Zuur-base • Hoorcollege
1. H+-ionen binden aan positief geladen delen van eiwitmoleculen.
a. Juist
b. Onjuist
2. Bij een stijging van het aantal H+-ionen, daalt de pH.
a. Juist
b. Onjuist
3. Koolzuur (H2CO3) is een vluchtig zuur.
a. Juist
b. Onjuist
4. Bij oxidatie waarvan wordt een H+-ion gevormd?
a. Eiwitten
b. Koolhydraten
c. Niet-geladen aminozuren
d. Vetten
5. De productie waarvan is hoger per dag?
a. Niet- vluchtige basen
b. Niet-vluchtige zuren
6. Hoe regelt de nier de pH?
7. Bij metabolisatie van glutamine vormt zich 2HCO3- en NH3.
a. Juist
b. Onjuist
8. In welke cel wordt bicarbonaat uitgescheiden en chloor teruggeresorbeerd?
a. Princiapl cell
b. Intercalated cell type A
c. Intercalated cell type B
Circ III → week 3 → vragen → 1
,9. Welke 4 processen worden gestimuleerd bij een acidose?
10. Noem de H+-buffers.
11. Welke stelling(en) over zuur-base stoornissen is of zijn juist?
⬜ Een hoge HCO3- leidt tot een respiratoire acidose
⬜ Een hoge PaCO2 leidt tot een respiratoire acidose
⬜ Een lage HCO3- leidt tot een metabole acidose
⬜ Een lage PaCO2 leidt tot een metabole alkalose
12. De compensatie van welke acute stoornis duurt het langst?
a. Respiratoir
b. Metabool
Longpathologie/longpracticum • Hoorcollege
13. Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a. Kwabben – lobuli – segmenten
b. Kwabben – segmenten – lobuli
c. Segmenten – kwabben – lobuli
d. Segmenten – lobuli – kwabben
14. Waar vind je pseudomeerlagig trilhaardragend cilindrisch epitheel?
a. Alveolus
b. Bronchiolus
c. Bronchus
15. Alveoli zijn bedekt met type I en II pneumocyten.
a. Juist
b. Onjuist
16. Wat zijn de functies van type II pneumocyten?
17. Welke vaten liggen in de interlobulaire septae?
a. Aa. pulmonalis
b. Vv. pulmonalis
18. Welke arterie voorziet van bronchuswand van zuurstofrijk bloed?
19. Welke cellen vormen de buitenste laag van de pleura?
20.Waaruit bestaat de trias van Virchow (risicofactoren trombose)?
Circ III → week 3 → vragen → 2
, 21. Een longinfarct is een
a. rood infarct
b. wit infarct
22. In welke fase ontstaat intra-alveolair exsudaat bij een pneumonie?
a. Grijze hepatisatie
b. Oplossingsfase
c. Rode hepatisatie
23.Bij acute respiratory distress syndrome (ARDS) is de alveolaire barrière
onderbroken.
a. Juist
b. Onjuist
24.Welke stelling(en) over sarcoïdose is of zijn juist?
⬜ De granulomen bestaan uit epitheloid type macrofagen
⬜ Het is een multisysteemziekte
⬜ In de granulomen bevinden zich meerkernige reuscellen
⬜ We zien granulomen en necrose
25. Bij een α-1-antitrypsinedeficiëntie bestaat een gebrek aan elastases.
a. Juist
b. Onjuist
26.In welk geval verwacht je centri-acinair emfyseem?
a. Rook-geïnduceerd
b. α-1-antitrypsinedeficiëntie
27. Toename van MUC5B maakt alveolaire epitheelcellen minder gevoelig voor
schade.
a. Juist
b. Onjuist
Circ III → week 3 → vragen → 3