Module 6: Literatuur van 1900 tot 1940
Historische context
1.1 Eerste Wereldoorlog
Na tijdperk van de vrede ontstond er in 1914 de Eerste Wereldoorlog (tot
1918) met als aanleiding de moord op Frans Ferdinand.
1.2 Totalitaire staten
Na Eerste Wereldoorlog Opkomst van totalitaire staten = systeem
waarbij de staat het gehele leven van burgers beheerst
Één politieke partij
Één officiële erkende staatsideologie
Geheime politie
Geweld tegen burgers
Geen vrijheid van meningsuiting en democratie
Duitsland (nationaalsocialisme), Sovjet-Unie (communisme), Italië
(fascisme)
Spanningen na de Eerste Wereldoorlog (Vrede van Versailles,
ontevredenheid Duitsland) veroorzaakten uiteindelijk de Tweede
Wereldoorlog
1.3 Nederland
Nederland neutraal in Eerste Wereldoorlog
Massaproductie in industrie
1917 en 1919 mannen- en vrouwenkiesrecht (respectievelijk)
Wereldwijde economische crisis 1929 ook Nederland
Opkomst NSB onder leiding van Anton Mussert
1.4 Massacultuur en moderniteit
Ontgoocheling en ontreddering oorlog leidden tot cultuurkritiek
Angst voor massa
Beschermen bedreigende individualiteit
Afkeer massacultuur door schrijvers kunstenaars etc.
Massacultuur door moderniteit. Massacultuur hoorde bij metropolen,
grootindustrie en kapitalisme. Met aan de ene kant vrijheid, kansen en
mogelijkheden en aan de andere kant monster van staal met hoogbouw
vol gevaar en anonimiteit.
Technologische veranderingen (film) hoorden bij moderniteit nieuwe
dansvormen, muziek, vrijere omgangsvormen mannen en vrouwen (eerste
feministische golf)
Twee reacties uit deze veranderingen:
1. Positief omarmen vernieuwingen, vooruitgang
2. Pessimisme, somberheid, cultuurkritiek
, Literaire ontwikkelingen
3.1 Schrijver en publiek
Nieuwe leesgroepen, middengroepen Bestseller (10000+)
Populair grote publiek: ‘echt hollandse’ romans (harmonisch gezin, orde en
gezag, fatsoen, arbeidszin etc.)
Twee typen schrijvers:
1. Publieksschrijvers realistische romans, Ina Bouddier Bakker, Johan
Fabricius
2. Eliteschrijvers zetten zich af tegen romans van massaliteratuur,
beschouwen zichzelf als elite die cultuur moest beschermen tegen
vervlakking van massaliteratuur
Menno Ter Braak, E. du Perron
3.2 De realistische en romantische tradities
Eind 19e eeuw: Romantisme en realisme bleven bestaan in begin 20e
eeuw.
Romantiek
reactie op rationalistische en natuurwetenschappelijk wereldbeeld
niet algemeen en objectief, maar subjectiviteit en individualiteit
centraal
lyrische teksten (gevoel en emotie) en lyrisch ik
dichterlijke verbeelding om de als onbevredigende ervaren
alledaagse werkelijkheid te ontsnappen
Realisme
beschrijving van eigentijdse werkelijkheid
zintuigelijk
alle maatschappelijke klassen
Breed lezerspubliek las realistische en naturalistische roman
Ina Bouddier Bakker psychologisch-realistische romans over worsteling
van dromen met de normen en waarden van fatsoen en conventies
Beweging van 80 werd als modern gezien en romantische traditie zette
zich voort.
J.J. Slauerhoff schreef gedichten in romantische traditie over het
lijden aan het leven en romantisch gekwelde bestaan. Schreef ook
proza.
A. Roland Holst
Arthur Schendel neoromantiek = ontvluchten vd werkelijkheid,
hoofdpersoon gedreven door onbereikbaar droombeeld
3.3 Literaire avant-garde
Kritiek op romantiek en realisme door de avant-garde
Radicaal breken met de traditie
Werd als ontoegankelijk gezien door publiek
Traditionele vormen als verouderd gezien (geen
metrum, strofes, rijmschema’s herkenbare
personages etc.)