Lieve Kuijpers GHU 1A
Samenvatting spieren
Algemeen
Spierverlamming + verkeerde houden kan het volgende veroorzaken:
Decubitus = doorligwond
Oedeem
Smetten
Wat doen spieren?
1. Zorgen voor bewegingen van de ledematen waardoor wij handelingen kunnen verrichten.
2. Verzorgen van posturale tonus. Indien weg flauwvallen.
3. Bewegingen in organen en vaten.
Wat is er nodig om spieren goed te laten functioneren?
Het volgende is nodig:
Intact skelet
Aanhechtingen pezen en spieren.
Brandstof
- ATP
- Glucose/glycogeen
Energie
Wordt opgeslagen in vetweefsel. Hoe opgeslagen?
Goed functionerend zenuwstelsel
Bij verlamming zijn de spieren gestrekt zenuw kan geen signaaltjes meer doorgeven aan
de spieren.
Zuurstof
- Sprinten:
Kan kortdurend zonder O2, maar voor langdurig is O2 noodzakelijk.
- Circulatie:
Goed functionerende bloedvaten.
Spier orgaan
Het hart bestaat alleen maar uit spierweefsel die we zelf niet kunnen beïnvloeden.
Spierweefsel
Zorgt voor de mogelijkheid om zich samen te trekken en daardoor bewegingen uit te voeren.
Er zijn 3 soorten:
1
, Lieve Kuijpers GHU 1A
Dwarsgestreept spierweefsel (= skelet spierweefsel)
- Skeletspieren
- Hartspierweefsel
Glad spierweefsel
- Organen
- Vaten
Hartspierweefsel
Willekeurig / somatisch / animale ZS
Beïnvloedbaar spierweefsel.
- Dwarsgestreept spierweefsel
Onwillekeurig / visceraal / autonome ZS
Niet beïnvloedbaar spierweefsel.
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel
Histologie: spiervezel
De volgende spiervezels ontstaan in de embryonale fase door fusie eenkernige myoblasten:
Spiercelcytoplasme
Sarcoplasma
Strepen: myofibrillen
Meerdere geschakelde sarcomeren
Celkernen
Meerdere per spiervezel, liggen meestal aan zijkant van vezel.
Spiervezels ontstaan door samensmelten van spiercellen.
Doorsnede/opbouw spier
Spieren zijn omhult door bepaalde ‘vliesjes’:
Epimysium (= spierfascie)
Rond gehele spier.
Perimysium
Omgeven om meerdere gegroepeerde spiervezels (=
spierbundels).
Endomysium
Omgeven rond elke spiervezel (= spiercel). Loopt
door tot in de pees en is bevestigd aan het bot.
Kracht binnen spiervezel overbrengen op het bot gebeurt door bindweefsel.
2
Samenvatting spieren
Algemeen
Spierverlamming + verkeerde houden kan het volgende veroorzaken:
Decubitus = doorligwond
Oedeem
Smetten
Wat doen spieren?
1. Zorgen voor bewegingen van de ledematen waardoor wij handelingen kunnen verrichten.
2. Verzorgen van posturale tonus. Indien weg flauwvallen.
3. Bewegingen in organen en vaten.
Wat is er nodig om spieren goed te laten functioneren?
Het volgende is nodig:
Intact skelet
Aanhechtingen pezen en spieren.
Brandstof
- ATP
- Glucose/glycogeen
Energie
Wordt opgeslagen in vetweefsel. Hoe opgeslagen?
Goed functionerend zenuwstelsel
Bij verlamming zijn de spieren gestrekt zenuw kan geen signaaltjes meer doorgeven aan
de spieren.
Zuurstof
- Sprinten:
Kan kortdurend zonder O2, maar voor langdurig is O2 noodzakelijk.
- Circulatie:
Goed functionerende bloedvaten.
Spier orgaan
Het hart bestaat alleen maar uit spierweefsel die we zelf niet kunnen beïnvloeden.
Spierweefsel
Zorgt voor de mogelijkheid om zich samen te trekken en daardoor bewegingen uit te voeren.
Er zijn 3 soorten:
1
, Lieve Kuijpers GHU 1A
Dwarsgestreept spierweefsel (= skelet spierweefsel)
- Skeletspieren
- Hartspierweefsel
Glad spierweefsel
- Organen
- Vaten
Hartspierweefsel
Willekeurig / somatisch / animale ZS
Beïnvloedbaar spierweefsel.
- Dwarsgestreept spierweefsel
Onwillekeurig / visceraal / autonome ZS
Niet beïnvloedbaar spierweefsel.
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel
Histologie: spiervezel
De volgende spiervezels ontstaan in de embryonale fase door fusie eenkernige myoblasten:
Spiercelcytoplasme
Sarcoplasma
Strepen: myofibrillen
Meerdere geschakelde sarcomeren
Celkernen
Meerdere per spiervezel, liggen meestal aan zijkant van vezel.
Spiervezels ontstaan door samensmelten van spiercellen.
Doorsnede/opbouw spier
Spieren zijn omhult door bepaalde ‘vliesjes’:
Epimysium (= spierfascie)
Rond gehele spier.
Perimysium
Omgeven om meerdere gegroepeerde spiervezels (=
spierbundels).
Endomysium
Omgeven rond elke spiervezel (= spiercel). Loopt
door tot in de pees en is bevestigd aan het bot.
Kracht binnen spiervezel overbrengen op het bot gebeurt door bindweefsel.
2