Een ondernemer is volgens het boek:
‘An individual who notices opportunities and decides how to mobilize the resources
necessary to produce new and improved goods and services.’
‘Een persoon die kansen ziet en beslist hoe hij de middelen kan mobiliseren die nodig zijn
om nieuwe en verbeterde goederen en diensten te produceren.’
In deze definitie mist het onderdeel van risico nemen, handelen en onzekerheid.
Ondernemers zijn niet alleen mensen die kansen exploiteren, dit gebeurd namelijk ook in
een bedrijf of door managers.
Het zijn niet alleen mensen die resources mobiliseren om producten te maken. Het zijn
mensen die zelf risico nemen.
Om meer inzicht te krijgen in wat ondernemerschap precies is, moeten we een stukje terug
gaan in de geschiedenis.
Richard Cantillon (1680-1734) was een Franse speculant en bankier. Hij was een van de
eerste die ondernemerschap zag als iets positiefs.
Hiervoor werd ondernemerschap gezien als iets negatiefs. Als mensen die profiteren van
andere mensen, die profiteren van de overheid.
Cantillon zag ondernemerschap als risico nemen, waarbij de kosten van de productie
bekend zijn, maar de opbrengsten onzeker.
‘Dat is de risico dat een ondernemer neemt’.
Joseph Schumpeter (1883-1950) was een belangrijk denker over ondernemerschap. Hij
was een econoom en politiek wetenschapper.
Hij zag ondernemerschap als het creatief scheppen en creatief vernietigen in de
economie.
Het creatief scheppen van nieuwe producten en nieuwe oplossingen.
En het vernietigen van bestaande oplossingen of zelfs bedrijven.
Deze twee denkers laten zien dat we de economie niet kunnen begrijpen zonder
ondernemerschap. Als we de economie alleen maar zien als de balans tussen vraag en
aanbod, dan is de economie stabiel zodra er genoeg aanbod is om de vraag te vervullen.
Wie zorgen er dan voor verandering en vernieuwing?
Dat zijn de ondernemers volgens Schumpeter en Cantillon. Ondernemers nemen het
risico, die zien nieuwe kansen om nieuwe en bestaande behoefte te vervullen.
In Schumpeter zijn theorie staat het idee van creatief scheppen en destructie centraal.
Ondernemers maken iets nieuws. Als dit nieuwe zo belangrijk wordt, dan onttrekt het
hulpmiddelen aan bestaande bedrijven.
, Als we bijv. kijken naar de fossiele industrie. We zien verschillende waves. Momenteel
zijn we in de wereld aan het einde van de fossiele fase. De beurskoersen van bedrijven
die uitgaan van fossiele energie, zoals bijv. Shell, zijn aan het inzakken.
Dat betekent dat het geld dat mensen investeren in fossiele energie afneemt en dat dit geld
dus ergens anders in wordt geïnvesteerd.
Dat is dus wat Schumpeter bedacht:
Je kan geld maar op 1 plek tegelijk besteden.
De ene sector ‘vernietigd’ dus de andere sector.
Ondernemerschap dus als drijvende kracht achter economische veranderingen.
Dit alles gaat voornamelijk over commercieel ondernemerschap.
Ondernemers die producten produceren om daar iets mee te verdienen. Maar er zijn
verschillende vormen ondernemerschap:
● Commerciële ondernemers: Focus op onderneming, product en/of
winst.
● Sociale ondernemers: Combineren van sociale/milieugerichte
en commerciële doelen.
● Intrapreneurs (interne ondernemers): Vernieuwen en verandering in een
organisatie.
In het schrijven en denken over ondernemers wordt er vaak over individuen gepraat. Maar
ondernemerschap is in de meeste gevallen geen individueel iets. Dit gebeurt meestal in
teamverband.
Het kernidee van ondernemerschap is dat een ondernemende oriëntatie bestaat. Een
oriëntatie die niet alleen bij ondernemers in start-ups te vinden is, maar ook bij
managers, employees etc.