Hoorcollege ‘veroudering en geriatrie’
Ouderen:
- Senioren 58-82 jaar
- Bejaarden >83 jaar
Gerontologie bestudeert het ouder worden (biologisch, biomedisch, sociaal, psycho).
Geriatrie is een medisch specialisme, lichamelijke problematiek op de voorgrond. Bij
psychogeriatrie staat de psychische problematiek op de voorgrond (depressie,
psychiatrische aandoening, persoonlijkheidsstoornissen, wanen, achterdocht, cognitieve
stoornissen (dementie)). Geriatrische spiraal
Geriatrische patiënt: oudere die een complex ziektebeeld vertoont a.g.v. stoornissen in
lichamelijke en geestelijke functies, uiteenlopende ziekten en/of ontregelde sociale situatie.
Niet iedere zieke oudere is een geriatrische patiënt.
Kenmerken geriatrische patiënt:
- Hoog bejaard
- Multiple pathologie: veelvoud aan ziekmakende aandoeningen
- Storingen of tekortkomingen in het dagelijkse functioneren
- Neiging tot blijvende hulpbehoevendheid
- Een labiel lichamelijke, geestelijk en sociaal evenwicht (frailty, fragiliteit)
Kwetsbaarheid/frailty: een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid
die voortkomt uit verstoorde homeostatische reserve en een verminderd vermogen om
weerstand te bieden aan belasting.
Criteria:
1. Gewichtsverlies
2. Uitputting
3. Lichamelijke inactiviteit
4. Loopsnelheid
5. Handknijpkracht
Mogelijke gevolgen van kwetsbaarheid: vallen, lichamelijke achteruitgang, opname in een
ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, afname kwaliteit van leven en sterfte.
Screeningsinstrument: Groningen Frailty Indicator (GFI), ontwikkeld om ouderen voor
interventies te selecteren. Het meet met 15 items de domeinen van functioneren: lichamelijk,
cognitief, sociaal en psychologisch.
Kwetsbaarheidsindicatoren voor opname in zorginstelling: gewichtsverlies, cognitieve
beperking/achteruitgang, incontinentie, relevantie depressieve symptomen of lichamelijke
inactiviteit.
Dubbele vergrijzing: meer mensen worden oud, en ze worden steeds ouder.
3 fysiologische fasen in het leven:
- conceptie - 20 jaar: groei en ontwikkeling
- 20 - 29 jaar: geen veranderingen
- 30 - .. jaar: kwaliteitsafname van het organisme
Verouderingsproces: lichamelijke, psychische en sociale veranderingen.
Gezondheidsproblemen veroudering:
- Herstel trage
- Verhoogde kans op complicaties
- Normale verschijnselen van veroudering en herkennen van symptomen
- Kwaliteit van leven staat voorop
Hoe meer er gebeurt hoe minder goed het herstel is van mensen met afname van
lichamelijke reservevermogens.
1
,Zorg aanpassen aan ouderen:
- Gericht op kwaliteit van leven
- Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
- Tempo aanpassen
- Bejegening
- Voorlichting aanpassen
- Naasten betrekken
- Omgeving aanpassen
- Gebruik maken van hulpmiddelen
Dementie: psycho-organische stoornis
Kenmerken:
- Cognitieve achteruitgang bij helder bewustzijn
- Geleidelijke toename van stoornissen
- Geheugen: korte termijn lange termijn
- Taal: afasie en confabuleren
- Abstract denken
- Herkennen (agnosie)
- Handelen (apraxie)
- Oordeel & kritiek vorming
- Decorum verlies
Sterven: proces, zintuigen verminderen (gehoor), spierverslapping (krachteloos), circulatie,
dyspnoe, rochelen, facies hippocratica, ademhaling (cheyne-stokes) en psychische
veranderingen.
- Klinische dood: bewusteloos, geen ademhaling, hartslag en reflexen (wijde
lichtstijve pupillen), geen pols, bleke huid, geen beweging, slap. Eventueel
reanimeren.
- Hersendood: vegatieve status, hart klopt, patiënt moet beademd worden. Bij mensen
die orgaan-donor zijn, geen reanimatiemogelijkheden.
- Biologische dood: ogen breken, lijkvlekken, afkoelen, rigor mortis, bloedstolling en
ontbinding (autolyse en rotting).
Zorg voor overledene: gun familie tijd om afscheid te nemen, respect, geluiden, ledematen
en hoofd kunnen wegglijden en de dode voelt zwaarder aan.
Hoorcollege ‘oncologie’
Epidemiologie: incidentie omhoog (dubbele vergrijzing) en sterftecijfer omhoog.
Sterftecijfer door kanker van mannen:
1. Longkanker
2. Prostaatkanker
3. Dikke darmkanker en endeldarmkanker
4. Alvleesklierkanker
5. Maagkanker
Sterftecijfer door kanker van vrouwen:
1. Borstkanker
2. Longkanker
3. Dikke darmkanker en endeldarmkanker
4. Alvleesklierkanker
5. Eierstokkanker
Etiologie: multifactorieel/multicausaal.
- Carcinogene factoren: chemische stoffen (tabak), virussen en ioniserende straling.
2
, - Guest ‘mens’ factoren: genotype, geslacht, leeftijd en leefstijl.
Preventie:
- Primair (voorkoming)
- Secundair (vroege opsporing): screening overdiagnostiek en –behandeling,
intervalcarcinomen.
- Tertiair (herhaling voorkomen).
Pathofysiologie: verstoring in de verhouding van de activiteit van proto-oncogenen, tumor-
suppressorgenen en DNA-reparatiegenen.
Benigne tumoren: goedaardig, -oom.
- Expansieve groei, geen metastasering (uitzaaiingen via bloed of lymfe), rustig
microscopisch beeld (rustige cellen) en meestal niet levensbedreigend.
Maligne tumoren: kwaadaardig. Dek- en klierweefsels carcinoom, steunweefsel
sarcoom.
- Infiltrerende en destructieve groei, metastasevorming, onrustig microscopisch beeld
(afwijkend aspect cellen/weefsel), leidt (onbehandeld) tot de dood, anemie, anorexia
en vermagering.
Metastasering:
- Lymfogene metastasering: lymfeklier metastase, primair (schildwachtersklier) en
secundair.
- Hematogene metastasering: vena porta, vena cava, vena pulmonalis.
- Percontinuitatum: lokale doorgroei
Symptomatologie:
- Aspecifieke klachten: moeheid, lusteloosheid, vermagering, onbegrepen koorts.
- Specifieke klachten: afhankelijk van tumor.
Alarmsignalen: blijvende heesheid/hoest, slikklachten, nieuwe/veranderde moedervlekken,
schilferend plekje/bobbeltje op de huis, verdikking/knobbel ergens in het lichaam, ongewoon
vaginaal bloedverlies of abnormale afscheiding, blijvende verandering stoelgang zonder
duidelijke reden, afwijkingen bij het plassen en gewichtsverlies zonder aanleiding.
Onderzoek/diagnostiek: röntgenfoto’s, 3D, MRI, CT, echo, scopie, uitstrijk, (naald)biopt.
Cytologie en histologie: afzonderlijke cellen beoordelen, maar ook opbouw van een stukje
weefsel. Hieruit volg TNM classificatie (stadiering) van betreffende soort kanker.
- T: grootte en lokale uitbreiding van de tumor (1-4).
- N: regionale lymfeklier (nodus) uitzaaiing (0-3).
- M: metastasen op afstand (0 of 1).
Therapie:
- Chirurgie: curatief
- Radiotherapie: bestraling
- Chemotherapie: cytostatica
- Diversen:
o Hormonaal
o Immunotherapie: afweersysteem stimuleren om tumor te herkennen en op te
ruimen.
o Gentherapie: gen dat zorgt voor aanmaak van een bepaald eiwit in het
lichaam brengen. Dit eiwit moet de tumorcellen minder laten delen of
gevoeliger maken voor medicatie.
o Angiogeneseremming: tumorcellen te weinig voedingsstoffen en zuurstof
geven.
o Hyperthermie
- Ondersteunende therapie/alternatieve geneeswijzen
3
Ouderen:
- Senioren 58-82 jaar
- Bejaarden >83 jaar
Gerontologie bestudeert het ouder worden (biologisch, biomedisch, sociaal, psycho).
Geriatrie is een medisch specialisme, lichamelijke problematiek op de voorgrond. Bij
psychogeriatrie staat de psychische problematiek op de voorgrond (depressie,
psychiatrische aandoening, persoonlijkheidsstoornissen, wanen, achterdocht, cognitieve
stoornissen (dementie)). Geriatrische spiraal
Geriatrische patiënt: oudere die een complex ziektebeeld vertoont a.g.v. stoornissen in
lichamelijke en geestelijke functies, uiteenlopende ziekten en/of ontregelde sociale situatie.
Niet iedere zieke oudere is een geriatrische patiënt.
Kenmerken geriatrische patiënt:
- Hoog bejaard
- Multiple pathologie: veelvoud aan ziekmakende aandoeningen
- Storingen of tekortkomingen in het dagelijkse functioneren
- Neiging tot blijvende hulpbehoevendheid
- Een labiel lichamelijke, geestelijk en sociaal evenwicht (frailty, fragiliteit)
Kwetsbaarheid/frailty: een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid
die voortkomt uit verstoorde homeostatische reserve en een verminderd vermogen om
weerstand te bieden aan belasting.
Criteria:
1. Gewichtsverlies
2. Uitputting
3. Lichamelijke inactiviteit
4. Loopsnelheid
5. Handknijpkracht
Mogelijke gevolgen van kwetsbaarheid: vallen, lichamelijke achteruitgang, opname in een
ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, afname kwaliteit van leven en sterfte.
Screeningsinstrument: Groningen Frailty Indicator (GFI), ontwikkeld om ouderen voor
interventies te selecteren. Het meet met 15 items de domeinen van functioneren: lichamelijk,
cognitief, sociaal en psychologisch.
Kwetsbaarheidsindicatoren voor opname in zorginstelling: gewichtsverlies, cognitieve
beperking/achteruitgang, incontinentie, relevantie depressieve symptomen of lichamelijke
inactiviteit.
Dubbele vergrijzing: meer mensen worden oud, en ze worden steeds ouder.
3 fysiologische fasen in het leven:
- conceptie - 20 jaar: groei en ontwikkeling
- 20 - 29 jaar: geen veranderingen
- 30 - .. jaar: kwaliteitsafname van het organisme
Verouderingsproces: lichamelijke, psychische en sociale veranderingen.
Gezondheidsproblemen veroudering:
- Herstel trage
- Verhoogde kans op complicaties
- Normale verschijnselen van veroudering en herkennen van symptomen
- Kwaliteit van leven staat voorop
Hoe meer er gebeurt hoe minder goed het herstel is van mensen met afname van
lichamelijke reservevermogens.
1
,Zorg aanpassen aan ouderen:
- Gericht op kwaliteit van leven
- Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
- Tempo aanpassen
- Bejegening
- Voorlichting aanpassen
- Naasten betrekken
- Omgeving aanpassen
- Gebruik maken van hulpmiddelen
Dementie: psycho-organische stoornis
Kenmerken:
- Cognitieve achteruitgang bij helder bewustzijn
- Geleidelijke toename van stoornissen
- Geheugen: korte termijn lange termijn
- Taal: afasie en confabuleren
- Abstract denken
- Herkennen (agnosie)
- Handelen (apraxie)
- Oordeel & kritiek vorming
- Decorum verlies
Sterven: proces, zintuigen verminderen (gehoor), spierverslapping (krachteloos), circulatie,
dyspnoe, rochelen, facies hippocratica, ademhaling (cheyne-stokes) en psychische
veranderingen.
- Klinische dood: bewusteloos, geen ademhaling, hartslag en reflexen (wijde
lichtstijve pupillen), geen pols, bleke huid, geen beweging, slap. Eventueel
reanimeren.
- Hersendood: vegatieve status, hart klopt, patiënt moet beademd worden. Bij mensen
die orgaan-donor zijn, geen reanimatiemogelijkheden.
- Biologische dood: ogen breken, lijkvlekken, afkoelen, rigor mortis, bloedstolling en
ontbinding (autolyse en rotting).
Zorg voor overledene: gun familie tijd om afscheid te nemen, respect, geluiden, ledematen
en hoofd kunnen wegglijden en de dode voelt zwaarder aan.
Hoorcollege ‘oncologie’
Epidemiologie: incidentie omhoog (dubbele vergrijzing) en sterftecijfer omhoog.
Sterftecijfer door kanker van mannen:
1. Longkanker
2. Prostaatkanker
3. Dikke darmkanker en endeldarmkanker
4. Alvleesklierkanker
5. Maagkanker
Sterftecijfer door kanker van vrouwen:
1. Borstkanker
2. Longkanker
3. Dikke darmkanker en endeldarmkanker
4. Alvleesklierkanker
5. Eierstokkanker
Etiologie: multifactorieel/multicausaal.
- Carcinogene factoren: chemische stoffen (tabak), virussen en ioniserende straling.
2
, - Guest ‘mens’ factoren: genotype, geslacht, leeftijd en leefstijl.
Preventie:
- Primair (voorkoming)
- Secundair (vroege opsporing): screening overdiagnostiek en –behandeling,
intervalcarcinomen.
- Tertiair (herhaling voorkomen).
Pathofysiologie: verstoring in de verhouding van de activiteit van proto-oncogenen, tumor-
suppressorgenen en DNA-reparatiegenen.
Benigne tumoren: goedaardig, -oom.
- Expansieve groei, geen metastasering (uitzaaiingen via bloed of lymfe), rustig
microscopisch beeld (rustige cellen) en meestal niet levensbedreigend.
Maligne tumoren: kwaadaardig. Dek- en klierweefsels carcinoom, steunweefsel
sarcoom.
- Infiltrerende en destructieve groei, metastasevorming, onrustig microscopisch beeld
(afwijkend aspect cellen/weefsel), leidt (onbehandeld) tot de dood, anemie, anorexia
en vermagering.
Metastasering:
- Lymfogene metastasering: lymfeklier metastase, primair (schildwachtersklier) en
secundair.
- Hematogene metastasering: vena porta, vena cava, vena pulmonalis.
- Percontinuitatum: lokale doorgroei
Symptomatologie:
- Aspecifieke klachten: moeheid, lusteloosheid, vermagering, onbegrepen koorts.
- Specifieke klachten: afhankelijk van tumor.
Alarmsignalen: blijvende heesheid/hoest, slikklachten, nieuwe/veranderde moedervlekken,
schilferend plekje/bobbeltje op de huis, verdikking/knobbel ergens in het lichaam, ongewoon
vaginaal bloedverlies of abnormale afscheiding, blijvende verandering stoelgang zonder
duidelijke reden, afwijkingen bij het plassen en gewichtsverlies zonder aanleiding.
Onderzoek/diagnostiek: röntgenfoto’s, 3D, MRI, CT, echo, scopie, uitstrijk, (naald)biopt.
Cytologie en histologie: afzonderlijke cellen beoordelen, maar ook opbouw van een stukje
weefsel. Hieruit volg TNM classificatie (stadiering) van betreffende soort kanker.
- T: grootte en lokale uitbreiding van de tumor (1-4).
- N: regionale lymfeklier (nodus) uitzaaiing (0-3).
- M: metastasen op afstand (0 of 1).
Therapie:
- Chirurgie: curatief
- Radiotherapie: bestraling
- Chemotherapie: cytostatica
- Diversen:
o Hormonaal
o Immunotherapie: afweersysteem stimuleren om tumor te herkennen en op te
ruimen.
o Gentherapie: gen dat zorgt voor aanmaak van een bepaald eiwit in het
lichaam brengen. Dit eiwit moet de tumorcellen minder laten delen of
gevoeliger maken voor medicatie.
o Angiogeneseremming: tumorcellen te weinig voedingsstoffen en zuurstof
geven.
o Hyperthermie
- Ondersteunende therapie/alternatieve geneeswijzen
3