Inhoudsopgave
Les 1 en 2 – hematologie - hoofdstuk 3 & 8 Moore et al. ................................................................................... 1
Les 3 en 5 – hematologie – WBC in health and disease (hoofdstuk 8) ............................................................... 5
Les 4 – klinische immunulogie – autoimmuunziekten & immuundeficienties .................................................. 11
Les 6 – hematologie – introductie hematologische maligniteiten .................................................................... 17
Les 7 – hematologie – lab investigations voor hematologische maligniteiten ................................................. 22
Les 8/9 – hematologie – lab investigations of haematological malignancies .................................................. 25
Les 1 en 2 – hematologie - hoofdstuk 3 & 8 Moore et al.
Introductie hematologie: hemapoeïse en het beenmerg/ bloedsamples/ beenmergsamples,
FFC
Technieken voor bloedanalyse
- Full blood count – leukocytendifferentiatie
- Blood films – bloedstrijkje
- Immunofenotyping – FACS < FSC < Fluorescentie
- Genetische technieken – leukemie
FSC → grootte
SSC → complexiteit
Genetische/ moleculaire biologie
,Witte bloedcellen
A = Neutofiel (kan fagocyteren)
B = Eosinofiel (kan fagocyteren)
C = Basofiel
D = Monocyt (kan fagocyteren)
E = Lymfocyt
Leukocytendifferentiatie/FBC (Full Blood Count)
- Kan met de hand maar gebeurt meestal met autoanalyzer/hematologie analyzer
Wel kunnen rekenen met Nederlandse referentiewaarden
Never let monkeys eat bananas (NLMEB)
,Heamopoiesis
Pluripotent = multipotente stamcel/ hematopoëtische stamcel
CFU GEMM = myeloïde voorloper (oligopotent)
Lymfatische voorloper is ook oligopotent
Organen die betrokken zijn bij de haemopoiesis
- Beenmerg (rood) → vorming van botweefsel/ hematopoëse
- Milt → onderdeel lymfesysteem, vorming plasmacellen, afbreken van RBC. Bij
sommige hematologische ziekten of extreem bloedverlies kan bloedaanmaak ook
plaatsvinden in de milt
- Lymfeklier → opslag B en T lymfocyten (scannen, lymfe immuunrespons)
- Thymus → rijping T cellen en verwijderen van autoreactieve klonen
- Lever → rol bij bloedaanmaak foetus. Bij sommige hematologische ziekten of
extreem bloedverlies kan bloedaanmaak ook in de lever plaatsvinden
Myelopoïese → compartimenten binnen het beenmerg: (hebben geen duidelijk
gedefinieerde locaties)
- Stamcelcompartiment → multipotente stamcellen
- Mitotisch compartiment → CFUgm, CFUeo, CFUbaso deling en differentiatie
- Postmitotisch compartiment → geen deling, wel differentiatie/ 15x hoger aantal
dan in bloed
- Circulerende pool (bloed)/ marginale pool (vaatwand)
, Neutrofiele granulocyten maturatie:
Vanuit CFUgm (colony forming unit, granulocyt en monocyt) (myeloblast)
Hetzelfde verloop bij basofielen en eosinofielen maar dan ontstaat er een andere korreling.
Mitotisch compartiment – hier delen de cellen nog:
Post-mitotisch – de cellen delen niet meer, maar differentiëren
Les 1 en 2 – hematologie - hoofdstuk 3 & 8 Moore et al. ................................................................................... 1
Les 3 en 5 – hematologie – WBC in health and disease (hoofdstuk 8) ............................................................... 5
Les 4 – klinische immunulogie – autoimmuunziekten & immuundeficienties .................................................. 11
Les 6 – hematologie – introductie hematologische maligniteiten .................................................................... 17
Les 7 – hematologie – lab investigations voor hematologische maligniteiten ................................................. 22
Les 8/9 – hematologie – lab investigations of haematological malignancies .................................................. 25
Les 1 en 2 – hematologie - hoofdstuk 3 & 8 Moore et al.
Introductie hematologie: hemapoeïse en het beenmerg/ bloedsamples/ beenmergsamples,
FFC
Technieken voor bloedanalyse
- Full blood count – leukocytendifferentiatie
- Blood films – bloedstrijkje
- Immunofenotyping – FACS < FSC < Fluorescentie
- Genetische technieken – leukemie
FSC → grootte
SSC → complexiteit
Genetische/ moleculaire biologie
,Witte bloedcellen
A = Neutofiel (kan fagocyteren)
B = Eosinofiel (kan fagocyteren)
C = Basofiel
D = Monocyt (kan fagocyteren)
E = Lymfocyt
Leukocytendifferentiatie/FBC (Full Blood Count)
- Kan met de hand maar gebeurt meestal met autoanalyzer/hematologie analyzer
Wel kunnen rekenen met Nederlandse referentiewaarden
Never let monkeys eat bananas (NLMEB)
,Heamopoiesis
Pluripotent = multipotente stamcel/ hematopoëtische stamcel
CFU GEMM = myeloïde voorloper (oligopotent)
Lymfatische voorloper is ook oligopotent
Organen die betrokken zijn bij de haemopoiesis
- Beenmerg (rood) → vorming van botweefsel/ hematopoëse
- Milt → onderdeel lymfesysteem, vorming plasmacellen, afbreken van RBC. Bij
sommige hematologische ziekten of extreem bloedverlies kan bloedaanmaak ook
plaatsvinden in de milt
- Lymfeklier → opslag B en T lymfocyten (scannen, lymfe immuunrespons)
- Thymus → rijping T cellen en verwijderen van autoreactieve klonen
- Lever → rol bij bloedaanmaak foetus. Bij sommige hematologische ziekten of
extreem bloedverlies kan bloedaanmaak ook in de lever plaatsvinden
Myelopoïese → compartimenten binnen het beenmerg: (hebben geen duidelijk
gedefinieerde locaties)
- Stamcelcompartiment → multipotente stamcellen
- Mitotisch compartiment → CFUgm, CFUeo, CFUbaso deling en differentiatie
- Postmitotisch compartiment → geen deling, wel differentiatie/ 15x hoger aantal
dan in bloed
- Circulerende pool (bloed)/ marginale pool (vaatwand)
, Neutrofiele granulocyten maturatie:
Vanuit CFUgm (colony forming unit, granulocyt en monocyt) (myeloblast)
Hetzelfde verloop bij basofielen en eosinofielen maar dan ontstaat er een andere korreling.
Mitotisch compartiment – hier delen de cellen nog:
Post-mitotisch – de cellen delen niet meer, maar differentiëren