Samenvatting van de belangrijkste onderdelen, begrippen en formules uit het boek, gecombineerd
met practicumaantekeningen.
Inhoud:
Hoofdstuk 1...................................................................................................................................2
Hoofdstuk 2...................................................................................................................................2
Hoofdstuk 3...................................................................................................................................4
Hoofdstuk 4...................................................................................................................................9
Hoofdstuk 5.................................................................................................................................11
Hoofdstuk 6.................................................................................................................................14
Hoofdstuk 7.................................................................................................................................16
Hoofdstuk 8.................................................................................................................................19
Hoofdstuk 9.................................................................................................................................21
Hoofdstuk 10...............................................................................................................................23
Hoofdstuk 11...............................................................................................................................26
Hoofdstuk 12...............................................................................................................................27
Hoofdstuk 13...............................................................................................................................30
Hoofdstuk 14...............................................................................................................................32
Hoofdstuk 15...............................................................................................................................35
Hoofdstuk 16...............................................................................................................................38
Hoofdstuk 17...............................................................................................................................40
Hoofdstuk 18...............................................................................................................................42
Floris van den Bosch Macro-economie
EUR 2015
,Hoofdstuk 1
Pagina 14 en 15 zijn van belang.
Dit zijn de Burns-Mitchell diagrammen. Deze laten de cyclus van de ontwikkeling van het BBP
zien, met de top in het midden. De ontwikkeling van andere variabelen wordt hiermee
vergeleken.
Er zijn procyclische variabelen (inflatie, rentestand) deze stijgen als de groei van het BBP stijgt,
anticyclische variabelen (werkloosheid) gaan de tegengestelde richting op. Variabelen kunnen
leading (inflatie) zijn, dit betekent dat ze hun piek iets eerder bereiken dat dat de economische
groei dit doet of lagging, deze variabelen bereiken hun top wat later (werkloosheid)
Hoofdstuk 2
Stroomgrootheid: gemeten over een bepaalde periode (zichtbaar op bijv. een resultatenrekening,
winst, BBP)
Voorraadgrootheid: gemeten op een bepaald tijdstip (zichtbaar op een balans, schulden etc.)
3 manieren om GDP (Gross Domestic Product, ofwel BBP) te bepalen: (blz 28)
1. Finale bestedingen
2. Toegevoegde waarde
3. Totale inkomen productiefactoren (loon, rente, huur, winst)
Het BBP meet geen vrijwilligerswerk, zwart werk of de effecten op het milieu.
Nominaal BBP:
BBP = P1(t) * Q1(t) + P2(t) * Q2(t) + …
Maar als P stijgt, dan zou het BBP stijgen, maar inflatie is geen economische groei.
Reëel BBP:
BBP = P1(t=0) * Q1(t) + P2(t=0) * Q2(t) + …
Prijzen worden dus constant gehouden, waardoor alleen de echte groei vergeleken wordt.
GDP Deflator:
Een manier om de inflatie te bepalen
Nominaal BBP/Reëel BBP
CPI (Consumenten Prijs Index):
De inflatie kan je ook bepalen door op 2 verschillende tijdstippen hetzelfde ‘pakket’ aan goederen
en diensten te kopen. Verschil in prijs is de inflatie gedurende die periode.
P1(t) * Q1(t=0) + P2(t) * Q2(t=0) + …
Nadeel van deze methode is dat substitutie, nieuwe producten en kwaliteitsverbeteringen niet
meegenomen worden, omdat het ‘pakket’ gelijk blijft. Dit kan natuurlijk van tijd tot tijd wel
aangepast/vervangen worden.
Floris van den Bosch Macro-economie
EUR 2015
, Bruto Nationaal Inkomen (BNI):
BBP + Netto factor inkomen (buitenland)
Het netto factor inkomen is het door Nederlanders verdiende geld buiten de Nederlandse grenzen
min het door buitenlanders verdiende geld binnen Nederland. Denk aan een Belgische voetballer
in Nederland of een Nederlandse bankier in Spanje.
Netto nationaal inkomen (NNI):
BNI – afschrijvingen
Nationaal inkomen (NI):
NNI – indirecte belastingen + subsidies
Economische kringloop: (blz 36)
Y=C+I+G+X–Z
Y=Nationaal inkomen
C=Consumptie
I= Investeringen
G=Overheidsbestedingen
X=Export
Z=Import
X-Z = Current Account (CA) (Lopende rekening)
C+I+G=A
A = Absorptie:
Totale nationale bestedingen
Y=C+S+T
T=Belastingen
S=Besparingen
C+I+G+X-Z = C+S+T
(S-I) + (T-G) = (X-Z)
S-I = Particuliere spaarsaldo
Floris van den Bosch Macro-economie
EUR 2015