Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Samenvatting colleges psychology.

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Cijfer
A+
Geüpload op
27-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting colleges psychology. Programma  Orthopedagogiek als handelingswetenschap.  Overzicht van behandelperspectieven - Modellen in vogelvlucht. Orthopedagogiek als handelingswetenschap Diagnostiek is samen met behandeling een onderdeel van de klinische cyclus. De orthopedagoog als professional Een orthopedagoog als professional moet kennis (over procedures en methodieken) en kunde toepassen. Je moet kennis hebben van de theorie, dus van de regulatieve cyclus en behandelingsmethodieken. Kunde betekent vaardig zijn in de rol van therapeut, veranderingsgericht zijn. Met als doel om dat wat gewenst is te realiseren: Het normatieve gezichtspunt. Het oorspronkelijk object van de orthopedagogiek is: Het afwijkende kind. De term ‘afwijkend’ bedraagt : het moeilijk opvoedbare kind, het kind met leerproblemen en het fysiek of mentaal beperkte kind. Doel van het orthopedagogisch ingrijpen is: Het kind helpen bij de maatschappelijke integratie. Therapiecyclus Voorafgaand aan de therapiecyclus komt de diagnostische cyclus (aanmelding, klachtanalyse, probleemanalyse en verklaringsanalyse). De verklaringsanalyse wordt afgesloten met een integratief beeld. Het integratief beeld is het startpunt van de indicatieanalyse. Indicatieanalyse als scharnierpunt, tussen de diagnostische cyclus en de therapiecyclus. De indicatieanalyse is een verantwoording voor de beste aanpak van het individuele probleem van de cliënt. Uit de indicatieanalyse komt een indicerende diagnose dit is een lijst met een of meer aanbevelingen voor een type interventie, deze interventie wordt in de behandelcyclus uitgevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met (contra)indicaties. Deze indicaties steunen op wetenschappelijke literatuur. Daarna wordt een nieuwe cyclus gestart: Naar therapie/interventie/behandelingscyclus. Het hele hulpverleningsproces heet dus de klinische cyclus. Deze bestaat uit de diagnostische cyclus en de therapiecyclus die ook wel behandelingscyclus wordt genoemd. De diagnostische cyclus bestaat uit klachtanalyse, probleemanalyse en verklaringsanalyse hierop volgt de indicatieanalyse die het scharnierpunt is tussen de diagnostische cyclus en de therapiecyclus. De therapiecyclus bestaat uit planning, uitvoering en beoordeling effect. Zie het schema op sheet 11. Orthopedagogiek als handelingswetenschap Met het onderbrengen van de diagnostische en therapeutische cyclus in de klinische cyclus bestrijk je de regulatieve cyclus; het evalueren van de effectiviteit van de geboden hulp. De regulatieve cyclus is beter geschikt dan de empirische cyclus omdat deze beter aansluit bij het doel van veranderen. De empirische cyclus is vooral gericht op het beschrijven. Orthopedagogisch handelen Binnen de onderscheiden fasen in het hulpverleningsproces moeten beslissingsmomenten worden ingebouwd (regulatieve cyclus) en moet de voortgang bewaakt worden door onderzoeksmomenten in te bouwen (empirische cyclus) Regulatief betekent dat je nadenkt over beslissingen en het handelingsproces. Dit is reflectie, cognitief van aard. Deze sturen je handelingsproces. Maar dit denken (regulatieve aspect) bepaalt niet alleen de output, ook emoties, hoe je om gaat met macht en wat je houding is als therapeut. Op de momenten dat je betrouwbare en valide informatie verzamelt, door hypothesen te toetsen, doe je onderzoek. Dan is sprake van empirische subcycli. Het hulpverleningsproces is in geheel regulatief, met empirische subcycli. Fasen van de regulatieve cyclus:  Probleemherkenning.  Probleemdefiniëring.  Bedenken en afwegen van behandelingsmogelijkheden.  Maken van een plan.  Plan uitvoeren: Continu monitoren en bijstellen van de behandeling aan de hand van de vooraf gestelde doelen.  Evaluatie: Is de gewenste verandering bereikt? En naar de tevredenheid van de cliënt vragen. Hierbinnen is een accentverschuiving te zien van informatieverwerking naar hulp. Wanneer je d eerste twee stappen hebt voltooid kijkt je welk doel je hebt voor het kind, wat er nodig is, wat de prioriteit is en welke indicaties er zijn. Integratie cycli (Zie sheet 15). In het schema uit Kievit staan de verschillende cycli. Complexiteit van behandeling Behandeling is complex omdat je gegevens moet integreren en er veel factoren een rol spelen en er meerde disciplines bij betrokken zijn. Ook werken verschillende onderzoekers vanuit verschillende tradities. Het integreren van gegevens wordt complexer naarmate de problematiek veelzijdiger is en er meer disciplines zijn betrokken. Het integreren van gegevens is lastiger, dus de behandeling is ook complexer. Veel factoren zijn bovendien van invloed op het uiteindelijke resultaat. Dialogische gerichtheid van de orthopedagoog draagt bovendien bij aan de complexiteit van de behandeling. Dat je in dialoog het proces van hulpverlening aangaat, maakt behandeling complex. Je kunt bijvoorbeeld te maken krijgen met een incompetentieverklaring van een cliënt, en mensen met andere waarden en normen tegenkomen. Tegenwoordig zijn er steeds meer niet traditionele/multiculturele gezinnen, waardoor er steeds meer afgestemd moet worden op wat de cliënt wil en waarvoor de cliënt gemotiveerd wordt. Orthopedagogische invalshoek  Verschil kind-adolescent: Je moet afstemmen op het ontwikkelingsniveau, dus afstemmen op cognitieve en sociaal-emotionele niveau. Kinderen zijn bijvoorbeeld nog minder talig, dus eerder in een spelkamer. Het kind is daarnaast nog afhankelijk van anderen, bijvoorbeeld van de ouders.  Ethische kwesties, bijvoorbeeld ouders vinden dat het kind een probleem heeft, terwijl het kind dat niet vindt. Een ethische kwestie is ook in hoeverre je de ouders inligt over wat het kind zegt en in hoeverre is het kind competent om vragen te beantwoorden. Overzicht behandelperspectieven Casus Billy Billy is opgenomen in een residentiële setting vanwege externaliserende problematiek/ongecontroleerde emotionele uitbarstingen ten opzichte van de medewerkers. Billy Slaat, schopt en bijt andere kinderen. Ook is sprake van internaliserende problematiek: Angst. Modellen  Ecologisch/Systemisch model.  Psychodynamisch model.  Client-centered model (humanistisch).  Biomedisch model.  Leertheoretisch model (behavioristisch en cognitief). Ecologisch model – Visie: Individu, context en interactie. Hierin wordt het functioneren van het gezin in zijn geheel bekeken, dit is van invloed op het gedrag en de ontwikkeling van het kind. De oorzaken van probleemgedrag zijn volgens deze visie dan ook te vinden in de maladaptieve patronen binnen het gezin. Opvoedingsstijlen/kenmerken die goed zijn is dat er een eerlijke disciplinering moet zijn, het kind moet gemonitord worden, je moet ondersteunend en betrokken zijn en laten zien hoe je omgaat met conflicten want dit modelleert een bepaald probleemoplossingsstrategie. Ook is er altijd sprake van wederkerigheid, wat een ouder laat zien beïnvloed de reactie van het kind. Diagnostische instrumenten de binnen dit model gebruikt worden zeggen dat je gedrag niet geïsoleerd kan bekijken, je moet bij het kijken naar gedrag altijd de context (in dit geval het gezinsfunctioneren) meenemen. Wanneer je het gezin in zijn geheel meeneemt gaat het kind zich minder als probleem zien, tevens kan je door het hele gezin uit te nodigen het kind observeren in de context van het gezin. Tevens dient met te kijken in meerdere (sub)systemen. Instrumenten die hierbij gebruikt kunnen worden zijn de gezinsobservatie, gezinsvragenlijsten, gezinsinterview en een genogram. Bij een genogram kijk je over generaties heen naar de demografische gegeven van in gezin en hiermee probeer je zicht te krijgen op de gezinsgeschiedenis. Bij behandeling ligt de focus dan ook op het gezinssysteem. Er moet gezorgd worden dat het gezinssysteem weer gezond en evenwichtig is. In het geval van casus Billy wordt het kind aangewezen als zondebok, maar het gezin wordt in zijn geheel meegenomen in de interventie. Het is goed om een gezinsinterview te doen om te zien waar de pathologie zit, en een gesprek waarin de verschillende rollen naar voren koen hierbij kan je kijken wat de functie is van het gedrag van Billy binnen het gezinsfunctioneren. Psychodynamisch model Wordt tegenwoordig niet veel meer mee gedaan. Volgens dit model wat de motivatie van menselijk gedrag bepaald door de behoefte aan veiligheid, warmte en acceptatie die de mens heeft. Gedrag is gericht op het voldoen aan deze behoeften. Het psychodynamisch model is gericht op het ontwikkelingsproces, voor persoonlijke ontwikkeling: Angst en emotionele crisissen. Bij het psychodynamisch model zijn personen in de vroege ontwikkeling van belang. Het psychodynamisch model is sterk gericht op de vroeg kinderlijken ontwikkeling, hoe de eerste ontwikkelingstaken bereikt zijn en hoe de eerste relaties zijn. Omdat de focus ligt op de vroegkinderlijke ontwikkeling, is sprake van een gedetermineerd mensbeeld. Dus als de vroege ontwikkeling niet goed verloopt, jammer dan. Je bent dan gedetermineerd, maar Freud biedt wel behandelingen. Je moet dan alle interne conflicten van de persoon samen met de cliënt oplossen. Dit betekent dus een lange, intensieve therapie. Daarnaast is aandacht voor het intra-psychische aspect individu. Intra-psychisch houdt oplossen van interne processen, interne conflicten in. Psychodynamisch model – Visie Persoonlijkheid is de uitkomst van een ontwikkelingsproces:  Id: Lustprincipe; als je spanning hebt of pijn wil vermijden doe je dat door lust te verwerven. Dit gaat puur om de subjectieve beleving.  Ego: Realiteitsprincipe; dit is de uitvoerder van de persoonlijkheid. Het controleert de acties en bemiddelt tussen de ID en het superego.  Superego: Bestaat uit het ego ideaal (wat je na wil streven) en het geweten (straft je) men wil het ideale en streeft naar perfectie. Het ID staat hier tegenover. Probleemgedrag ontstaat doordat de sociaal-emotionele ontwikkeling verstoord raakt door het niet succesvol oplossen van conflict tussen id, ego en superego of doordat er een conflict ontstaat in de orale, anale of fallische fase. Diagnostische instrumenten die binnen dit domein gebruikt worden zijn interview over de vroege ontwikkeling of projectieplaten. De behandeling is erop gericht de geblokkeerde ontwikkeling weer op gang te brengen door het kind inzicht te geven in tegenstrijdige wensen en gevoelens en het beïnvloeden van objectrelaties. Een interventie binnen dit domein is die van Melanie Klein: Eerste analytica die de rol van ‘spel’ benadrukte bij de behandeling van kinderen. Zij komt met de psychoanalytische interpretatie van het spel van het kind als equivalent van de vrije associatie. Psychodynamisch model – Billy Hoe heeft Billy goed kunnen ontwikkelen in vroege levensjaren? Uit de anamnese blijkt bijvoorbeeld zindelijkheidstraining. Vragen die belangrijk zijn: Doe je nog speltherapie bij een kind van 8 jaar? En hoe doe je dat bij adolescenten? Client-centered model (humanistisch) Er is sprake van een cliëntgerichte benadering waarin de mens centraal staat, van nature is de mens goed. Het magische kind heeft de natuurlijke ingrediënten met alle schadelijke invloeden die vanuit de maatschappij gaan. De ontwikkeling van het ‘self-concept’:  ‘Organismic valuing process’: Ieder individu heeft de innerlijke behoefte zichzelf te ontplooien (‘self’).  ‘Need for positive regard’: Een kind heeft een elementaire behoefte aan waardering van de ouders (‘experience’). Probleemgedrag ontstaat doordat er is sprake van een verstoring in de ontwikkeling van het ‘self-concept’ als gevolg van: Incongruentie tussen het ‘self’ en ‘experience’. Je zoekt dingen op waarvan je denkt dat ze goed voor je zijn maar krijgt hier geen waardering voor, de omgeving laat jou niet worden wat je wil. De verstoring ontstaat door druk van buitenaf om iemand te zijn, dat is belangrijk. Het humanistisch model probeert een omgeving te creëren die gekenmerkt wordt door onvoorwaardelijke positieve acceptatie, pas dan kunnen self en experience weer in evenwicht komen. Het ontwikkelen van een positief ‘self-concept’ en daarmee een basis creëren voor de ervaring van zelf-actualisatie staat centraal. Gesprekken worden gevoerd voor de persoonlijke ontwikkeling. Deze behandeling wordt nog weinig in de klinische behandelsetting toegepast, omdat het moeilijk is of sprake is van evidenced-based resultaten of effecten. De interventies zijn niet gericht op wat je doet, maar je houding en uitstraling als therapeut. Virginia Axline:  Relatie: Warmte en acceptatie.  Permissieve houding: Uitnodigen tot vrije expressie gevoelens.  Respect voor kind, vertrouwen in eigen vermogen problemen op te lossen.  Non-directieve instelling. Een non-directieve benadering houdt weinig sturend zijn als therapeut in. Client-centered model (humanistisch) – Billy Dit model laat kinderen emoties uiten, niet alleen structuur. Maar hoe doe je dat bij kinderen zoals Billy met ernstige emotie-regulatieproblemen? Biomedisch model Volgens het biomedisch model kan gedrag worden verklaard door de bestudering van neuro-psychologische processen, al dan niet in interactie met een stressvolle omgeving. Gedragsproblemen en emotionele problemen zijn terug te voeren op hersenorganische disfuncties: Genetisch, biochemisch/neurologisch (neurotransmitters, organische factoren, bijvoorbeeld de werking van de amygdala in de hersenen, en metabolische factoren) en temperament. Binnen dit model wordt naar de ontwikkelingsgeschiedenis gekeken. Is sprake van een knik in de ontwikkeling, dus vooraf normale ontwikkeling? Of is het kind van jongs af aan al druk en heeft het kind van jongs af aan al problemen? Die differentiatie is belangrijk. Diagnostiek is daarom dus belangrijk, maar de diagnostiek is kort door verzekering. Daarom ligt de nadruk op de biomedische mode. Daarnaast wordt neuro(psycho)logisch onderzoek gedaan. Bij behandeling wil men wijzigingen aanbrengen in (chemische huishouding) hersengebieden, Bijvoorbeeld bij ADHD in het frontale deel van de hersenen. Interventies zijn diëten en psychofarmacologie zoals stimulantia, anti-depressiva en neuroleptica. Biomedisch model – Billy Volgens dit model moet Ritalin voorgeschreven worden bij Billy. Behavioristisch model - (Leertheoretisch model) Al het gedrag is aangeleerd en kan dus ook afgeleerd worden. Gedrag is een functie van omgevingsfactoren of ervaringen uit het verleden. Gedrag is het uitkomsten van een leerproces zoals klassieke conditionering, operant conditionering en sociaal leren. De behandeling is vaak gericht op een combinatie van de leerprincipes voor het aanleren van nieuw gedrag en nieuwe betekenissen. Cognitief model - (Leertheoretisch model) Volgens het cognitieve model is sprake van inadequaat gedrag en emotionele problemen door onjuiste cognities. Onjuiste cognities uiten zich in: Negatieve verwachtingen en waardering, onjuiste attributies en irrationele overtuigingen, en in tekorten in zelfregulatie en zelfcontrole. De behandeling omvat het wijzigen disfunctionele gedachten en het leren van cognitieve vaardigheden en strategieën. Leertheoretisch model – Billy Gedachten en interacties met de omgeving. Meervoudig risicomodel (Zie sheet 51). Hoorcollege 2: Cognitief Gedragstherapeutisch denken en handelen – Analysemodellen en interventietechnieken Cognitief gedragstherapeutische stroming Samensmelting uit:  De leertheorie, behavioristisch model (eerste generatie): Operante conditionering, Sociaal leren, Klassieke conditionering.  De cognitieve theorie (tweede generatie) Als gedragstherapeut maak je gebruik van principes uit de leertheorie, vaak in combinatie met principes uit de cognitieve theorie. Er is sprake van een verschil tussen leren en performance. Leren is datgene wat je leert en performance is datgene wat je uitvoert, wat je doet. De meeste behandelingsprogramma’s zijn gebaseerd op CGT-gedachtegoed. Waarde van CGT voor orthopedagogen: Manier van denken, manier om naar problemen te kijken en deze te beschrijven. Je krijgt een bril aangeboden, een manier van denken, een manier om naar te kijken en deze te beschrijven. Het biedt modellen om te verklaren: Waarom een kind bepaald gedrag in een bepaalde situatie toont. Je moet het gedrag van een kind altijd zien in een context: In de situatie, maar ook in een tijdscontext. Hoe dit gedrag samenhangt met omgevingsfactoren. Hoe dit gedrag samenhangt met de wijze waarop het kind zichzelf en de omgeving percipieert. Hoe dit gedrag samenhangt met eerdere gebeurtenissen in het leven van dit kind. Biedt modellen waarom opvoeders doen zoals ze doen. Interventietechnieken zowel voor therapeut als cliënt. Er zijn veel evidence based methodieken. Drie verklaringsmodellen, dit zijn modellen waarmee je achteraf een hypothese op kunt stellen:  FA functieanalyse: Hypothese over uitlokkers en instandhouding van probleemgedrag (operant conditionering, leertheorie, sociaal leren).  BA betekenisanalyse: Hypothese over de betekenis van waaruit een persoon heeft geleerd om te reageren op een specifieke situatie of prikkel (klassieke conditionering, leertheorie). Hoe komt het dat het kind bijna reflexmatig reageert in die situatie?  CCC cognitieve casus conceptualisatie: Hypothese over de interactie tussen een specifieke prikkel en gedachte, gevoel en gedrag in deze situatie. Betekenis verlening is vertekend door levenservaringen (cognitieve theorie). 1a. Operant conditioneren (Skinner) Skinner heeft geëxperimenteerd met differentiële bekrachtiging. Dat gedrag waarbij de gevolgen overwegend positief zijn, blijven bestaan. Gedrag kun je zien/is zichtbaar (bijvoorbeeld vermijding), maar ook coverage: Piekeren en fantaseren. Dat gedrag is niet zichtbaar. Studiegedrag voor tentamen: Je begint steeds te laat met studeren voor een tentamen. Maar waarom doe je dat? Je blijft dat doen, omdat je de tentamens vaak wel haalt. Maar er kunnen ook nadelen zitten aan dat gedrag: Later beginnen met studeren geeft stress. Het voordeel weegt echter meer dan het nadeel. Je kunt bijvoorbeeld beter studeren onder druk. Mensen zijn bovendien uit op genot. Uitgangspunt operante leertheorie Gedrag overt of covert (zoals piekeren, fantaseren): Al het gedrag is aangeleerd (dus ook probleemgedrag). Gedrag wordt ontlokt door bepaalde omgevingsfactoren. Gedrag wordt in stand gehouden door de gevolgen van dat gedrag. Gedrag in een bepaalde situatie blijft bestaan als de gevolgen overwegend prettig zijn. Overwegend prettige gevolgen (iets fijns krijgen of iets vervelends wordt weggenomen of blijft uit). Maar ook: gedrag kan systematisch veranderd worden. We kunnen gedrag systematisch veranderen als we weten hoe gedrag ontstaat en in stand gehouden wordt.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting colleges
College 1
Programma
 Orthopedagogiek als handelingswetenschap.
 Overzicht van behandelperspectieven - Modellen in vogelvlucht.


Orthopedagogiek als handelingswetenschap
Diagnostiek is samen met behandeling een onderdeel van de klinische cyclus.


De orthopedagoog als professional
Een orthopedagoog als professional moet kennis (over procedures en methodieken) en kunde toepassen. Je
moet kennis hebben van de theorie, dus van de regulatieve cyclus en behandelingsmethodieken. Kunde
betekent vaardig zijn in de rol van therapeut, veranderingsgericht zijn. Met als doel om dat wat gewenst is te
realiseren: Het normatieve gezichtspunt. Het oorspronkelijk object van de orthopedagogiek is: Het afwijkende
kind.


De term ‘afwijkend’ bedraagt : het moeilijk opvoedbare kind, het kind met leerproblemen en het fysiek of
mentaal beperkte kind. Doel van het orthopedagogisch ingrijpen is: Het kind helpen bij de maatschappelijke
integratie.


Therapiecyclus
Voorafgaand aan de therapiecyclus komt de diagnostische cyclus (aanmelding, klachtanalyse, probleemanalyse
en verklaringsanalyse). De verklaringsanalyse wordt afgesloten met een integratief beeld. Het integratief beeld
is het startpunt van de indicatieanalyse. Indicatieanalyse als scharnierpunt, tussen de diagnostische cyclus en
de therapiecyclus. De indicatieanalyse is een verantwoording voor de beste aanpak van het individuele
probleem van de cliënt. Uit de indicatieanalyse komt een indicerende diagnose dit is een lijst met een of meer
aanbevelingen voor een type interventie, deze interventie wordt in de behandelcyclus uitgevoerd. Hierbij wordt
rekening gehouden met (contra)indicaties. Deze indicaties steunen op wetenschappelijke literatuur. Daarna
wordt een nieuwe cyclus gestart: Naar therapie/interventie/behandelingscyclus.


Het hele hulpverleningsproces heet dus de klinische cyclus. Deze bestaat uit de diagnostische cyclus en de
therapiecyclus die ook wel behandelingscyclus wordt genoemd. De diagnostische cyclus bestaat uit
klachtanalyse, probleemanalyse en verklaringsanalyse hierop volgt de indicatieanalyse die het scharnierpunt is
tussen de diagnostische cyclus en de therapiecyclus. De therapiecyclus bestaat uit planning, uitvoering en
beoordeling effect. Zie het schema op sheet 11.


Orthopedagogiek als handelingswetenschap
Met het onderbrengen van de diagnostische en therapeutische cyclus in de klinische cyclus bestrijk je de
regulatieve cyclus; het evalueren van de effectiviteit van de geboden hulp. De regulatieve cyclus is beter
geschikt dan de empirische cyclus omdat deze beter aansluit bij het doel van veranderen. De empirische cyclus
is vooral gericht op het beschrijven.


Orthopedagogisch handelen
Binnen de onderscheiden fasen in het hulpverleningsproces moeten beslissingsmomenten worden ingebouwd
(regulatieve cyclus) en moet de voortgang bewaakt worden door onderzoeksmomenten in te bouwen
(empirische cyclus)

,Regulatief betekent dat je nadenkt over beslissingen en het handelingsproces. Dit is reflectie, cognitief van aard.
Deze sturen je handelingsproces. Maar dit denken (regulatieve aspect) bepaalt niet alleen de output, ook
emoties, hoe je om gaat met macht en wat je houding is als therapeut. Op de momenten dat je betrouwbare en
valide informatie verzamelt, door hypothesen te toetsen, doe je onderzoek. Dan is sprake van empirische
subcycli. Het hulpverleningsproces is in geheel regulatief, met empirische subcycli.


Fasen van de regulatieve cyclus:
 Probleemherkenning.
 Probleemdefiniëring.
 Bedenken en afwegen van behandelingsmogelijkheden.
 Maken van een plan.
 Plan uitvoeren: Continu monitoren en bijstellen van de behandeling aan de hand van de vooraf
gestelde doelen.
 Evaluatie: Is de gewenste verandering bereikt? En naar de tevredenheid van de cliënt vragen.


Hierbinnen is een accentverschuiving te zien van informatieverwerking naar hulp. Wanneer je d eerste twee
stappen hebt voltooid kijkt je welk doel je hebt voor het kind, wat er nodig is, wat de prioriteit is en welke
indicaties er zijn.


Integratie cycli
(Zie sheet 15). In het schema uit Kievit staan de verschillende cycli.


Complexiteit van behandeling
Behandeling is complex omdat je gegevens moet integreren en er veel factoren een rol spelen en er meerde
disciplines bij betrokken zijn. Ook werken verschillende onderzoekers vanuit verschillende tradities. Het
integreren van gegevens wordt complexer naarmate de problematiek veelzijdiger is en er meer disciplines zijn
betrokken. Het integreren van gegevens is lastiger, dus de behandeling is ook complexer. Veel factoren zijn
bovendien van invloed op het uiteindelijke resultaat. Dialogische gerichtheid van de orthopedagoog draagt
bovendien bij aan de complexiteit van de behandeling. Dat je in dialoog het proces van hulpverlening aangaat,
maakt behandeling complex. Je kunt bijvoorbeeld te maken krijgen met een incompetentieverklaring van een
cliënt, en mensen met andere waarden en normen tegenkomen. Tegenwoordig zijn er steeds meer niet
traditionele/multiculturele gezinnen, waardoor er steeds meer afgestemd moet worden op wat de cliënt wil en
waarvoor de cliënt gemotiveerd wordt.


Orthopedagogische invalshoek
 Verschil kind-adolescent: Je moet afstemmen op het ontwikkelingsniveau, dus afstemmen op cognitieve
en sociaal-emotionele niveau. Kinderen zijn bijvoorbeeld nog minder talig, dus eerder in een spelkamer.
Het kind is daarnaast nog afhankelijk van anderen, bijvoorbeeld van de ouders.
 Ethische kwesties, bijvoorbeeld ouders vinden dat het kind een probleem heeft, terwijl het kind dat niet
vindt. Een ethische kwestie is ook in hoeverre je de ouders inligt over wat het kind zegt en in hoeverre is
het kind competent om vragen te beantwoorden.


Overzicht behandelperspectieven
Casus Billy
Billy is opgenomen in een residentiële setting vanwege externaliserende problematiek/ongecontroleerde
emotionele uitbarstingen ten opzichte van de medewerkers. Billy Slaat, schopt en bijt andere kinderen. Ook is
sprake van internaliserende problematiek: Angst.

,Modellen
 Ecologisch/Systemisch model.
 Psychodynamisch model.
 Client-centered model (humanistisch).
 Biomedisch model.
 Leertheoretisch model (behavioristisch en cognitief).


Ecologisch model – Visie: Individu, context en interactie.
Hierin wordt het functioneren van het gezin in zijn geheel bekeken, dit is van invloed op het gedrag en de
ontwikkeling van het kind. De oorzaken van probleemgedrag zijn volgens deze visie dan ook te vinden in de
maladaptieve patronen binnen het gezin. Opvoedingsstijlen/kenmerken die goed zijn is dat er een eerlijke
disciplinering moet zijn, het kind moet gemonitord worden, je moet ondersteunend en betrokken zijn en laten
zien hoe je omgaat met conflicten want dit modelleert een bepaald probleemoplossingsstrategie. Ook is er altijd
sprake van wederkerigheid, wat een ouder laat zien beïnvloed de reactie van het kind.
Diagnostische instrumenten de binnen dit model gebruikt worden zeggen dat je gedrag niet geïsoleerd kan
bekijken, je moet bij het kijken naar gedrag altijd de context (in dit geval het gezinsfunctioneren) meenemen.
Wanneer je het gezin in zijn geheel meeneemt gaat het kind zich minder als probleem zien, tevens kan je door
het hele gezin uit te nodigen het kind observeren in de context van het gezin. Tevens dient met te kijken in
meerdere (sub)systemen. Instrumenten die hierbij gebruikt kunnen worden zijn de gezinsobservatie,
gezinsvragenlijsten, gezinsinterview en een genogram. Bij een genogram kijk je over generaties heen naar de
demografische gegeven van in gezin en hiermee probeer je zicht te krijgen op de gezinsgeschiedenis.
Bij behandeling ligt de focus dan ook op het gezinssysteem. Er moet gezorgd worden dat het gezinssysteem
weer gezond en evenwichtig is.


In het geval van casus Billy wordt het kind aangewezen als zondebok, maar het gezin wordt in zijn geheel
meegenomen in de interventie. Het is goed om een gezinsinterview te doen om te zien waar de pathologie zit,
en een gesprek waarin de verschillende rollen naar voren koen hierbij kan je kijken wat de functie is van het
gedrag van Billy binnen het gezinsfunctioneren.


Psychodynamisch model
Wordt tegenwoordig niet veel meer mee gedaan. Volgens dit model wat de motivatie van menselijk gedrag
bepaald door de behoefte aan veiligheid, warmte en acceptatie die de mens heeft. Gedrag is gericht op het
voldoen aan deze behoeften. Het psychodynamisch model is gericht op het ontwikkelingsproces, voor
persoonlijke ontwikkeling: Angst en emotionele crisissen. Bij het psychodynamisch model zijn personen in de
vroege ontwikkeling van belang. Het psychodynamisch model is sterk gericht op de vroeg kinderlijken
ontwikkeling, hoe de eerste ontwikkelingstaken bereikt zijn en hoe de eerste relaties zijn. Omdat de focus ligt op
de vroegkinderlijke ontwikkeling, is sprake van een gedetermineerd mensbeeld. Dus als de vroege ontwikkeling
niet goed verloopt, jammer dan. Je bent dan gedetermineerd, maar Freud biedt wel behandelingen. Je moet dan
alle interne conflicten van de persoon samen met de cliënt oplossen. Dit betekent dus een lange, intensieve
therapie. Daarnaast is aandacht voor het intra-psychische aspect individu. Intra-psychisch houdt oplossen van
interne processen, interne conflicten in.


Psychodynamisch model – Visie
Persoonlijkheid is de uitkomst van een ontwikkelingsproces:
 Id: Lustprincipe; als je spanning hebt of pijn wil vermijden doe je dat door lust te verwerven. Dit gaat
puur om de subjectieve beleving.

,  Ego: Realiteitsprincipe; dit is de uitvoerder van de persoonlijkheid. Het controleert de acties en
bemiddelt tussen de ID en het superego.
 Superego: Bestaat uit het ego ideaal (wat je na wil streven) en het geweten (straft je) men wil het
ideale en streeft naar perfectie. Het ID staat hier tegenover.


Probleemgedrag ontstaat doordat de sociaal-emotionele ontwikkeling verstoord raakt door het niet succesvol
oplossen van conflict tussen id, ego en superego of doordat er een conflict ontstaat in de orale, anale of fallische
fase. Diagnostische instrumenten die binnen dit domein gebruikt worden zijn interview over de vroege
ontwikkeling of projectieplaten. De behandeling is erop gericht de geblokkeerde ontwikkeling weer op gang te
brengen door het kind inzicht te geven in tegenstrijdige wensen en gevoelens en het beïnvloeden van
objectrelaties.
Een interventie binnen dit domein is die van Melanie Klein: Eerste analytica die de rol van ‘spel’ benadrukte bij
de behandeling van kinderen. Zij komt met de psychoanalytische interpretatie van het spel van het kind als
equivalent van de vrije associatie.


Psychodynamisch model – Billy
Hoe heeft Billy goed kunnen ontwikkelen in vroege levensjaren? Uit de anamnese blijkt bijvoorbeeld
zindelijkheidstraining. Vragen die belangrijk zijn: Doe je nog speltherapie bij een kind van 8 jaar? En hoe doe je
dat bij adolescenten?


Client-centered model (humanistisch)
Er is sprake van een cliëntgerichte benadering waarin de mens centraal staat, van nature is de mens goed. Het
magische kind heeft de natuurlijke ingrediënten met alle schadelijke invloeden die vanuit de maatschappij gaan.
De ontwikkeling van het ‘self-concept’:
 ‘Organismic valuing process’: Ieder individu heeft de innerlijke behoefte zichzelf te ontplooien (‘self’).
 ‘Need for positive regard’: Een kind heeft een elementaire behoefte aan waardering van de ouders
(‘experience’).


Probleemgedrag ontstaat doordat er is sprake van een verstoring in de ontwikkeling van het ‘self-concept’ als
gevolg van: Incongruentie tussen het ‘self’ en ‘experience’. Je zoekt dingen op waarvan je denkt dat ze goed
voor je zijn maar krijgt hier geen waardering voor, de omgeving laat jou niet worden wat je wil. De verstoring
ontstaat door druk van buitenaf om iemand te zijn, dat is belangrijk.
Het humanistisch model probeert een omgeving te creëren die gekenmerkt wordt door onvoorwaardelijke
positieve acceptatie, pas dan kunnen self en experience weer in evenwicht komen. Het ontwikkelen van een
positief ‘self-concept’ en daarmee een basis creëren voor de ervaring van zelf-actualisatie staat centraal.
Gesprekken worden gevoerd voor de persoonlijke ontwikkeling. Deze behandeling wordt nog weinig in de
klinische behandelsetting toegepast, omdat het moeilijk is of sprake is van evidenced-based resultaten of
effecten.
De interventies zijn niet gericht op wat je doet, maar je houding en uitstraling als therapeut.


Virginia Axline:
 Relatie: Warmte en acceptatie.
 Permissieve houding: Uitnodigen tot vrije expressie gevoelens.
 Respect voor kind, vertrouwen in eigen vermogen problemen op te lossen.
 Non-directieve instelling. Een non-directieve benadering houdt weinig sturend zijn als therapeut in.


Client-centered model (humanistisch) – Billy

Documentinformatie

Geüpload op
27 oktober 2021
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2021/2022
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€4,43
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ExcelAcademia2026 Chamberlain College Of Nursing
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2227
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
1651
Documenten
9074
Laatst verkocht
3 uur geleden
EXCEL ACADEMIA TUTORS

At Excel Academia Tutoring, You will get solutions to all subjects in both assignments and major exams. Contact me for assistance. Good luck! Well-researched education materials for you. Expert in Nursing, Mathematics, Psychology, Biology etc. My Work has the Latest & Updated Exam Solutions, Study Guides and Notes (100% Verified Solutions that Guarantee Success)

3,7

377 beoordelingen

5
156
4
80
3
70
2
23
1
48

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen