Oefententamen Forensische orthopedagogiek en recht
Vraag 1. Wat is een driepootinstelling?
A. Raad voor de Kinderbescherming
B. Gecertificeerde Instelling
C. Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde instelling
samen
Vraag 2. Wat is de chronologische volgorde van de volgende
ontwikkelingen?
1. Ontheffing en ontzegging wordt gezag beëindiging
2. Wetvoorstel omtrent voogdij treedt in werking
3. Voorlopige toevertrouwing wordt vervangen door voorlopige voogdij
A. 1, 2, 3
B. 3, 1, 2
C. 2, 3, 1
Vraag 3. Hoe lang duurt een spoedmachtiging gesloten plaatsing
maximaal?
A. 2 weken
B. 4 weken
C. 3 maanden
Vraag 4. Wat is het subsidiariteitsprincipe?
A. Vrijwillige hulverlening heeft de voorkeur, gedwongen hulp is tijdelijk
en wordt beëindigd zodra het mogelijk is
B. Het belang van het kind staat centraal
C. De hulp dient zo weinig mogelijk in de bestaande verhouding in te
grijpen
Vraag 5. Welke uitspraak is juist?
A. GI is verantwoordelijk voor het tijdig initiëren van een maatregel
B. De Raad voor de Kinderbescherming voert
kinderbescheschermingsmaatregelen uit
C. De overheid moet zich niet bemoeien met opvoeding en verzorging
Vraag 6. Wie heeft inzage- en afschriftrecht?
A. Minderjarigen, ouders en pleegouders
B. Minderjarigen en ouders
C. Minderjarigen >12 en (pleeg)ouders
Vraag 7. Wat is geen taak van de Raad voor de Kinderbescherming?
A. Voorbereiding en uitvoering van taakstraf
Vraag 1. Wat is een driepootinstelling?
A. Raad voor de Kinderbescherming
B. Gecertificeerde Instelling
C. Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde instelling
samen
Vraag 2. Wat is de chronologische volgorde van de volgende
ontwikkelingen?
1. Ontheffing en ontzegging wordt gezag beëindiging
2. Wetvoorstel omtrent voogdij treedt in werking
3. Voorlopige toevertrouwing wordt vervangen door voorlopige voogdij
A. 1, 2, 3
B. 3, 1, 2
C. 2, 3, 1
Vraag 3. Hoe lang duurt een spoedmachtiging gesloten plaatsing
maximaal?
A. 2 weken
B. 4 weken
C. 3 maanden
Vraag 4. Wat is het subsidiariteitsprincipe?
A. Vrijwillige hulverlening heeft de voorkeur, gedwongen hulp is tijdelijk
en wordt beëindigd zodra het mogelijk is
B. Het belang van het kind staat centraal
C. De hulp dient zo weinig mogelijk in de bestaande verhouding in te
grijpen
Vraag 5. Welke uitspraak is juist?
A. GI is verantwoordelijk voor het tijdig initiëren van een maatregel
B. De Raad voor de Kinderbescherming voert
kinderbescheschermingsmaatregelen uit
C. De overheid moet zich niet bemoeien met opvoeding en verzorging
Vraag 6. Wie heeft inzage- en afschriftrecht?
A. Minderjarigen, ouders en pleegouders
B. Minderjarigen en ouders
C. Minderjarigen >12 en (pleeg)ouders
Vraag 7. Wat is geen taak van de Raad voor de Kinderbescherming?
A. Voorbereiding en uitvoering van taakstraf