Risico’s bij het werken met radioactieve stoffen
- Gesloten bronnen
o Uitwendige bestraling → radioactieve stof op afstand
- Open bronnen
o Uitwendige bestraling → radioactieve stof op afstand
o Uitwendige besmetting → radioactieve stof geknoeid en dan huidbesmetting
o Inwendige besmetting → radioactieve stof binnen (vervallen of lichaam
verlaten)
Uitwendige bestraling met gamma-straling
- Bronsterkte
o Activiteit omrekenen naar kermatempo
▪ A → K𝑎
▪ Bq → Gy/h
- Correctie afstand
o Omgekeerde kwadratenwet
1
▪ 𝑟2
▪ r = de afstand
- Correctie afscherming
o Transmissie
▪ B * 𝑒 −𝜇∗𝑑
𝑑
▪ B * 2−𝐻𝑉𝐷
▪ B = build up factor
o Bij fotonen (gamma/röntgen) heb je transmissie
o Bij beta/alfa gebruik je dracht
- Correctie tijd
▪ K𝑎 → K𝑎
▪ Gy/h → Gy
Bronsterkte en correctie afstand met formule:
𝑇𝑥𝐴
K𝑎 = 𝑟 2
Puntje boven geeft aan dat het om tempo gaat
Alleen te gebruiken bij radioactiviteit → röntgenbuis heeft geen activiteit
- K𝑎 = lucht kerma tempo
o Gy/h
o mGy/h
o 𝜇Gy/min
- L op zijn kop = lucht kerma tempo constante
o Gy * m2 * Bq-1 * h-1
o 𝜇Gy * m2 * MBq-1 * min-1
o 𝜇Gy * m2 * GBq-1 * h-1
Gy ∗ m2
▪ Bq ∗ h
Geeft aan hoeveel Gy/h op 1 m van bron per Bq → 2 meter dan krijg je ¼
- A = activiteit van de bron (Bq)
,Uitwendige besmetting
- Werkvoorschriften
o Niet eten/drinken → kans op inwendig besmetting
o Zorgvuldig werken
o Werkmethoden
- Hygienische voorzorgen
o Lab-jas
o Lang haar niet los
- Persoonlijke beschermingsmiddelen
o Handschoenen
o Pincet
- Jezelf en omgeving na afloop controleren
Inwendige besmetting
- Inhalatie = inademen
- Ingestie = opeten
- Injectie
- Wondbesmetting
- Absorptie door intacte huid
Inhalatie – longmodel – intake
aerosolen
Aerosolen = druppelvorming
darmvorm van een vloeistof (damp is
hierbij niet gas maar neveldruppels)
- De grootte is afhankelijk waar
het terecht komt, dieper of
minder diep
o ET1 = extra-thoracaal 1 = neusholte
o ET 2 = extra thoracaal 2 = mond en keelholte
o BB = trachea en grote bronchiën
o bb = kleine bronchien
o Al = alveoli = longblaasjes
, Afhankelijk van hoe je het inademt, hoe lang en hoe diep, hoe groter de aerosolen zijn. Als
het niet snel oplosbaar is gaat het dieper je longen in.
Inhalatie – longmodel – verwijdering
Bij hoesten kan het dat je het weer doorslikt waardoor het tractus digestivus ingaat
Snel oplosbaar dan is de kans dat je hogere dosis in je lichaam krijgt groter dan wanneer het
langzaam oplosbaar is.
Langzaam oplosbaar heb je meer kans dat je het uitademt of via andere manier het lichaam
uit
Ingestie
Binnen via de mond → maag (ST) → dunne darm (SI) → bovendeel dikke darm (ULI) →
benedendeel dikke darm (LLI)
Vanuit de maag gaat klein gedeelte naar de bloedbaar (TC) → naar ander organen