sv eco economische crisis 5VWO h2
Een bedrijf voegt waarde toe aan de inkoopwaarde. Dit is de toegevoegde waarde.
(=productiewaarde).
omzet – onderlinge leveringen = toegevoegde waarde
De bruto toegevoegde waarde is gelijk aan de omzet min de inkoop van goederen en
diensten.
Kapitaalgoederen dalen elk jaar een beetje in waarde, ze worden in een aantal jaren
afgeschreven. Bedrijven leggen elk jaar geld opzij om te zijner tijd de machine te kunnen
vervangen = afschrijvingen.
De netto toegevoegde waarde is gelijk aan de bruto toegevoegde waarde min de
afschrijvingen.
netto toegevoegde waarde = productiewaarde = primair inkomen
De bedrijven die de opeenvolgende productiestadia van een product verzorgen, vormen
samen de bedrijfskolom.
Een schakel van een bedrijfskolom bestaat uit bedrijven die dezelfde soort productie
verrichten. Deze bedrijven vormen een bedrijfstak.
Het bbp is de totale productiewaarde of toegevoegde waarde in een land.
algemeen geldt:
- bruto toegevoegde waarde = bbp = bruto binnenlands inkomen
- netto toegevoegde waarde = netto binnenlands product = netto binnenlands
inkomen
- netto binnenlands inkomen = bruto binnenlands inkomen – afschrijvingen
algemeen geldt:
- saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen buitenland – betaald
primair inkomen buitenland
- bruto nationaal product/inkomen = bruto binnenlands product + saldo primair
inkomen buiten
- netto nationaal product/inkomen = bruto nationaal product/inkomen –
afschrijvingen
Als maatstaf voor economische groei wordt vaak de verandering van het reëel bruto
binnenlands product genomen.
nadelen: scheve inkomensverdeling, sommige dingen horen niet tot inkomen wel tot
welvaart (vrijwilligerswerk enz.), zwart werk levert ook welvaart op, externe (negatieve)
effecten, geen rekening met uitputting natuurbronnen
Als we het bbp als maatstaf gebruiken om de welvaart in een land vast te stellen noemen we
dat welvaart in enge zin of materiële welvaart.
Houden we daarnaast ook rekening met kwalitatieve aspecten, zoals negatieve externe
effecten en uitputting van natuurlijke hulpbronnen, dan spreken we van welvaart in ruime
zin of immateriële welvaart.
Een bedrijf voegt waarde toe aan de inkoopwaarde. Dit is de toegevoegde waarde.
(=productiewaarde).
omzet – onderlinge leveringen = toegevoegde waarde
De bruto toegevoegde waarde is gelijk aan de omzet min de inkoop van goederen en
diensten.
Kapitaalgoederen dalen elk jaar een beetje in waarde, ze worden in een aantal jaren
afgeschreven. Bedrijven leggen elk jaar geld opzij om te zijner tijd de machine te kunnen
vervangen = afschrijvingen.
De netto toegevoegde waarde is gelijk aan de bruto toegevoegde waarde min de
afschrijvingen.
netto toegevoegde waarde = productiewaarde = primair inkomen
De bedrijven die de opeenvolgende productiestadia van een product verzorgen, vormen
samen de bedrijfskolom.
Een schakel van een bedrijfskolom bestaat uit bedrijven die dezelfde soort productie
verrichten. Deze bedrijven vormen een bedrijfstak.
Het bbp is de totale productiewaarde of toegevoegde waarde in een land.
algemeen geldt:
- bruto toegevoegde waarde = bbp = bruto binnenlands inkomen
- netto toegevoegde waarde = netto binnenlands product = netto binnenlands
inkomen
- netto binnenlands inkomen = bruto binnenlands inkomen – afschrijvingen
algemeen geldt:
- saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen buitenland – betaald
primair inkomen buitenland
- bruto nationaal product/inkomen = bruto binnenlands product + saldo primair
inkomen buiten
- netto nationaal product/inkomen = bruto nationaal product/inkomen –
afschrijvingen
Als maatstaf voor economische groei wordt vaak de verandering van het reëel bruto
binnenlands product genomen.
nadelen: scheve inkomensverdeling, sommige dingen horen niet tot inkomen wel tot
welvaart (vrijwilligerswerk enz.), zwart werk levert ook welvaart op, externe (negatieve)
effecten, geen rekening met uitputting natuurbronnen
Als we het bbp als maatstaf gebruiken om de welvaart in een land vast te stellen noemen we
dat welvaart in enge zin of materiële welvaart.
Houden we daarnaast ook rekening met kwalitatieve aspecten, zoals negatieve externe
effecten en uitputting van natuurlijke hulpbronnen, dan spreken we van welvaart in ruime
zin of immateriële welvaart.