HOOFDSTUK 1 – CONSUMENTENGEDRAG
Definitie consumentengedrag: het zoeken naar, het kopen, het gebruiken en verbruiken, het
evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.
Voorbeeld tentamenvraag: Is er sprake van consumentengedrag?
Let op!
- Het kijken naar een tv-spot en daar een mening over vormen is dus consumentengedrag.
- Het weggooien of weggeven van producten hoort ook bij consumenten gedrag.
Verschillende visies op de consument:
- Rationeel: het moet niet teveel geld en tijd kosten
- Passief: makkelijk te manipuleren
- Cognitief: zoekt van de voren eerst veel informatie op voordat hij het product koopt
- Emotioneel: koopt vanuit gevoel: kan zijn medelijden of geluk
- Experiencer: te weinig prikkels en is dus steeds op zoek naar iets extremer.
Vanuit de traditionele economie wordt de consument gezien als een rationeel mens, of te wel homo
economicus.
Tentamen vraag: Wat voor consument is dit?
De Rossiter- en Percymatrix 1987
Involvement: betrokkenheid
Hoe hoger de betrokkenheid, hoe meer moeite de klant voor het product wilt doen. Bij een lage
betrokkenheid is het belangrijk om te stunten met prijzen en voordeel verpakkingen aan te bieden.
,Het beslissingsproces:
1. Behoefte
2. Informatie verzamelen
3. Evaluatie alternatieven
4. Beslissingen nemen
5. Gebruiken
6. Evalueren
Tentamenvragen: Welke fase ontbreekt er in het beslissingsproces? Wat is de laatste fase van het
beslissingsproces?
3 soorten beslissingsprocessen:
- Routinematig beslissingsproces: als je het beslissingsproces al een keer hebt doorlopen. Het
product dus al een keer gekocht hebt en dit een soort routine is.
- Uitgebreid probleemoplossend: producten die je nog nooit gekocht hebt en grote risico’s
hebben.
- Beperkt probleemoplossend: als iets niet heel belangrijk is, maar het wel de eerste keer is
dat je het koopt. Er zitten geen grote risico’s aan.
Tentamenvraag: Wat voor soort beslissingsproces is van toepassing?
, HOOFDSTUK 6 – CONSUMENTENGEDRAG
Mensen passen hun gedrag ten aanzien van het product aan/ ze worden beïnvloed door hun sociale
omgeving.
Groep: 2 of meer mensen die in bepaalde opzichten afhankelijk van elkaar zijn, bepaalde
gemeenschappelijke uitgangspunten hebben en elkaar wederzijds beïnvloeden.
Verschillende soorten groepen:
- Kleine groep: alle leden kennen elkaar persoonlijk
- Grote groep: één lid kent slecht enkele leden
- Primaire groep: groep waarmee een individu zich sterk persoonlijk verbonden voelt en
waarmee hij regelmatig contact heeft. Voorbeeld: gezin
- Secundaire groep: emotioneel gezien meer afstand. Voorbeeld: collega’s van verschillende
afdelingen
- Formele groepen: leden weten precies wat er van hen verwacht wordt. Belangrijke zaken als
het doel, regels en de namen van de leden zijn op papier vastgelegd. Voorbeeld: vereniging.
- Informele groep: leden weet niet precies wat er van hen verwacht wordt en het staat ook
nergens vastgelegd. Voorbeeld: vriendengroep.
Consumenten worden over het algemeen het sterkst beïnvloed door kleine, informele groepen.
Definitie consumentengedrag: het zoeken naar, het kopen, het gebruiken en verbruiken, het
evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.
Voorbeeld tentamenvraag: Is er sprake van consumentengedrag?
Let op!
- Het kijken naar een tv-spot en daar een mening over vormen is dus consumentengedrag.
- Het weggooien of weggeven van producten hoort ook bij consumenten gedrag.
Verschillende visies op de consument:
- Rationeel: het moet niet teveel geld en tijd kosten
- Passief: makkelijk te manipuleren
- Cognitief: zoekt van de voren eerst veel informatie op voordat hij het product koopt
- Emotioneel: koopt vanuit gevoel: kan zijn medelijden of geluk
- Experiencer: te weinig prikkels en is dus steeds op zoek naar iets extremer.
Vanuit de traditionele economie wordt de consument gezien als een rationeel mens, of te wel homo
economicus.
Tentamen vraag: Wat voor consument is dit?
De Rossiter- en Percymatrix 1987
Involvement: betrokkenheid
Hoe hoger de betrokkenheid, hoe meer moeite de klant voor het product wilt doen. Bij een lage
betrokkenheid is het belangrijk om te stunten met prijzen en voordeel verpakkingen aan te bieden.
,Het beslissingsproces:
1. Behoefte
2. Informatie verzamelen
3. Evaluatie alternatieven
4. Beslissingen nemen
5. Gebruiken
6. Evalueren
Tentamenvragen: Welke fase ontbreekt er in het beslissingsproces? Wat is de laatste fase van het
beslissingsproces?
3 soorten beslissingsprocessen:
- Routinematig beslissingsproces: als je het beslissingsproces al een keer hebt doorlopen. Het
product dus al een keer gekocht hebt en dit een soort routine is.
- Uitgebreid probleemoplossend: producten die je nog nooit gekocht hebt en grote risico’s
hebben.
- Beperkt probleemoplossend: als iets niet heel belangrijk is, maar het wel de eerste keer is
dat je het koopt. Er zitten geen grote risico’s aan.
Tentamenvraag: Wat voor soort beslissingsproces is van toepassing?
, HOOFDSTUK 6 – CONSUMENTENGEDRAG
Mensen passen hun gedrag ten aanzien van het product aan/ ze worden beïnvloed door hun sociale
omgeving.
Groep: 2 of meer mensen die in bepaalde opzichten afhankelijk van elkaar zijn, bepaalde
gemeenschappelijke uitgangspunten hebben en elkaar wederzijds beïnvloeden.
Verschillende soorten groepen:
- Kleine groep: alle leden kennen elkaar persoonlijk
- Grote groep: één lid kent slecht enkele leden
- Primaire groep: groep waarmee een individu zich sterk persoonlijk verbonden voelt en
waarmee hij regelmatig contact heeft. Voorbeeld: gezin
- Secundaire groep: emotioneel gezien meer afstand. Voorbeeld: collega’s van verschillende
afdelingen
- Formele groepen: leden weten precies wat er van hen verwacht wordt. Belangrijke zaken als
het doel, regels en de namen van de leden zijn op papier vastgelegd. Voorbeeld: vereniging.
- Informele groep: leden weet niet precies wat er van hen verwacht wordt en het staat ook
nergens vastgelegd. Voorbeeld: vriendengroep.
Consumenten worden over het algemeen het sterkst beïnvloed door kleine, informele groepen.