
*population = de groep mensen die de onderzoeker wil onderzoeken
*intervention + comparison → niveaus van de gemanipuleerde/ onafhankelijke variabele = groepen
die vergeleken worden met elkaar
*outcome = gemeten / afhankelijke variabelen
→ Voorbeeld:
- heeft de tussentijds reviseren van aantekeningen effect op leerprestaties van studenten?
- P = studenten
- I = tussentijds reviseren van aantekeningen
- C=?
- O = leerprestaties
Onderzoeksontwerp
- Deelnemers luisterden naar een college van 14 minuten, en mochten aantekeningen maken
op blanco papier met een zwarte pen
- de revisie-groep mocht later reviseren met een rode pen
*operationalisatie leerprestaties (namering)
- toets met 20 MC - vragen:
- 10 vragen over feiten
- 10 vragen over verbanden tussen feiten
Hypothesen
*conceptueel: er is een effect van tussentijd reviseren van college-aantekeningen op leerprestaties
van studenten
HC 1
Waarom causale verbanden
*waarom zijn onderzoekers geïnteresseerd in causale verbanden?
- begrijpen hoe de (sociale) werkelijkheid in elkaar zit:
- effect van motivatie op leerprestaties
- effect van SES op toegang tot gezondheidszorg
- beïnvloeden van die werkelijkheid:
- effect van inquiry-based learning op studiemotivatie van universitaire studenten
- effectiviteit van interventie voor het verbeteren van gezondheidsvaardigheden bij
bewoners van Overvecht
Causaliteit
*beste manier om te kunnen voldoen aan de drie voorwaarden is middels een gerandomiseerd
experiment:
→ onderzoeksopzet waarbij
- door randomisatie de groepen hetzelfde worden verondersteld
- de onderzoeker één variabele manipuleert (varieert)
- de onderzoeker het effect daarvan op een andere variabele meet
1.Covariantie
- is er samenhang tussen type aantekeningen en leerprestatie? → operationalisatie: ‘’de helft
kreeg er een laptop bij, de andere helft pen en papier’’....’’een aantal feitelijke vragen en een
aantal denkvragen beantwoorden.
- → type aantekeningen is de onafhankelijke variabele → gemanipuleerd variabele
- → leerprestaties is de afhankelijke variabele → gemeten variabele (uitkomst variabele)
*wanneer is er sprake van samenhang tussen type aantekeningen en leerprestatie?
→ wanneer we verschil in leerprestatie zien tussend e twee groepen!
*de onderzoekers verwachten een verschil in leerprestaties tussen studenten in de 2 experimentele
groepen
→ wat is in deze situatie de onderzoekshypothese?
; er is een verschil in scores op kennistoets tussen de papier en pen-groep en de
laptop groep
bij hypothese altijd over geoperationliseerde variabele!
2.Temporal precedence
- in een experiment kan de onderzoeker er voor zorgen dat oorzaak voorafgaat aan het gevolg
- door de manipulatie uit te voeren voorafgaand aan de meting van de afhankelijke variabele
3.Interne validiteit
- is het wel de gemanipuleerde variabele die het verschil tussen de groepen verklaart of is er
een alternatieve verklaring?
- bedreigingen van interne validiteit (confounding):
- Design confounds
, - = was de gemanipuleerde variabele wel het enige verschil in de behandeling
van de twee groepen?
- Selectie effect
- = waren de twee groepen wel vergelijkbaar bij aanvang van het experiment?
*Design confounds
→ = mogelijke alternatieve verklaring
- in het onderzoek kregen studenten video’s van TED Talks en andere colleges te zien
- studenten bekeken verschillende video’s, is dat een alternatieve verklaring voor het
gevonden verschil?
- was het willekeurig of systematisch verschil tussen de groepen?
*Selectie
→ = mogelijke alternatieve verklaring:
- waren de twee groepen wel vergelijkbaar bij aanvang van het experiment?
- met betrekking tot afhankelijke variabele?
- met betrekking tot andere onafhankelijke variabelen (zowel gemeten als
ongemeten)?
- belangrijkste vraag: HOE werden de groepen ingedeeld?
Toewijzing aan groepen
*Hoe werden de groepen ingedeeld?
- natuurlijke indeling / eigen keuze deelnemers?
- op grond van bepaalde persoonskenmerken?
- op basis van willekeur toegewezen?
→ Willekeurige (random) toewijzing ofwel randomisatie
→ staan aantal voorbeelden in het boek!!
Doel van willekeurige toewijzing
*is om ervoor te zorgen dat:
- de gemiddelde scores en spreiding in scores
- op alle variabele, zowel gemeten als ongemeten
- bij aanvang vergelijkbaar zijn tussen de groep
Uitvoeren van willekeurige toewijzing
*probleem (met name) bij kleine steekproef:
- groepen zijn niet altijd even groot
- relevante kenmerken van deelnemers niet gelijkmatig verdeeld over de condities
*oplossing: complexere randomisatie methoden
*soms is randomisatie deelnemers niet mogelijk:
- niet ethisch
- praktisch onhaalbaar
*soms wel mogelijk maar gaat het mis:
contaminatie:
- deelnemers in experimentele groep vertellen deelnemers in controlegroep over deelname
- deelnemers houden zich niet aan behandeling
- beïnvloeding door de onderzoeker
, Idee/theorie
*aantekeningen maken blijkt effectief wanneer studenten deze tijdens studeren teruglezen
*een onderzoeker veronderstelt dat dit proces effectiever is als zij een stap toevoegen:
- tussentijdse revisie van de aantekeningen
*bij tussentijdse revisie zullen studenten zich informatie herinneren die zij in eerste instantie niet
genoteerd hadden en kunnen daarmee hun aantekeningen verbeteren
Onderzoeksvraag
*een onderzoeksvraag van een experimenteel onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
- PICO:
- P = population
- I = intervention
- C = comparison
- O = outcome
*population = de groep mensen die de onderzoeker wil onderzoeken
*intervention + comparison → niveaus van de gemanipuleerde/ onafhankelijke variabele = groepen
die vergeleken worden met elkaar
*outcome = gemeten / afhankelijke variabelen
→ Voorbeeld:
- heeft de tussentijds reviseren van aantekeningen effect op leerprestaties van studenten?
- P = studenten
- I = tussentijds reviseren van aantekeningen
- C=?
- O = leerprestaties
Onderzoeksontwerp
- Deelnemers luisterden naar een college van 14 minuten, en mochten aantekeningen maken
op blanco papier met een zwarte pen
- de revisie-groep mocht later reviseren met een rode pen
*operationalisatie leerprestaties (namering)
- toets met 20 MC - vragen:
- 10 vragen over feiten
- 10 vragen over verbanden tussen feiten
Hypothesen
*conceptueel: er is een effect van tussentijd reviseren van college-aantekeningen op leerprestaties
van studenten