Samenvatting Hoofdstuk 5.1
Tumorleer
Inleiding
Tumor = Gezwel
Ontstaan door ongecontroleerde mitosen (celdeling).
Risicofactoren
Omgevingsfactoren : Chemische stoffen (roken), Ioniserende stralen (UV, röntgen)
Erfelijke factoren
Geslachtshormonen
Chronische ontstekingen
Virusinfecties (baarmoederhalskanker)
Celeigenschappen
Normale cellen zijn hoog gedifferentieerd (gespecialiseerd op hun functie).
Verlies van differentiatie : Gespecialiseerde weefsels ontwikkelen weer eigenschappen van
embryonale.
Bepaalde kanker zijn makkelijker op te sporen doordat zij iets afwijkends maken. Bijvoorbeeld bij
borstkanker ontstaan microcalcificaties (kleine kalkspatjes).
Sommige gezwellen maken tumormarkers (stoffen die kenmerkend zijn voor bepaalde tumoren).
PSA : Prostaatkanker CEA : Dikke darmkanker AFP : Leverkanker
Bij mensen met een zwakke afweer bv door stress, aanleg of aids is de kans op tumoren groter.
Benigne tumoren (Goedaardige gezwellen)
Expansieve groei : drukt de omringende weefsels op zij.
Vaak een ronde massa met een kapsel eromhee.
Cellen zijn vaak nog redelijk gedifferentieerd.
Worden benoemd naar het weefsel waarvan ze afkomstig zijn met –oom erachter.
- Adenoom (goedaardig kliergezwel) : Kunnen teveel hormonen produceren waardoor
stofwisselingsproblemen veroorzaakt worden.
- Angioom (goedaardig vaatgezwel) :
- Lipoom (goedaardig vetbultje) :
- Myoom (goedaardig spiergezwel) : Kan voor extra bloedverlies zorgen in de baarmoeder.
- Meningeoom (goedaardig hersenvliesgezwel) : Kan hoofdpijn, braken en bewustzijnverlies
veroorzaken.
- Neurioom (goedaardig zenuwgezwel) :
- Poliep/Papilloom : Kan bijv een neusbijholte afsluiten.
Onderzoek
Cytologie : Het microscopisch beoordelen van losse cellen verkregen via een uitstrijkje of door een
punctie van celhoudend vocht.
Histologisch onderzoek (pathologisch anatomisch onderzoek): Stukje weefsel wordt microscopisch
Tumorleer
Inleiding
Tumor = Gezwel
Ontstaan door ongecontroleerde mitosen (celdeling).
Risicofactoren
Omgevingsfactoren : Chemische stoffen (roken), Ioniserende stralen (UV, röntgen)
Erfelijke factoren
Geslachtshormonen
Chronische ontstekingen
Virusinfecties (baarmoederhalskanker)
Celeigenschappen
Normale cellen zijn hoog gedifferentieerd (gespecialiseerd op hun functie).
Verlies van differentiatie : Gespecialiseerde weefsels ontwikkelen weer eigenschappen van
embryonale.
Bepaalde kanker zijn makkelijker op te sporen doordat zij iets afwijkends maken. Bijvoorbeeld bij
borstkanker ontstaan microcalcificaties (kleine kalkspatjes).
Sommige gezwellen maken tumormarkers (stoffen die kenmerkend zijn voor bepaalde tumoren).
PSA : Prostaatkanker CEA : Dikke darmkanker AFP : Leverkanker
Bij mensen met een zwakke afweer bv door stress, aanleg of aids is de kans op tumoren groter.
Benigne tumoren (Goedaardige gezwellen)
Expansieve groei : drukt de omringende weefsels op zij.
Vaak een ronde massa met een kapsel eromhee.
Cellen zijn vaak nog redelijk gedifferentieerd.
Worden benoemd naar het weefsel waarvan ze afkomstig zijn met –oom erachter.
- Adenoom (goedaardig kliergezwel) : Kunnen teveel hormonen produceren waardoor
stofwisselingsproblemen veroorzaakt worden.
- Angioom (goedaardig vaatgezwel) :
- Lipoom (goedaardig vetbultje) :
- Myoom (goedaardig spiergezwel) : Kan voor extra bloedverlies zorgen in de baarmoeder.
- Meningeoom (goedaardig hersenvliesgezwel) : Kan hoofdpijn, braken en bewustzijnverlies
veroorzaken.
- Neurioom (goedaardig zenuwgezwel) :
- Poliep/Papilloom : Kan bijv een neusbijholte afsluiten.
Onderzoek
Cytologie : Het microscopisch beoordelen van losse cellen verkregen via een uitstrijkje of door een
punctie van celhoudend vocht.
Histologisch onderzoek (pathologisch anatomisch onderzoek): Stukje weefsel wordt microscopisch