1. Organisatie = een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend
bedoeld is
2. Bedrijf = organisatie die goederen en/of diensten voortbrengen of handel drijven met
het doel deze op een afzetmarkt te verkopen
3. Bedrijven zonder winstoogmerk = non-profitinstelling. Streven naar levering van
goederen en/of diensten voor algemeen nut tegen de laagste offertes. BV;
ziekenhuis, gemeentelijke vervoersbedrijf en een waterleidingmaatschappij
4. Bedrijven met winstoogmerk = profit (onderneming). Streven naar winst. Op eigen
kracht een opbrengst voor hun producten en/of diensten realiseren die hoger is dan
de kosten van het maken of leveren ervan. BV; Volvo, Philips of de midden- en
kleinbedrijven zoals de winkel om de hoek.
5. Bedrijfskunde;
- Gaat over bedrijven;
- Kijkt goed naar de bedrijfsomgeving;
- Is multidisciplinair, brengt verschillende vakgebieden bij elkaar;
- Is interdisciplinair en is bij het samenbrengen van vakgebieden meer dan een
kritiekloos doorgeefluik;
- Is een wetenschap en houdt zich aan de wetenschappelijke spelregels;
- Is praktisch en toepassingsgericht en daarmee een kunde.
, Hoofdstuk 2
1. Continue proces = proces dat dag en nacht doorgaat en niet stopt. BV; olieraffinaderij
2. Natuurlijk proces = vinden vanzelf plaats en houden zichzelf volgens de wetten van de natuur
in stand
3. Kunstmatig proces = processen die geïnitieerd en in stand worden gehouden door mensen.
BV; (berechtings)proces, productieproces of een organisatieverandering.
4.
5.