Coachen met collega’s – Erik de Haan & Yvonne Burger
De tijd van coachen met collega’s
Werk groeit steeds dichter naar school toe: waar je naar toe gaat om jezelf te ontwikkelen en te
ontplooien, maar ook waar je naartoe gaat om tot jezelf te komen, te reflecteren en om bezig te zijn
met voor jou echt wezenlijke dingen. We werken voor de bevrediging van overstijgende en meer
individuele behoeftes (Maslow), zoals erkenning, invloed, zelfexpressie en zelfontplooiing.
Hoofdstuk 1 – gesprekken met een ruim bereik
Wat verstaan we onder coaching?
Coachen – manier van werk gerelateerd leren waarbij vooral in tweegesprekken wordt gewerkt. Het
heeft tot doel de professionaliteit van de coachee te vergroten door de eigen relatie tot bepaalde
ervaringen en vraagstukken te bespreken. Reflectie wordt gestimuleerd, potentiële kwaliteiten worden
vrijgemaakt en obstakels voor verdere ontwikkeling worden overwonnen of weggenomen. Het gaat
hierbij om hoe de coachee met anderen samenwerkt, optreedt in specifieke situaties, onderhandelt,
adviseert of invloed uitoefent, omgaat met lastige situaties en tot oordeels- en besluitvorming komt.
Coach – gericht op het faciliteren van het leer- en ontwikkelproces van de coachee. De coach heeft
een adviserende rol en beoogt de coachee te ondersteunen bij de eigen aanpak van haar vraag of
probleem.
Coachend leidinggeven – het toepassen van coaching technieken bij het leidinggeven.
Coachee – met behulp van een coach reflecteren op eigen handelen en denken, waarbij praktijk
vragen altijd het uitgangspunt zijn. Het gesprek kan ook gaan over persoonlijk functioneren, maar altijd
in context van de werkpraktijk.
Coachingsproces
1. Intake en leercontract, met bespreking van doelstelling, aantal sessies en variatie van
leervormen (vaak samen met leidinggevende of collega’s van coachee)
2. Vaststellen van tijdstip, agenda en plaats bijeenkomsten
3. Een aantal coaching gesprekken (5-20)
4. Evaluatie van de opbrengsten van coaching (vaak samen met leidinggevende of collega’s van
coachee)
Bereik coachingvragen
1. Vragen waarbij inhoud en vakkennis centraal staan, waarbij het enorm gaat deze in specifieke
en lastige situaties toe te passen WAT vragen
2. Vragen waarbij een inhoudelijke component aanwezig is, maar de wijze waarop de coachee
handelt en met de inhoud omgaat belangrijk is HOE vragen
3. Vragen waarbij vooral persoonlijke eigenschapen van de coachee centraal staan WAT
vragen
Welke leervormen kunnen we bij coaching onderscheiden?
Overeenkomst begeleidingsvormen – het gaat om een relatie van een coachee en een coach, die
relatie is gericht op het leren van de coachee in haar werk.
, Verschillende vormen van individuele begeleiding: pagina 8
Interventie diepte – de mate waarin persoonlijke eigenschappen en gedrag van de coachee
onderdeel zijn van het leerproces: pagina 11
De tijd van coachen met collega’s
Werk groeit steeds dichter naar school toe: waar je naar toe gaat om jezelf te ontwikkelen en te
ontplooien, maar ook waar je naartoe gaat om tot jezelf te komen, te reflecteren en om bezig te zijn
met voor jou echt wezenlijke dingen. We werken voor de bevrediging van overstijgende en meer
individuele behoeftes (Maslow), zoals erkenning, invloed, zelfexpressie en zelfontplooiing.
Hoofdstuk 1 – gesprekken met een ruim bereik
Wat verstaan we onder coaching?
Coachen – manier van werk gerelateerd leren waarbij vooral in tweegesprekken wordt gewerkt. Het
heeft tot doel de professionaliteit van de coachee te vergroten door de eigen relatie tot bepaalde
ervaringen en vraagstukken te bespreken. Reflectie wordt gestimuleerd, potentiële kwaliteiten worden
vrijgemaakt en obstakels voor verdere ontwikkeling worden overwonnen of weggenomen. Het gaat
hierbij om hoe de coachee met anderen samenwerkt, optreedt in specifieke situaties, onderhandelt,
adviseert of invloed uitoefent, omgaat met lastige situaties en tot oordeels- en besluitvorming komt.
Coach – gericht op het faciliteren van het leer- en ontwikkelproces van de coachee. De coach heeft
een adviserende rol en beoogt de coachee te ondersteunen bij de eigen aanpak van haar vraag of
probleem.
Coachend leidinggeven – het toepassen van coaching technieken bij het leidinggeven.
Coachee – met behulp van een coach reflecteren op eigen handelen en denken, waarbij praktijk
vragen altijd het uitgangspunt zijn. Het gesprek kan ook gaan over persoonlijk functioneren, maar altijd
in context van de werkpraktijk.
Coachingsproces
1. Intake en leercontract, met bespreking van doelstelling, aantal sessies en variatie van
leervormen (vaak samen met leidinggevende of collega’s van coachee)
2. Vaststellen van tijdstip, agenda en plaats bijeenkomsten
3. Een aantal coaching gesprekken (5-20)
4. Evaluatie van de opbrengsten van coaching (vaak samen met leidinggevende of collega’s van
coachee)
Bereik coachingvragen
1. Vragen waarbij inhoud en vakkennis centraal staan, waarbij het enorm gaat deze in specifieke
en lastige situaties toe te passen WAT vragen
2. Vragen waarbij een inhoudelijke component aanwezig is, maar de wijze waarop de coachee
handelt en met de inhoud omgaat belangrijk is HOE vragen
3. Vragen waarbij vooral persoonlijke eigenschapen van de coachee centraal staan WAT
vragen
Welke leervormen kunnen we bij coaching onderscheiden?
Overeenkomst begeleidingsvormen – het gaat om een relatie van een coachee en een coach, die
relatie is gericht op het leren van de coachee in haar werk.
, Verschillende vormen van individuele begeleiding: pagina 8
Interventie diepte – de mate waarin persoonlijke eigenschappen en gedrag van de coachee
onderdeel zijn van het leerproces: pagina 11