Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Uitwerking theorievragen

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
6
Geüpload op
27-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Uitwerking van de theorievragen van hoofdstuk 14 tm/18, zoals wordt gevraagd voor het tentamen op de Windesheim Accountancy leerjaar 2

Voorbeeld van de inhoud

Theorievragen Jaarverslaggeving hoofdstuk 14 tm 18
Uitzondering van theorievragen hoofdstuk 15, 16.13 17.13 17.14 18.7 18.8

Hoofdstuk 14
1) Welke mankementen vertoont het historischekostenstelsel in tijden van prijsstijgingen
ten aanzien van de meting van de rentabiliteit
De winst wordt te hoog weergegeven en het eigen vermogen te laag: er is een dubbel flatterend effect
op de rentabiliteit.
2) Wat stelt het op de post Herwaarderingsreserve geboekte bedrag voor
Op de post Herwaarderingsreserve staat het bedrag van de vermogensstijging van de onderneming niet
uitgekeerd mag worden, maar gebonden is aan de onderneming.
3) Op welke wijze worden bij toepassing van het vervangingswaardestelsel prijsdalingen
verwerkt indien de herwaarderingsreserve is uitgeput?
Prijsdalingen worden dan ten laste van het resultaat gebracht
4) Wanneer wordt de herwaarderingsreserve gerealiseerd
De herwaarderingsreserve wordt gerealiseerd als de in de prijs gestegen activa worden verkocht
(voorraden_ of afgeschreven (duurzame productiemiddelen).
5) Waaruit bestaat (bij stijgende prijzen) het verschil in winst tussen het
vervangingswaardestelsel en het historischekostenstelsel?
Het verschil schuilt in de in de periode gerealiseerde herwaardering.
6) In hoeverre is de herwaarderingsreserve vrij uitkeerbaar?
Volgens de theorie van het vervangingswaardestelsel: helemaal niet.
Volgens de regelgevers: het gerealiseerde deel
7) Wat houdt bij toepassing van het vervangingswaardestelsel de
minimumwaarderingsregel op voorraden in?
Dit houdt in dat gewaardeerd wordt tegen de laagste van de vervangingswaarde en de verwachte netto-
opbrengst.
8) Op welke problemen stuit met bij het bepalen van de vervangingswaarde van een
activum
Problemen zijn:
 Van veel activa zijn geen marktprijzen voorhanden
 In geval van techniek niet-identieke vervanging wordt bepaling van de vervangingswaarde
zeer problematisch.
9) Noem ten aanzien van het gebruik van het vervangingswaardestelsel vier verschillen
tussen de regelgeving van de IASB enerzijds en die van de RJ en de Nederlandse wet
anderzijds
Standards IASB Voorschriften RJ/wet
Als actuele waarde wordt beschouwd de reële Als actuele waarde geldt de actuele kostprijs
waarde
In geval van realisatie hoeft de In geval van realisatie moet de
herwaarderingsreserve niet te worden afgeboekt herwaarderingsreserve worden afgeboekt
Herwaarderingsreserve mag niet vrijvallen ten Herwaarderingsreserve mag vrijvallen ten
gunste van het resultaat gunste van het resultaat
Vorming voorziening latente Vorming voorziening latente
belastingverplichtingen verplicht belastingsverplichtingen niet verplicht

10) In hoeverre is het vervangingswaardestelsel fiscaal toegestaan
Het vervangingswaarde is fiscaal in het geheel niet toegestaan

, Hoofdstuk 16:
1) Noem vijf mogelijke waarderingsgrondslagen voor een kapitaalbelang
1. Aanschafprijs
2. Actuele waarde
3. Reële waarde
4. Nettovermogenswaarde
5. Equitymethode
2) Wanneer spreken we bij onderlinge leveranties tussen een deelnemer en een
onderneming waarin wordt deelgenomen, van een downstream-sale en wanneer een
upstream-sale?
Bij een downstream-sale levert de deelnemer aan de onderneming waarin wordt deelgenomen, bij een
upstream-sale levert de onderneming waarin wordt deelgenomen aan de deelnemer.
3) Op welke wijze dienen volgens de RJ winsten op onderlinge leveranties tussen de
deelnemers en de onderneming waarin wordt deelgenomen, bij toepassing van de
nettovermogenswaarde, te worden geëlimineerd?
Deze winsten dienen te worden geëlimineerd in de jaarrekening van de deelnemer door ze uit de
balanspost Kapitaalbelang en uit de resultatenrekening Resultaat uit kapitaalbelang te halen (RJ260)
4) Geef aan wat de IASB verstaat onder een:
a. Subsidiary: een kapitaalbelang waarin de deelnemer de zeggenschap heeft, waarbij
de zeggenschap wordt gedefinieerd als het zijn blootgesteld aan of het hebben van
rechten op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij het
kapitaalbelang en het beschikken over de mogelijkheid die opbrengsten door zijn
macht over het kapitaalbelang te beïnvloeden
b. Associatie: een kapitaalbelang waarin de deelnemer invloed van betekenis heeft,
waarbij invloed van betekenis wordt gedefinieerd als de macht om deel te neme aan
de financiële en operationele beleidsbeslissingen van het kapitaalbelang.
c. Financial asset: een kapitaalbelang, niet zijnde een Subsidiary, joint arrangement of
een associatie.
5) Hoe moeten de in vraag 16.4 genoemde kapitaalbelangen volgens de IASB in de
enkelvoudige balans worden gewaardeerd?
Subsidiary en associaties moeten worden gewaardeerd tegen aanschafprijs of reële waarde of volgens
de Equitymethode.
Financial assets moeten worden gewaardeerd op reële waarde.
6) Definieer de volgende in de Nederlandse wet neergelegde begrippen:
a. Dochtermaatschappij :
 een dochtermaatschappij si een rechtspersoon waarin meer dan de helft van de stemrechten
uitgeoefend kan worden en/of waarvan meer dan de helft van de bestuurders of
commissarissen benoemd of ontslagen kunnen worden.
 een dochtermaatschappij is een onder eigen naam optredende vennootschap waarin de
rechtspersoon of één of meer van zijn dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens
schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden.
b. Deelneming:
 een deelneming is een rechtspersoon waarin kapitaal verschaft wordt teneinde een duurzame
verbondenheid te bewerkstelligen, ten dienst ervan de eigen werkzaamheid.
 Een deelneming is een niet-rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap waarin de
deelnemer als vennoot jegens schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of
daarin anderszins vennoot is teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten
dienste van de eigen werkzaamheid.
7) Wanneer is er sprake van een wettelijke vermoeden van een deelneming
Er is sprake van een wettelijke vermoeden van een deelneming bij een kapitaaldeelname van ten
minste 20 %

Documentinformatie

Geüpload op
27 oktober 2021
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2021/2022
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Epe
Bevat
Alle colleges
€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
daniellerusscher62

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
daniellerusscher62 Hogeschool Windesheim
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
1
Laatst verkocht
3 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen