Hoofdstuk 11
Directe en Indirecte kosten:
De mate waarin de kosten toe te reken zijn aan individuele producten.
Directe kosten: Kosten waarvan precies aan te geven is voor welk product ze
gemaakt zijn.
(bijvoorbeeld de grondstofkosten)
Indirecte kosten: Kosten waarvan niet exact is aan te geven voor welk product
ze gemaakt zijn.
(bijvoorbeeld de onderhoudskosten van de gebouwen bij een
productie van
meerdere producten)
De 7 kostensoorten:
- Kosten van arbeid
- Kosten van duurzame productiemiddelen
- Kosten van grond- en hulpstoffen
- Kosten van vermogen (intrest)
- Kosten van diensten van derden
- Kosten van belastingen
- Kosten van grond
Vaste en Variabele kosten:
De mate waarin de kosten meebewegen met de productie-omvang.
• Vaste kosten veranderen niet bij toe- of afname van de
productie-omvang
• Variabele kosten veranderen als de productie-omvang varieert.
Kostengedrag bij toename productie-omvang
Totale kosten Kosten per eenheid
Vaste kosten Blijven gelijk Dalen
Proportioneel variabele Stijgen Blijven gelijk
kosten
Breakevenaantal:
Constante kosten / dekkingsbijdrage (Verkoopprijs – Inkoopprijs)
CK
BEA Q =-------------
P – VK
Het ondergedeelte van de formule is de Dekkingsbijdrage!!
,Voorbeeld:
Een taxi-onderneming heeft 5 personenauto’s die per stuk, per jaar€ 20.000,- aan
constante kosten met zich meebrengen. De kosten per gereden kilometer zijn €
1,20 (benzine, onderhoud etc.).
Het bedrijf vraagt aan de klant € 2,- per gereden kilometer.
q= CK
(p – VK)
= 5 x € 20.000 = € 100.000 = 125.000 kilometer (25.000 per auto)
2 – 1,20 0,80
Break-even omzet = € 250.000,-
Ander manier om de break-even omzet te berekenen:
Omzet = € ….. 100%
Min variabele kosten = € …… 70%
Contributiemarge = € …… 30% (= dekkingsbijdrage)
Min constante kosten = € …… 30%
Nettowinst = € …… 0%
BEO q x p = CK x 100
CM%
Voorbeeld:
Supermarkt C1000 in Breda hanteert op haar totale assortiment een
brutowinstmarge van 22,5%. De totale constante kosten per jaar
zijn € 517.500,-.
Welke omzet moet C1000 minimaal behalen om uit de kosten te komen?
Omzet =€ …… 100 %
Min variabele kosten =€ …… 77,5%
Contributiemarge =€ …… 22,5% (= dekkingsbijdrage)
Min constante kosten =€ 517.500= 22,5%
Nettowinst = € …… 0 %
BEO q x p = CK x 100%
CM%
BEO = (€ 517.500/22,5) x 100 = € 2.300.000
Vervolg:
Stel dat de supermarkt overweegt om een fulltime cassière aan te nemen die op
jaarbasis € 36.000,- (= constante kosten) kost. Met hoeveel moet de omzet
stijgen om de nieuwe cassière terug te verdienen?
Omzetstijging q x p = CK x 100%
CM%
= (36.000/22,5) x 100 = € 160.000,-
, Winst berekening
Constante kosten 450.000
Winstdoelstelling 150.000
Verkoopprijs 625
Inkoopprijs 250
450.000 +150.000 *100% = 1.600 stuks
625 – 250
Veiligheidsmarge
Definitie = het percentage waarmee de huidige omzet nog mag dalen voordat
het break-even punt bereikt is.
SM % = werkelijke omzet -/- BEO x 100%
werkelijke omzet
Voorbeeld:
Stel dat de C1000 al een omzet behaalt per jaar van € 3.100.000,-.
Hoeveel bedraagt dan de safety margin / Veiligsheidsmarge
SM % = werkelijke omzet -/- BEO x 100%
werkelijke omzet
= € 3.100.000 - € 2.300.000 x 100%
€ 3.100.000 = 25,8%
Begrote omzet – BreakEvenOmzet * 100%=
Begrote omzet
Verwachte omzet: €1.250.000 (2.000 stuks * 625)
Variabele kosten = €250 per stuk
Vaste kosten = €450.000
Break evenafzet 1.200 stuks
break evenomzet = 1.200 stuks *625 = €750.000
1.250.000 – 750.000 * 100%= 40%
1.250.000
2.000 – 1.200 *100% = 40%
2.000
Hefboomwerking bij kostenstructuur
Vaste kosten stijgen tot 750.000
Variabele kosten bedragen 156,25
Verkoopprijs 625
750.000 *100% = 468,75 = 469 stuks
625 – 156,25
Hoofdstuk 12
Bij direct costing zit het volgende gehanteerd:
Directe en Indirecte kosten:
De mate waarin de kosten toe te reken zijn aan individuele producten.
Directe kosten: Kosten waarvan precies aan te geven is voor welk product ze
gemaakt zijn.
(bijvoorbeeld de grondstofkosten)
Indirecte kosten: Kosten waarvan niet exact is aan te geven voor welk product
ze gemaakt zijn.
(bijvoorbeeld de onderhoudskosten van de gebouwen bij een
productie van
meerdere producten)
De 7 kostensoorten:
- Kosten van arbeid
- Kosten van duurzame productiemiddelen
- Kosten van grond- en hulpstoffen
- Kosten van vermogen (intrest)
- Kosten van diensten van derden
- Kosten van belastingen
- Kosten van grond
Vaste en Variabele kosten:
De mate waarin de kosten meebewegen met de productie-omvang.
• Vaste kosten veranderen niet bij toe- of afname van de
productie-omvang
• Variabele kosten veranderen als de productie-omvang varieert.
Kostengedrag bij toename productie-omvang
Totale kosten Kosten per eenheid
Vaste kosten Blijven gelijk Dalen
Proportioneel variabele Stijgen Blijven gelijk
kosten
Breakevenaantal:
Constante kosten / dekkingsbijdrage (Verkoopprijs – Inkoopprijs)
CK
BEA Q =-------------
P – VK
Het ondergedeelte van de formule is de Dekkingsbijdrage!!
,Voorbeeld:
Een taxi-onderneming heeft 5 personenauto’s die per stuk, per jaar€ 20.000,- aan
constante kosten met zich meebrengen. De kosten per gereden kilometer zijn €
1,20 (benzine, onderhoud etc.).
Het bedrijf vraagt aan de klant € 2,- per gereden kilometer.
q= CK
(p – VK)
= 5 x € 20.000 = € 100.000 = 125.000 kilometer (25.000 per auto)
2 – 1,20 0,80
Break-even omzet = € 250.000,-
Ander manier om de break-even omzet te berekenen:
Omzet = € ….. 100%
Min variabele kosten = € …… 70%
Contributiemarge = € …… 30% (= dekkingsbijdrage)
Min constante kosten = € …… 30%
Nettowinst = € …… 0%
BEO q x p = CK x 100
CM%
Voorbeeld:
Supermarkt C1000 in Breda hanteert op haar totale assortiment een
brutowinstmarge van 22,5%. De totale constante kosten per jaar
zijn € 517.500,-.
Welke omzet moet C1000 minimaal behalen om uit de kosten te komen?
Omzet =€ …… 100 %
Min variabele kosten =€ …… 77,5%
Contributiemarge =€ …… 22,5% (= dekkingsbijdrage)
Min constante kosten =€ 517.500= 22,5%
Nettowinst = € …… 0 %
BEO q x p = CK x 100%
CM%
BEO = (€ 517.500/22,5) x 100 = € 2.300.000
Vervolg:
Stel dat de supermarkt overweegt om een fulltime cassière aan te nemen die op
jaarbasis € 36.000,- (= constante kosten) kost. Met hoeveel moet de omzet
stijgen om de nieuwe cassière terug te verdienen?
Omzetstijging q x p = CK x 100%
CM%
= (36.000/22,5) x 100 = € 160.000,-
, Winst berekening
Constante kosten 450.000
Winstdoelstelling 150.000
Verkoopprijs 625
Inkoopprijs 250
450.000 +150.000 *100% = 1.600 stuks
625 – 250
Veiligheidsmarge
Definitie = het percentage waarmee de huidige omzet nog mag dalen voordat
het break-even punt bereikt is.
SM % = werkelijke omzet -/- BEO x 100%
werkelijke omzet
Voorbeeld:
Stel dat de C1000 al een omzet behaalt per jaar van € 3.100.000,-.
Hoeveel bedraagt dan de safety margin / Veiligsheidsmarge
SM % = werkelijke omzet -/- BEO x 100%
werkelijke omzet
= € 3.100.000 - € 2.300.000 x 100%
€ 3.100.000 = 25,8%
Begrote omzet – BreakEvenOmzet * 100%=
Begrote omzet
Verwachte omzet: €1.250.000 (2.000 stuks * 625)
Variabele kosten = €250 per stuk
Vaste kosten = €450.000
Break evenafzet 1.200 stuks
break evenomzet = 1.200 stuks *625 = €750.000
1.250.000 – 750.000 * 100%= 40%
1.250.000
2.000 – 1.200 *100% = 40%
2.000
Hefboomwerking bij kostenstructuur
Vaste kosten stijgen tot 750.000
Variabele kosten bedragen 156,25
Verkoopprijs 625
750.000 *100% = 468,75 = 469 stuks
625 – 156,25
Hoofdstuk 12
Bij direct costing zit het volgende gehanteerd: