Organisation theory
Samenvatting HC’s
[BEDRIJFSNAAM] | [Bedrijfsadres]
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Introduction ............................................................................................................................. 2
Hoorcollege 2: Evolution and growth ............................................................................................................... 4
Hoorcollege 3: Decision making ..................................................................................................................... 13
Deel A De noodzaak voor een kritische blik op managers en besluitvorming .................................................. 13
Deel B Hoe verloopt het proces van besluitvorming in organisaties? .............................................................. 14
Deel C Gedeelde en participatieve besluitvorming ........................................................................................... 17
Hoorcolege 4: Strategy ................................................................................................................................... 21
Hoorcollege 5: Organizational structure ......................................................................................................... 28
Hoorcollege 6: Ethics & CSR ............................................................................................................................ 33
Hoorcollege 7 Motivatie en leiderschap ......................................................................................................... 36
Motivatie .......................................................................................................................................................... 36
Leiderschap....................................................................................................................................................... 39
Hoorcollege 8: Controlling .............................................................................................................................. 44
Hoorcollege 9: Entrepreneurship (ondernemerschap) .................................................................................... 50
Hoorcollege 10: Organizational culture & change........................................................................................... 53
1
,Hoorcollege 1: Introduction
Organisatie = samenwerking van mensen die op een gecoördineerde wijze specifieke doelen
proberen te behalen.
Operational performance = maatstaf om te kijken hoe efficiënt en effectief een bedrijf
gerund wordt door managers.
Efficiëntie = geeft aan hoe productief de middelen ingezet worden om hun doel te bereiken.
Effectiviteit = meet hoe geschikt de doelen zijn die de managers hebben gesteld en de mate
waarin de organisatie deze doelen bereikt.
Wat is management?
o Een taak → Fayol
o Een rol/ activiteit → Mintzberg
What is management and what are their tasks?
Management is het plannen, organiseren, leiden en controleren van menselijke en andere
middelen om organisatorische doelen efficiënt en effectief te bereiken.
Manager: someone who gets things done with the aid of people and other resources.
Fayol found that most managers in different
industries performed five common tasks
1) Planning: Het maken van een
strategie
2) Organizing: ’poppetjes op de juiste
plaats’
3) Leading: motiveren/coördineren van
teams
4) Coordinating:
5) Controlling: wat je wil, bereik je dat
ook?
Mintzberg deed onderzoek naar wat managers eigenlijk doen en de rollen die ze hebben:
Interpersonal role: rollen die managers op zich nemen om richting en toezicht te geven aan
zowel medewerkers als de organisatie als geheel.
o Figure head
o Leader
o Liaison
Informational role: rollen die verband houden met de taken die nodig zijn om informatie te
verkrijgen en door te geven in het proces van het managen van de organisatie.
o Monitor
o Disseminator
o Spokesperson
2
, Decisional role: rollen die verband houden met methoden die managers gebruiken bij het
plannen van strategie en het gebruik van middelen.
o Entrepreneur
o Disturbance handler
o Resource allocator
o Negotiator
Om een organisatie effectiever te gebruiken kan een organisatie:
Herstructureren = het inkrimpen van een organisatie door bepaalde banen te elimineren.
Outsourcen = het compleet uitbesteden van bepaalde taken aan andere bedrijven, vaak in
lagelonenlanden. Dit bevordert de efficiëntie in een bedrijf, omdat het de operationele
kosten doet afnemen.
Een tweede manier om organisaties efficiënter te laten werken:
1) Bewegen naar self- management teams.
2) Empowerment = managementtechniek waarbij werknemers meer autoriteit en
verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen werkactiviteiten. De
organisatiestructuur wordt platter.
Door de opkomst van globale organisaties is het essentieel voor organisaties om
competitieve voordelen te creëren. 4 pijlers waarop dit soort voordelen staan:
1) Efficiency: bevorderd wanneer organisaties de hoeveelheid middelen beperken.
2) Kwaliteit: bevorderd door TQM → vinden van nieuwe methoden om kwaliteit te
bevorderen.
3) Innovatie: creëren van betere goederen/ diensten of het ontwikkelen van betere
manieren om ze te produceren.
4) Consument: goede consumentenservice verlenen.
3
Samenvatting HC’s
[BEDRIJFSNAAM] | [Bedrijfsadres]
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Introduction ............................................................................................................................. 2
Hoorcollege 2: Evolution and growth ............................................................................................................... 4
Hoorcollege 3: Decision making ..................................................................................................................... 13
Deel A De noodzaak voor een kritische blik op managers en besluitvorming .................................................. 13
Deel B Hoe verloopt het proces van besluitvorming in organisaties? .............................................................. 14
Deel C Gedeelde en participatieve besluitvorming ........................................................................................... 17
Hoorcolege 4: Strategy ................................................................................................................................... 21
Hoorcollege 5: Organizational structure ......................................................................................................... 28
Hoorcollege 6: Ethics & CSR ............................................................................................................................ 33
Hoorcollege 7 Motivatie en leiderschap ......................................................................................................... 36
Motivatie .......................................................................................................................................................... 36
Leiderschap....................................................................................................................................................... 39
Hoorcollege 8: Controlling .............................................................................................................................. 44
Hoorcollege 9: Entrepreneurship (ondernemerschap) .................................................................................... 50
Hoorcollege 10: Organizational culture & change........................................................................................... 53
1
,Hoorcollege 1: Introduction
Organisatie = samenwerking van mensen die op een gecoördineerde wijze specifieke doelen
proberen te behalen.
Operational performance = maatstaf om te kijken hoe efficiënt en effectief een bedrijf
gerund wordt door managers.
Efficiëntie = geeft aan hoe productief de middelen ingezet worden om hun doel te bereiken.
Effectiviteit = meet hoe geschikt de doelen zijn die de managers hebben gesteld en de mate
waarin de organisatie deze doelen bereikt.
Wat is management?
o Een taak → Fayol
o Een rol/ activiteit → Mintzberg
What is management and what are their tasks?
Management is het plannen, organiseren, leiden en controleren van menselijke en andere
middelen om organisatorische doelen efficiënt en effectief te bereiken.
Manager: someone who gets things done with the aid of people and other resources.
Fayol found that most managers in different
industries performed five common tasks
1) Planning: Het maken van een
strategie
2) Organizing: ’poppetjes op de juiste
plaats’
3) Leading: motiveren/coördineren van
teams
4) Coordinating:
5) Controlling: wat je wil, bereik je dat
ook?
Mintzberg deed onderzoek naar wat managers eigenlijk doen en de rollen die ze hebben:
Interpersonal role: rollen die managers op zich nemen om richting en toezicht te geven aan
zowel medewerkers als de organisatie als geheel.
o Figure head
o Leader
o Liaison
Informational role: rollen die verband houden met de taken die nodig zijn om informatie te
verkrijgen en door te geven in het proces van het managen van de organisatie.
o Monitor
o Disseminator
o Spokesperson
2
, Decisional role: rollen die verband houden met methoden die managers gebruiken bij het
plannen van strategie en het gebruik van middelen.
o Entrepreneur
o Disturbance handler
o Resource allocator
o Negotiator
Om een organisatie effectiever te gebruiken kan een organisatie:
Herstructureren = het inkrimpen van een organisatie door bepaalde banen te elimineren.
Outsourcen = het compleet uitbesteden van bepaalde taken aan andere bedrijven, vaak in
lagelonenlanden. Dit bevordert de efficiëntie in een bedrijf, omdat het de operationele
kosten doet afnemen.
Een tweede manier om organisaties efficiënter te laten werken:
1) Bewegen naar self- management teams.
2) Empowerment = managementtechniek waarbij werknemers meer autoriteit en
verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen werkactiviteiten. De
organisatiestructuur wordt platter.
Door de opkomst van globale organisaties is het essentieel voor organisaties om
competitieve voordelen te creëren. 4 pijlers waarop dit soort voordelen staan:
1) Efficiency: bevorderd wanneer organisaties de hoeveelheid middelen beperken.
2) Kwaliteit: bevorderd door TQM → vinden van nieuwe methoden om kwaliteit te
bevorderen.
3) Innovatie: creëren van betere goederen/ diensten of het ontwikkelen van betere
manieren om ze te produceren.
4) Consument: goede consumentenservice verlenen.
3