Formule voor de verplaatsing:
Δx = xeind – xbegin
- Δx is de verplaatsing in meter
- xeind is de plaats aan het eind in meter
- xbegin is de plaats aan het begin in meter
of:
s = xeind – xbegin
- s is de verplaatsing in meter
- xeind is de plaats aan het eind in meter
- xbegin is de plaats aan het begin in meter
dus:
s = Δx = xeind – xbegin
Formule voor gemiddelde snelheid:
vgem = Δx : Δt
- vgem is de gemiddelde snelheid in meter per seconde (m/s)
- Δx ide de verplaatsing in meter
- Δt is de benodigde tijd in seconde
Een auto legt in 6,0 sec een traject af van 150 meter. De gemiddelde snelheid is:
vvem = Δx : Δt = 150 : 6,0 = 25 m/s
De auto legt elke seconde 25 meter af. Je zegt dat de auto een constante snelheid heeft.
Druk je de gemiddelde snelheid uit in km/h dan moet je Δx in km en Δt in uur. Geldt op een
traject van 4,0 km een maximumsnelheid van 80 km/h dan moet je daar minstens
4,0 : 80 = 0,05 h = 3,0 min over doen.
Een beweging langs een rechte lijn met een constante snelheid heet een eenparige
beweging. De steilheid van een (x,t)-diagram is gelijk aan de snelheid.
De oppervlakte onder een (v,t)-diagram is gelijk aan de verplaatsing. Hiervoor gebruik je dde
oppervlaktemethode. De verplaatsing bereken je met:
s=v∙t
- s is de verplaatsing in meter
- v is de snelheid in meter per seconde
- t is de benodigde tijd in seconde
De snelheid op een tijdstip bepaal je met de steilheid van de grafiek. Is de grafie een
kromme, dan moet je eerst een raaklijn tekenen. De formule voor het bepalen van de
snelheid is dan:
v = (xeind – xbegin) : (teind – tbegin)
v = Δx : Δt
, Als een auto wegrijdt, zie je zijn snelheid toenemen. De beweging van de auo noem je dan
een versnelde beweging.
Een beweging waarbij de snelheid gelijkmatig toeneemt, noem je een eenparige versnelde
beweging.
Elke seconde neemt de snelheid toe met 11 m/s. Je zegt dan: de versnelling van de auto is
gelijk aan 11 m/s2. De versnelling is gelijk aan de steilheid van de grafieklijn in het (v,t)-
diagram. De versnelling bereken je met de formule:
a = Δv : Δt
- a is de versnelling in m/s2
- Δv is de verandering van snelheid in m/s
Δv = veind – vbegin
- Δt is de benodigde tijd in seconde
Δt = teind – tbegin
De grootte van de versnelling op een tijdstip bepaal je met de raaklijnmethode. Je tekent
dan een raaklijn aan de (v,t)-grafiek.
a = Δv : Δt
Een versnelling tijdens een vrije val heet de valversnelling. Je gebruikt dezelfde formule als
bij het berekenen van de versnelling.
De afstand die nodig is om tot stilstand te komen, heet de stopafstand. De reactietijd is de
tijd die nodig is voordat iets of iemand reageert. Tijdens de reactietijd verandert de snelheid
niet. De reactieafstand (rechte lijn) die de auto aflegt tijdens de reactietijd, is de oppervlakte
onder de (v,t)-diargam. De remafstand is een constante snelheid (schuine lijn) en is gelijk aan
de oppervlakte onder de (v,t)-diagram.