Anatomie en fysiologie van de neus en de neusbijholten
Inhoudsopgave
10.1 Inleiding......................................................................................................................................1
10.2 Anatomie van de neus................................................................................................................2
10.2.1 Uitwendige neus..................................................................................................................2
10.2.2 Inwendige neus....................................................................................................................3
10.3 Fysiologie van de neus................................................................................................................7
10.3.1 Ademhaling..........................................................................................................................7
10.3.2 Neusbijholten......................................................................................................................9
10.1 Inleiding
NEUS
Functie bij
o Ademhaling: ingeademde lucht
Verwarmen
Bevochtigen
Filteren/reinigen
o Reuk
Waarschuwen (brand, bedorven
voedsel, verontreiniging)
Smaak door reuk
Geuren en associatie
gebeurtenissen uit verleden
Sociale functie:
sympathie/antipathie emotie
o Spraak
Aandoeningen
o Deformaties, poliepen, tumoren
o Systemische aandoeningen knn beginnen in de neus
Infecties, allergiëen, vasculitiden
Ernstige obstructie (bij zuigelingen levensbedreigend)
habitueel mondademen afwijkend mondgedrag (tong)
verstoorde occlusie
Neustrauma op alle leeftijden
o Jong mgl. invloed op vorm aangezicht
Relatie vorm neus en zelfbeeld
1
, Functie bijholten
• Ondersteunen afweer (vergroten opp respiratoir epitheel)
• Reductie van gewicht schedel
• Kreukelzone (bescherming achterliggende structuren)
10.2 Anatomie van de neus
10.2.1 Uitwendige neus
Benige pyramide bestaat uit:
• Ossa nasalia
• Proc. frontalis maxillae
• Spina nasalis ossis frontalis
• Benige tussenschot
Kraakbenig skelet
• Triangulaire kraakbeentjes
• Kraakbenig tussenschot (septum)
Lobulus
• Ondersteuning door lobulaire kraakbeentjes
Verdere onderscheiding:
- Neuspunt
- Neusvleugels
- Columella
- Uitwendige neusgaten
Dunne spierlaag over beide pyramides
• m. nasalis pars transversa
• m. nasalis pars alaris
• m. depressor septi
• m. levator labii superioris alaeque nasi
• m. procerus
• m. dilatator naris
• m. apicis nasi
worden tijdens inademen geactiveerd, voorkomen aanzuigen van de neusvleugel.
Rol bij mimiek
2