biologie Hs 2 voortplanting en
ontwikkeling
2.1 voortplaningsstelsel van de man
balzak: huidplooi waar de teelballen in liggen.
teelballen produceren elke dag miljoenen zaadcellen.
bijballen: daar worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen.
de zaadleider: vervoeren de zaadcellen richting de prostaat.
zaadcellen kunnen zich door middel van een zweepstaart voortbewegen.
De zaadblaasjes en de prostaat: voegen vocht toe aan de zaadcelle,
Dankzij dit vocht kunnen de zaadcellen beter bewegen.
het vocht uit de zaadblaasjes zitten voedingsstoffen
urinebuis: voert urine af vaniut de urinebuis. Bij een zaadlosing komt de
sperma door de urinebuis naar buiten.
zwellichamen: kunnen zich vullen mey bloed, daardoor word de penis
groter en steviger. (erectie)
eikel: het gevoeligste deel van de penis.
geslachtgemeenschap: daarbij brengt een man zijn penis in de vagina van
een vrouw. De penis is dan in erectie. Door bewegingen van man en vrouw
wordt de penis in de vagina op en neer bewogen. De eikel wordt daardoor
geprikkeld Dat kan bij de man leiden tot zaadlosing.
(klaarkomen/orgasme)
masturbatie: Hierbij beweegt hij met zijn hand de voorhuid over de eikel
heen en weer, zo kan de man ook klaarkomen.
, 2.2 voortplantingsstelsel van de vrouw
eierstokken: Daar vindt de ontwikkeling plaats van de eicellen.
Een eicel is groot in vergelijking met een zaadzaal, Omdat een
eicel veel reservevoedsel bevat, Dat is nodig voor de eerste
ontwikkeling van de bevruchte eicel. (een zaadcel bevat geen
reservevoedsel).
Eicellen kunnen vanaf de puberteit tot aan de overgang (ong. 50
jaar) vrijkomen.
follikel : komt maar 1 keer per vier weken tot volledige rijping.
Een Rijpe follikel: Neemt erg veel vocht op, Daardoor groeit hij en
barst hij uiteindelijk open, Hierbij komt de eicel vrij. (ovulatie)
gele lichaam: overblijfselen van het opengebarsten follikel in de
eierstok.
Eileider: vangt de vrijgekomen eicel op. De eileiders vervoeren de
eicellen in de richting van de baarmoeder.
clitoris: ligt vooraan tussen de kleine schaamlippen.
Urine buis: ligt achter de clitoris.
vaginale vocht: vocht dat vrij komt bij seksuele opwinding via de
wand van de kleine schaamlippen.
Grote schaamlippen: liggen
om de kleine schaamlippen
heen. Tussen die plooien kan
slijm gaan zitten. Hierin
kunnen bacteriën en
schimmels snel verspreiden.
maagdenvlies: Een
slijmvliesplooi, aan het begin
van de vagina. Bij
geslachtgemeenschap kan
deze slijmvliesplooi wat
ontwikkeling
2.1 voortplaningsstelsel van de man
balzak: huidplooi waar de teelballen in liggen.
teelballen produceren elke dag miljoenen zaadcellen.
bijballen: daar worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen.
de zaadleider: vervoeren de zaadcellen richting de prostaat.
zaadcellen kunnen zich door middel van een zweepstaart voortbewegen.
De zaadblaasjes en de prostaat: voegen vocht toe aan de zaadcelle,
Dankzij dit vocht kunnen de zaadcellen beter bewegen.
het vocht uit de zaadblaasjes zitten voedingsstoffen
urinebuis: voert urine af vaniut de urinebuis. Bij een zaadlosing komt de
sperma door de urinebuis naar buiten.
zwellichamen: kunnen zich vullen mey bloed, daardoor word de penis
groter en steviger. (erectie)
eikel: het gevoeligste deel van de penis.
geslachtgemeenschap: daarbij brengt een man zijn penis in de vagina van
een vrouw. De penis is dan in erectie. Door bewegingen van man en vrouw
wordt de penis in de vagina op en neer bewogen. De eikel wordt daardoor
geprikkeld Dat kan bij de man leiden tot zaadlosing.
(klaarkomen/orgasme)
masturbatie: Hierbij beweegt hij met zijn hand de voorhuid over de eikel
heen en weer, zo kan de man ook klaarkomen.
, 2.2 voortplantingsstelsel van de vrouw
eierstokken: Daar vindt de ontwikkeling plaats van de eicellen.
Een eicel is groot in vergelijking met een zaadzaal, Omdat een
eicel veel reservevoedsel bevat, Dat is nodig voor de eerste
ontwikkeling van de bevruchte eicel. (een zaadcel bevat geen
reservevoedsel).
Eicellen kunnen vanaf de puberteit tot aan de overgang (ong. 50
jaar) vrijkomen.
follikel : komt maar 1 keer per vier weken tot volledige rijping.
Een Rijpe follikel: Neemt erg veel vocht op, Daardoor groeit hij en
barst hij uiteindelijk open, Hierbij komt de eicel vrij. (ovulatie)
gele lichaam: overblijfselen van het opengebarsten follikel in de
eierstok.
Eileider: vangt de vrijgekomen eicel op. De eileiders vervoeren de
eicellen in de richting van de baarmoeder.
clitoris: ligt vooraan tussen de kleine schaamlippen.
Urine buis: ligt achter de clitoris.
vaginale vocht: vocht dat vrij komt bij seksuele opwinding via de
wand van de kleine schaamlippen.
Grote schaamlippen: liggen
om de kleine schaamlippen
heen. Tussen die plooien kan
slijm gaan zitten. Hierin
kunnen bacteriën en
schimmels snel verspreiden.
maagdenvlies: Een
slijmvliesplooi, aan het begin
van de vagina. Bij
geslachtgemeenschap kan
deze slijmvliesplooi wat