Samenvatting aardrijkskunde h2 klimaatvraagstukken
Klimaatverandering is niets nieuws!
Paragraaf 1: Woestijnaarde
Het Perm was een warme era, dat weten we omdat we geen zoutvoorraad zouden kunnen hebben
als het niet warm genoeg was voor het zoute water om te kunnen verdampen.
Volgens Alfred Wegener hadden alle continenten in het verre verleden aan elkaar vastgezeten – het
oercontinent Pangea.
Halverwege de vorige eeuw werd duidelijk dat in de oceanen onderzeese gebergtegordels liggen. De
oceaanbodem was veel jonger dan het gesteente van de continenten. Hoe verder weg van de
onderzeese gebergteketens het gesteente werd gevonden, hoe ouder het bleek te zijn.
Door seafloor spreading wordt nieuw gesteente gevormd dat zich horizontaal verplaatst.
De aardkorst bestaat uit allemaal delen die bij de mid-oceanische ruggen uit elkaar drijven. De
oceaanbodem beweegt horizontaal en neemt de continenten mee. Er zijn ook plekken op aarde waar
de platen met elkaar botsen en waar de ene plaat onder de andere duikt en wordt vernietigd.
De beweging van de platen wordt aangedreven door de inwendige warmte van de aarde, er zijn
kringlopen van gesteente, de convectiestromen.
Pangea strekte zich uit van pool tot pool. Er heerste in een groot deel van de wereld een continentaal
klimaat, omdat veel land ver van de oceaan lag. Het was erg droog en het grootste deel van de aarde
was woestijngebied.
Er was veel water opgeslagen in een ijskap de zeespiegel stond relatief laag meer gesteenten
blootgesteld aan verwering/erosie afgebroken materiaal namen de rivieren mee naar de oceanen
flora en fauna in de oceanen meer voedingstoffen sterke plantengroei leidde tot onttrekking
van veel CO2 laag CO2-gehalte is verminderen van het broeikaseffect, dus afkoeling groei
ijskappen en daling zeespiegel.
De zandlagen in de woestijn hebben een kenmerkende rode kleur, die is ontstaan door de
ijzerdeeltjes in het zand.
Gedurende het Perm lag het huidige Nederland ter hoogte van de huidige Sahara, aan het einde van
het Perm overstroomde dit gebied. Toen de zee zich had teruggetrokken, verdampte het water door
het droge klimaat zoutkristallen op de bodem. Daarom hebben wij in Nederland een
zoutsteenlaag, waar ook zout uit gewonnen kan worden.
In het Carboon lag het huidige Nederland ter hoogte van de evenaar: moerasachtig, tropisch gebied.
Planten die doodgingen, kwamen in het zuurstofarme water van de moerassen terecht en vormden
dikke veenlagen. Door het inkolingsproces ontstaan uit veen uiteindelijk steenkool.
Dikke zoutlagen uit het Perm vormden een dekgesteente waardoor de uit de plantenresten
ontsnappende gassen werden tegengehouden. De zandlagen uit het Perm dienden als
reservoirgesteente.
Klimaatverandering is niets nieuws!
Paragraaf 1: Woestijnaarde
Het Perm was een warme era, dat weten we omdat we geen zoutvoorraad zouden kunnen hebben
als het niet warm genoeg was voor het zoute water om te kunnen verdampen.
Volgens Alfred Wegener hadden alle continenten in het verre verleden aan elkaar vastgezeten – het
oercontinent Pangea.
Halverwege de vorige eeuw werd duidelijk dat in de oceanen onderzeese gebergtegordels liggen. De
oceaanbodem was veel jonger dan het gesteente van de continenten. Hoe verder weg van de
onderzeese gebergteketens het gesteente werd gevonden, hoe ouder het bleek te zijn.
Door seafloor spreading wordt nieuw gesteente gevormd dat zich horizontaal verplaatst.
De aardkorst bestaat uit allemaal delen die bij de mid-oceanische ruggen uit elkaar drijven. De
oceaanbodem beweegt horizontaal en neemt de continenten mee. Er zijn ook plekken op aarde waar
de platen met elkaar botsen en waar de ene plaat onder de andere duikt en wordt vernietigd.
De beweging van de platen wordt aangedreven door de inwendige warmte van de aarde, er zijn
kringlopen van gesteente, de convectiestromen.
Pangea strekte zich uit van pool tot pool. Er heerste in een groot deel van de wereld een continentaal
klimaat, omdat veel land ver van de oceaan lag. Het was erg droog en het grootste deel van de aarde
was woestijngebied.
Er was veel water opgeslagen in een ijskap de zeespiegel stond relatief laag meer gesteenten
blootgesteld aan verwering/erosie afgebroken materiaal namen de rivieren mee naar de oceanen
flora en fauna in de oceanen meer voedingstoffen sterke plantengroei leidde tot onttrekking
van veel CO2 laag CO2-gehalte is verminderen van het broeikaseffect, dus afkoeling groei
ijskappen en daling zeespiegel.
De zandlagen in de woestijn hebben een kenmerkende rode kleur, die is ontstaan door de
ijzerdeeltjes in het zand.
Gedurende het Perm lag het huidige Nederland ter hoogte van de huidige Sahara, aan het einde van
het Perm overstroomde dit gebied. Toen de zee zich had teruggetrokken, verdampte het water door
het droge klimaat zoutkristallen op de bodem. Daarom hebben wij in Nederland een
zoutsteenlaag, waar ook zout uit gewonnen kan worden.
In het Carboon lag het huidige Nederland ter hoogte van de evenaar: moerasachtig, tropisch gebied.
Planten die doodgingen, kwamen in het zuurstofarme water van de moerassen terecht en vormden
dikke veenlagen. Door het inkolingsproces ontstaan uit veen uiteindelijk steenkool.
Dikke zoutlagen uit het Perm vormden een dekgesteente waardoor de uit de plantenresten
ontsnappende gassen werden tegengehouden. De zandlagen uit het Perm dienden als
reservoirgesteente.