1. Dubbelkarakter van de sport
Eigenheid van sport Inbedding van sport in de
samenleving
Lichamelijke activiteit Sport als instrument, sociaal
culturele
Spelelement. inbedding van sport. Sport
als middel
Sprt als doel
2. Opleidingsvisie SMO
????
3. Visie Huizinga, Suits
Formulering SPEL:
HUIZINGA:
Een vrije handeling, die als niet gemeend en buiten het gewone leven
staande bewust is, die niettemin de speler geheel in beslag kan nemen,
waaraan geen direct materieel belang verbonden is, of nut verworven
wordt, die zich binnen een opzettelijk bepaalde tijd en ruimte voltrekt, die
naar bepaalde regels ordelijk verloopt, en gemeeschapsverbanden in het
leven roept, die zich gaarne met geheim omringen of door vermomming
als anders dan de gewone wereld accentueren.
SUITS:
De volgende vier elementen dienen ten minste aanwezig te zijn:
1. Men poogt een bepaald doel te bereiken (het spelspecifiek doel & het ‘lusory
goal’ en het ‘pre-lusory goal’ (bv: als eerste de finishlijn passeren, meer
doelpunten maken dan de tegenstander). Een ‘lusory goal’ heeft per sport zijn
eigen intrinsieke doel.
2. Bij het nastreven van het ‘pre-lusory goal’ maakt men gebruik van alleen die
middelen, die in overeenstemming zijn met de regels (bv: voetbal niet met
handen).
3. Men laat zich leiden door bepaalde constituerende regels (bv: een marathon loper
mag niet de bus nemen). Dit zijn bepaalde obstakels op de weg die leidt naar het
‘pre-lusory goal’.
4. Deze constituerende regels (obstakels) worden op het werk of in het verkeer als
‘opzettelijk moeilijk doen’ gezien, maar bij ‘game’ worden ze vrijwillig
geaccepteerd. Het is hier de kern van de zaak.
Het spelen van een spel is dus een vrijwillige poging onnodige obstakels te overwinnen,
,al dan in combinatie met een speelse attitude (‘play’).
4. Spelen, spel en sport
Verschillen tussen spel en sport.
Spel/play:
Autotelisch karakter: Activiteit is doel op zich zelf. Denk aan een kind dat
zeep bellen kapot slaat.
Vrijwillig
Game: 4 kenmerken van een game:
- Doel: Lusory goal en een prelusory goal, lusory goal staat voor spel
specifiek doel. Denk aan judo, een judoka op bepaalde wijze zolang
op de mat drukken. Lusory goal, doel wat ook terug komt in andere
spelen. Denk aan de snelste zijn, of scoren. Pre-Lusory is sport
breed, dus een doel wat bij ‘alle’ sporten voorkomt: winnen bv.
- Lusory means: Gebruik van allen die middelen die in
overeenstemming zijn met de regels.
- Constituerende regels: Regels die de meest efficiënte middelen het
doel te bereiken verbieden. Denk aan buitenspel, of het niet mogen
missen van hindernissen ed.
- Regels worden geaccepteerd om dat zei het spel mogelijk maken.
Een game/spel wordt sport als:
- vaardigheidstraining bij komt kijken
- Competitie, agonaal karakter (STRIJD!)
- Fysiek
- Georganiseerd, (instutionalisering) bonden ed.
Play kan onderdeel zijn van een sport maar sport niet van play.
5. Essentialisme, operationalisme
Het essentialisme (wat doe je voor sporthandeling?)
Hierbij wordt gemeend dat het mogelijk is het wezen (de ‘essentie’) van sport eens en
voor altijd te typeren. Het gaat bij het essentialisme dan ook om de intrinsieke
kenmerken: sport wordt gezien als een ‘eigen wereld’ en staat dus los van historischculturele
en sociaal-maatschappelijke verbanden.
Sport wordt hier gezien als een constructie ddoor externe instanties (extrinsieke
waarden). Media, politiek, bedrijfsleven etc. zijn bepalend voor sport
6. 3 momenten van filosoferen
- Analytische moment: Verhelderend en bewust maken van begrippen
- Sociaalkritisch moment: verandering en alternatieve mogelijkheden.
- Extentiële moment: waardeoriëntatie en zingeving.
, 7. relationeel en substantieel mensbeeld
- Substantieel mensbeeld: kijk naar het lichaam als een ding,
substantie.
- Relationeel mensbeeld: lichaam in verhouding tot de rest van de
wereld. ‘de mens in relatie tot de wereld’
8. demarcatiecriteria van sport
- vastgelegde regels
- competitie, agonaal karakter
- fysiek/mentaal inspannen
- institutie (bonden ed)
- vaardigheid, training
- doel
9. Crum, versporting en ontsporting
Versporting vd samenleveing:
Sport als competitie, kinderen worden gepushed om te sporten.
Ontsporting vd samenleving:
Sport voor plezier
10. Crum, indeling sport
Topsport
Wedstrijdsport
Recreatiesport
Fitnessport
Avontuursport
Pleziersport
Cosmetische sport (Slank worden, body building)
Eigenheid van sport Inbedding van sport in de
samenleving
Lichamelijke activiteit Sport als instrument, sociaal
culturele
Spelelement. inbedding van sport. Sport
als middel
Sprt als doel
2. Opleidingsvisie SMO
????
3. Visie Huizinga, Suits
Formulering SPEL:
HUIZINGA:
Een vrije handeling, die als niet gemeend en buiten het gewone leven
staande bewust is, die niettemin de speler geheel in beslag kan nemen,
waaraan geen direct materieel belang verbonden is, of nut verworven
wordt, die zich binnen een opzettelijk bepaalde tijd en ruimte voltrekt, die
naar bepaalde regels ordelijk verloopt, en gemeeschapsverbanden in het
leven roept, die zich gaarne met geheim omringen of door vermomming
als anders dan de gewone wereld accentueren.
SUITS:
De volgende vier elementen dienen ten minste aanwezig te zijn:
1. Men poogt een bepaald doel te bereiken (het spelspecifiek doel & het ‘lusory
goal’ en het ‘pre-lusory goal’ (bv: als eerste de finishlijn passeren, meer
doelpunten maken dan de tegenstander). Een ‘lusory goal’ heeft per sport zijn
eigen intrinsieke doel.
2. Bij het nastreven van het ‘pre-lusory goal’ maakt men gebruik van alleen die
middelen, die in overeenstemming zijn met de regels (bv: voetbal niet met
handen).
3. Men laat zich leiden door bepaalde constituerende regels (bv: een marathon loper
mag niet de bus nemen). Dit zijn bepaalde obstakels op de weg die leidt naar het
‘pre-lusory goal’.
4. Deze constituerende regels (obstakels) worden op het werk of in het verkeer als
‘opzettelijk moeilijk doen’ gezien, maar bij ‘game’ worden ze vrijwillig
geaccepteerd. Het is hier de kern van de zaak.
Het spelen van een spel is dus een vrijwillige poging onnodige obstakels te overwinnen,
,al dan in combinatie met een speelse attitude (‘play’).
4. Spelen, spel en sport
Verschillen tussen spel en sport.
Spel/play:
Autotelisch karakter: Activiteit is doel op zich zelf. Denk aan een kind dat
zeep bellen kapot slaat.
Vrijwillig
Game: 4 kenmerken van een game:
- Doel: Lusory goal en een prelusory goal, lusory goal staat voor spel
specifiek doel. Denk aan judo, een judoka op bepaalde wijze zolang
op de mat drukken. Lusory goal, doel wat ook terug komt in andere
spelen. Denk aan de snelste zijn, of scoren. Pre-Lusory is sport
breed, dus een doel wat bij ‘alle’ sporten voorkomt: winnen bv.
- Lusory means: Gebruik van allen die middelen die in
overeenstemming zijn met de regels.
- Constituerende regels: Regels die de meest efficiënte middelen het
doel te bereiken verbieden. Denk aan buitenspel, of het niet mogen
missen van hindernissen ed.
- Regels worden geaccepteerd om dat zei het spel mogelijk maken.
Een game/spel wordt sport als:
- vaardigheidstraining bij komt kijken
- Competitie, agonaal karakter (STRIJD!)
- Fysiek
- Georganiseerd, (instutionalisering) bonden ed.
Play kan onderdeel zijn van een sport maar sport niet van play.
5. Essentialisme, operationalisme
Het essentialisme (wat doe je voor sporthandeling?)
Hierbij wordt gemeend dat het mogelijk is het wezen (de ‘essentie’) van sport eens en
voor altijd te typeren. Het gaat bij het essentialisme dan ook om de intrinsieke
kenmerken: sport wordt gezien als een ‘eigen wereld’ en staat dus los van historischculturele
en sociaal-maatschappelijke verbanden.
Sport wordt hier gezien als een constructie ddoor externe instanties (extrinsieke
waarden). Media, politiek, bedrijfsleven etc. zijn bepalend voor sport
6. 3 momenten van filosoferen
- Analytische moment: Verhelderend en bewust maken van begrippen
- Sociaalkritisch moment: verandering en alternatieve mogelijkheden.
- Extentiële moment: waardeoriëntatie en zingeving.
, 7. relationeel en substantieel mensbeeld
- Substantieel mensbeeld: kijk naar het lichaam als een ding,
substantie.
- Relationeel mensbeeld: lichaam in verhouding tot de rest van de
wereld. ‘de mens in relatie tot de wereld’
8. demarcatiecriteria van sport
- vastgelegde regels
- competitie, agonaal karakter
- fysiek/mentaal inspannen
- institutie (bonden ed)
- vaardigheid, training
- doel
9. Crum, versporting en ontsporting
Versporting vd samenleveing:
Sport als competitie, kinderen worden gepushed om te sporten.
Ontsporting vd samenleving:
Sport voor plezier
10. Crum, indeling sport
Topsport
Wedstrijdsport
Recreatiesport
Fitnessport
Avontuursport
Pleziersport
Cosmetische sport (Slank worden, body building)