Geschiedenis
Hoofdstuk 10
Joelle Willemsen
Frankrijk: Franse Revolutie (1789-1799):
- Verlichtingsidealen: liberalisme (vrijheid) en socialisme (gelijkheid).
- Frankrijk wordt uiteindelijk een republiek (na 1792).
Napoleon (1799-1814):
- Eind gemaakt aan adellijke privileges.
- Vorsten werden vervangen door familie van Napoleon.
- Vernieuwing (nieuwe grenzen, nieuwe wetten en nieuwe bestuursfuncties).
Restauratie (1815-1830):
- Moest toekomstige revoluties voorkomen
- Ancien regime herstellen (koningen aan de macht).
- Oude vorsten werden in hun oude rechten hersteld
- Machtsevenwicht tussen de grote staten
Eerste golf liberale revolutie 1830:
- Liberalen kwamen in opstand tegen de conservatieven
De koning vluchtte en werd vervangen door een ‘’burgerkoning’’.
o Liberalisme: voorstanders van vrijheid van meningsuiting, drukpers en vergadering,
grondwet en invloed van burgers.
o Conservatisme: Traditioneel bestuur met koning/keizer en adel beste garantie voor
veiligheid en stabiliteit, steunde de restauratie.
Tweede golf liberale revolutie 1848
- Begin van de onrust > koning trad af > burgers kregen meer rechten
o Mannen kregen ‘’algemeen stemrecht’’
Nederland: De Republiek (tot 1795):
- Samenwerkingsverband van zelfstandige gewesten met eigen regels en afspraken
- Geen verkiezingen
- Eindigde via een staatsgreep door Bataafse en Franse revolutionairen
Bataafse Republiek (1795-1806):
- Eenheidsstaat
- Gevormd naar voorbeeld van Franse Republiek
- Militaire steun van Franse republiek
Koninkrijk Nederland (1806-1810):
- Onder leiding van Koning Lodewijk Napoleon
- Probeerde leger te verkleinen
- Paste zich aan op Ned. Volk i.p.v. op Napoleon
- Opgeheven doordat Lodewijk niet deed wat Napoleon wilde
Daarna Nederland bij Frans Keizerrijk (1810-1814):
Koninkrijk Nederland (1815- ?)
- Groter grondgebied door aansluiting Oostenrijkse Nederlanden
- Centraal bestuurde staat met overal dezelfde wetten en regels
- Constitutionele monarchie ontstaan > koning verbonden aan de grondwet
- Koning en ministers werden gecontroleerd door een parlement dat door een deel van de
bevolking indirect gekozen werd.
Door getrapte verkiezingen: kiezers kozen de leden van de Provinciale Staten en die
kozen dan de Tweede Kamer.
- Censuskiesrecht
Hoofdstuk 10
Joelle Willemsen
Frankrijk: Franse Revolutie (1789-1799):
- Verlichtingsidealen: liberalisme (vrijheid) en socialisme (gelijkheid).
- Frankrijk wordt uiteindelijk een republiek (na 1792).
Napoleon (1799-1814):
- Eind gemaakt aan adellijke privileges.
- Vorsten werden vervangen door familie van Napoleon.
- Vernieuwing (nieuwe grenzen, nieuwe wetten en nieuwe bestuursfuncties).
Restauratie (1815-1830):
- Moest toekomstige revoluties voorkomen
- Ancien regime herstellen (koningen aan de macht).
- Oude vorsten werden in hun oude rechten hersteld
- Machtsevenwicht tussen de grote staten
Eerste golf liberale revolutie 1830:
- Liberalen kwamen in opstand tegen de conservatieven
De koning vluchtte en werd vervangen door een ‘’burgerkoning’’.
o Liberalisme: voorstanders van vrijheid van meningsuiting, drukpers en vergadering,
grondwet en invloed van burgers.
o Conservatisme: Traditioneel bestuur met koning/keizer en adel beste garantie voor
veiligheid en stabiliteit, steunde de restauratie.
Tweede golf liberale revolutie 1848
- Begin van de onrust > koning trad af > burgers kregen meer rechten
o Mannen kregen ‘’algemeen stemrecht’’
Nederland: De Republiek (tot 1795):
- Samenwerkingsverband van zelfstandige gewesten met eigen regels en afspraken
- Geen verkiezingen
- Eindigde via een staatsgreep door Bataafse en Franse revolutionairen
Bataafse Republiek (1795-1806):
- Eenheidsstaat
- Gevormd naar voorbeeld van Franse Republiek
- Militaire steun van Franse republiek
Koninkrijk Nederland (1806-1810):
- Onder leiding van Koning Lodewijk Napoleon
- Probeerde leger te verkleinen
- Paste zich aan op Ned. Volk i.p.v. op Napoleon
- Opgeheven doordat Lodewijk niet deed wat Napoleon wilde
Daarna Nederland bij Frans Keizerrijk (1810-1814):
Koninkrijk Nederland (1815- ?)
- Groter grondgebied door aansluiting Oostenrijkse Nederlanden
- Centraal bestuurde staat met overal dezelfde wetten en regels
- Constitutionele monarchie ontstaan > koning verbonden aan de grondwet
- Koning en ministers werden gecontroleerd door een parlement dat door een deel van de
bevolking indirect gekozen werd.
Door getrapte verkiezingen: kiezers kozen de leden van de Provinciale Staten en die
kozen dan de Tweede Kamer.
- Censuskiesrecht