MAATSCHAPPELIJKE VERSCHIJNSELEN
Functionalisme: de samenleving bestaat uit delen die allemaal een eigen functie hebben, waardoor
de samenleving kan functioneren. Alles wat gebeurt zou een functie moeten hebben voor de
samenleving als geheel.
‘equilibrium’: de delen van de samenleving zijn in balans.
Conflict: de samenleving bestaat uit groepen die continu strijd hebben met elkaar.
Feminist: onderzoekt de verhouding tussen mannen en vrouwen en wil deze ook veranderen.
Symbolisch interactionisme: richt zich op hoe mensen betekenis geven aan de wereld om hen heen.
Mensen zien de wereld door symbols (dingen waar we betekenis aan geven en die we gebruiken om
te communiceren).
SOCIAL PROBLEMS
Functionalisme: het falen van een deel van de samenleving waardoor de rest van de samenleving er
last van krijgt (dit falen noemen we dysfunctions).
Manifest function: actie die bedoelt is om een deel van het systeem te helpen.
Latent function: actie die onbedoeld een deel van het systeem helpt.
Conflict: de strijd om beperkte middelen. De essentie is een conflict tussen twee groepen.
Twee soorten social problems: 1. De problemen waar de uitgebuite mensen tegenaan lopen en 2. De
problemen waar de mensen met macht tegenaan lopen als de uitgebuite mensen in opstand komen.
Feminist: het resultaat van de strijd tussen mannen en vrouwen om de macht.
Symbolisch interactionisme: symbols bepalen wat wij als social problem zien. Social problems zijn
eigenlijk objectieve situaties in de samenleving die gelabeld zijn als social problem.
ARMOEDE
Functionalisme: armoede heeft aan de ene kant een functie voor de samenleving (arme mensen
creëren banen (voor bijv. social workers), armoede werkt als schrikbeeld: het motiveert anderen om
niet zo te worden, de armen voeren het werk uit dat niemand anders wilt doen maar wel belangrijk
is) maar aan de andere kant zorgt het voor dysfuncties zoals criminaliteit, zelfmoord en drugsgebruik.
Conflict: de problemen van de armen komen door hun achtergestelde positie in een systeem van
onderdrukking.
Marx: er zou ‘class conciousness’ ontstaan: mensen zouden zich bewust worden van hun
onderdrukking en in opstand komen en het idee van false class conciousness (het idee dat ze zelf rijk
kunnen worden als ze maar ander werk zoeken) loslaten andere theoretici vinden dit beeld te
ongenuanceerd.
Feministen: Marx ziet belangrijke kernzaken als gender, etniciteit en leeftijd als gebieden van
uitbuiting over het hoofd.