Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting identiteit als verhaal van de school

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
5
Geüpload op
21-02-2015
Geschreven in
2014/2015

samenvatting voor Godsdienst - Katholiek BT4

Voorbeeld van de inhoud

Identiteit als verhaal van de school.
Van kerk naar kasteel: het verval van traditie
Een jongetje dat met zijn vader op de Parade in Den Bosch wandelde, stelde
nieuwsgierig een vraag: ‘Papa? vroeg hij, wijzend naar de kathedrale basiliek van
Sint Jan, ‘wat is dat voor een mooi kasteel?

Het jongetje heeft blijkbaar geen enkele scholing over religie en religieuze zaken
heeft gehad, om nog maar niet te spreken van een opvoeding vanuit religie of
een toeleiding naar religie.

Behalve een gebrek aan vorming van religieuze identiteit en kennis is het
verhaaltje ook typerend voor het verval aan religieuze traditie. Vroeger zou een
kerk als vanzelfsprekend als kerk worden herkend en was het vooral de vraag of
men ook naar die kerk toeging. Nu herkent dit jongetje de kathedraal niet eens
als kerkgebouw. De christelijke traditie heeft voor hem geen enkel
herkenningspunt meer.

Die rijke traditie van vroeger bestond uit een aantal geloofswaarheden en uit een
geloofspraktijk. Geloofswaarheden en geloofspraktijk vormden samen een geheel
dat in het schoolleven kon worden ingepast. De geloofswaarheden waren een
zaak voor de pastoor of het bestuur van de school. De geloofspraktijk was een
zaak waarin iedereen kon worden meegenomen: een Weesgegroetje aan het
begin van de dag, een viering met Kerst en met Pasen… het waren
vanzelfsprekende zaken, waaraan iedereen kon meedoen of waarin Iedereen zich
kon schikken.

Die situatie Is er allang niet meer en daarmee is er veel veranderd. We leven in
een open samenleving, met een inbreng van allerlei verschillende tradities en
achtergronden. Zowel geloofswaarheden als geloofspraktijk worden
gepluraliseerd: er zijn verschillende geloofswaarheden en geloofspraktijken naast
elkaar. Dat is onontkoombaar. Het leidt ook tot nieuwe vragen: hoe moet je
omgaan met die veelheid naast elkaar? De gemakkelijkste weg lijkt te zijn om de
geloofswaarheden maar te laten schieten. Dan blijven alleen de geloofspraktijken
over en daarvan lijkt het mogelijk te zijn om die naast elkaar te laten bestaan.
Maar ook die geloofspraktijken kunnen verslijten, eroderen. Waarom zou je als
leerkracht nog elke dag beginnen met een Weesgegroetje?

Geloofspraktijken die losstaan van geloofswaarheden verslijten, Dat doet me
denken aan een verhaal uit de joodse, chassidische traditie:
Wanneer de grote rabbi Baal Sjem Tov voor de moeilijke taak stond zijn volk te
redden, placht hij op een bepaalde plek in het woud te gaan mediteren. Hij stak
daar een vuur aan en sprak een gebed uit. En wat hij van plan was te volbrengen
werd volbracht.

Telkens een generatie verder wisten ze iets niet meer.
Drie generaties verder wisten ze niets meer.
We kunnen het vuur niet meer doen ontbranden, we kennen het gebed niet meer,
we weten zelfs de plek in het woud niet meer waar dit alles moest gebeuren.
Maar we kunnen wel het verhaal vertellen hoe het gedaan werd. Dat moet
voldoende zijn. En het was voldoende.

Als het geloof is weggezakt en zelfs de geloofspraktijk niet meer bestaat, dan
kunnen we altijd nog het verhaal vertellen. Dat is dan niet meer het grote,
triomfantelijke verhaal van een dominante traditie, bijvoorbeeld die van het ‘rijke,

,roomsche leven’, maar het kleine, bescheiden verhaal, zonder pretenties van
macht of allesbeheersende claims.




Dan kunnen ook verschillende kleine verhalen naast elkaar bestaan. Zo luidde de
stelling van de Franse filosoof Jean-Francols Lyotard (1979). Daarmee heeft hij
precies verwoord wat kenmerkend is voor het postmoderne gedachtegoed: geen
cultuur meer met grote claims en machtsaanspraken, zoals die in het moderne
West-Europa vanaf de zestiende eeuw en zeker vanaf de Verlichting van de
achttiende eeuw zijn ontwikkeld tot na de Tweede Wereldoorlog, maar een cultuur
die zich kenmerk voor veelheid, zonder te verwijzen naar een vast houvast van
traditie, kennis of gezag.

Een beroep doen op verhalen, als alternatief voor ijzeren geloofswaarheden en –
praktijken, kan een defensieve, terugtrekkende beweging blijken te worden, die
uiteindelijk ook doodloopt. Bij die stelling wil Ik het niet laten. Mijn vraag is: heeft
het verhaal ook een meer positieve lading en Invulling In zich, die we kunnen
gebruiken ten dienste van de identiteit van de school?

Voor de beantwoording van die vraag wend ik me tot de Franse filosoof Paul
Ricoeur (1913-2005). Die wending is niet vanzelfsprekend, al was het alleen al
omdat Ricoeur uit een protestantse traditie komt en in de Franse context met een
totaal ander onderwijssysteem te maken heeft gehad. Zijn Inzichten zijn dus niet
als vanzelfsprekend van toepassing op onze situatie.
Ricoeur heeft zich ook, naar mijn weten, nooit uitgelaten over confessionele
Identiteit in het basisonderwijs. Daar staat tegenover dat Ricoeur wel
geïnteresseerd was in vragen van onderwijs en onderwijsvernieuwing, en dan
met name op universitair niveau. Als decaan van de filosofische faculteit van
Paris Nanterre tijdens de studentenopstanden van 1968 raakte hij ook persoonlijk
en lijfelijk betrokken bij de schreeuw om onderwijsvernieuwing.

Verhalen heb je nodig om hout te snijden met je denken.
Sinds René Descartes In de zeventiende eeuw poneerde: ‘Ik denk dus ik ben’, had
de filosofie Iets uitgestraald van elan, van trots op de mogelijkheid om met
denken de werkelijkheid te kunnen ontleden. Van die trots was het nodige
afgeknabbeld door kritische filosofen als Marx, Nietzsche en Freud, door Ricoeur
later wel de ‘meesters van het wantrouwen’ genoemd.
Zij lieten zien dat de mens en de cultuur door heel andere krachten en factoren
worden bepaald dan door helder denken:
- door slaafsheid of heersersmentalitelt (Nietzsche),
- door de krachten van de economische markt (Marx)
- en door het onbewuste (Freud).

Nadat er zo het nodige van het filosofische elan was afgeknabbeld, kwam daar
aan het begin van de twintigste eeuw een pleidooi bij om je als filosoof niet bezig
te houden met zuivere begrippen, maar om de verschijnselen van het menselijke
leven als uitgangspunt voor het denken te nemen. Dat werd de benadering van
de zogenaamde fenomenologie.

De mens is feilbaar: hij wil het goede maar vervalt steeds In het kwade Is dat een
onontkoombaar lot, kan de mens zich daaraan ontworstelen en Is er ondanks de
menselijke feilbaarheid toch ook een goede kracht in de mens?

, In een boek over de symboliek van het kwaad kwam Ricoeur tot de conclusie:
‘Het symbool geeft te denken.’ Bij die stelling heeft ‘symbool’ een wijde betekenis
van uitdrukkingen, verhalen, beeldspraken en mythen. De filosofie krijgt
materiaal en gedachtegangen aangereikt door symbolen en verhalen. Verhalen
worden daarmee een belangrijke bron voor de filosofie.

Toegepast op de Identiteit van de school wil dat zeggen: met ons denken en onze
vorming kunnen we niet blanco opereren. We kunnen uitgaan van ervaringen en
van de verhalen waarin ervaringen zijn bezonken. Pas als je een uitgangspunt
hebt, kun je tot zelfstandig denken komen. Die route moeten we als scholen niet
schromen in te slaan.




Verhalen leiden tot verhalen
In de jaren tachtig zou Ricoeur terugkomen op de betekenis van verhalen voor de
filosofie. In die tijd was hij bezig met een filosofie van de tijd. Ook daarbij ging hij
niet uit van het kale begrip tijd, maar van het menselijke besef van tijd. Dat
tijdsbesef is eigenlijk maar een vreemde zaak. Tijd kan lang lijken en kort, terwijl
de klok gewoon zijn zelfde gang blijft gaan. Verleden, Heden en toekomst
verdringen zich tot een kluwen, die elkaar in de weg kunnen zitten.

Zijn redenering is: in een verhaal komen ook allerlei ongelijksoortige grootheden
samen, verschillende soorten personages, tijdsverloop, sprongen in de tijd,
veranderingen in vertelperspectief en noem maar op. Die worden allemaal bij
elkaar gehouden door een plot. Doe plot of Intrige van een verhaal is het
raamwerk van verwikkelingen, waaronder alle personages en gebeurtenissen van
een verhaal zijn samen te brengen.

Ik kijk alleen naar een gedeelte waarin Ricoeur zich nader uitlaat over het
functioneren van verhalen Zijn uitgangspunt daarbij is dat verhalen allerlei
dingen uit het leven oppikken en in het verhaal tot een nieuwe ordening brengen.
Verhalen zijn een nabootsing of beter gezegd een nieuwe schikking van de
werkelijkheid. Om dat idee uit te drukken gebruikt Ricoeur een term van de
antieke Griekse filosoof Aristoteles: mimesis, nabootsing en de term figuratie,
vorming of schikking. Vervolgens gebruikt hij die termen om de notie verhaal
breed te ontvouwen.

Voor Ricoeur zijn er namelijk drie niveaus van verhalen, die hij aanduidt met de
termen mimesis 1, 2 en 3 of met de woorden prefiguratie, configuratie en
refiguratie.

1 - prefiguratie
Heel de werkelijkheid is volgens Ricoeur aangelegd op verhalen. Dat noemt
Ricoeur ‘mimesis 1’ of prefiguratie: we ordenen onze ervaringen, bijvoorbeeld
met ‘vroeger’ en ‘later’ – en dat is precies een ordening die in verhalen ook voor
kan komen. Maar het aangelegd zijn op verhalen zit ook in culturele en
maatschappelijke tradities. Die tradities zijn voor Ricoeur verhalende vormen,
waar letterlijke verhalen (configuraties) uit tevoorschijn komen. Kortom: we
kunnen verhalen vertellen (configuraties) omdat we verhalen om ons heen zien,
omdat we in verbanden en tradities leven met een verhalende sfeer
(vroeger/later, aansprekende figuren uit de geschiedenis, uit een
familiegeschiedenis), omdat de lucht vol hangt van potentiële verhalen.

2- configuratie

Documentinformatie

Geüpload op
21 februari 2015
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
xx-judith Hogeschool IPABO
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
31
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
22
Documenten
11
Laatst verkocht
6 jaar geleden

3,0

4 beoordelingen

5
1
4
0
3
2
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen