Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Sociologie jaar 1 H. 1 t/m 7 & 10

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
24
Geüpload op
11-11-2021
Geschreven in
2020/2021

Perfecte samenvatting voor het tentamen Sociologie op de opleiding bestuurskunde jaar 1. De hoofstukken H. 1 t/m 7 & 10 worden op een heldere manier samengevat, met afbeeldingen.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Sociologie 1
Hoofdstuk 1.1 – Inleiding

De sociologie houdt zich bezig met het verklaren van gedrag van individuen en groepen vanuit de
maatschappelijke invloeden die ze ondergaan.

1.2 – Wat doet sociologie?

Functies:
 Geloven over de werking van de samenleving door te prikken en te vervangen door
wetenschappelijke inzichten (Augustus Comte).
 Blootleggen van bestaande (machts)verhoudingen. Dit brengt dat sociologie vaak wordt gezien
als ideologiekritiek.
 Geeft inzicht in menselijk gedrag en daarmee bruikbaar om de samenleving te besturen
(beheersfunctie).
 Ordenende functie: een samenhang aan te brengen in situaties zodat deze overzichtelijker
worden en bijvoorbeeld in een maatschappelijke context kunnen worden geplaatst.

Wat maakt iets tot een sociologische issue?

Sociologische verbeeldingskracht: koppeling tussen individuele belevingswereld en de
maatschappelijke logica. Persoonlijke ervaringen, situaties en problemen zijn bijna altijd gekoppeld
aan de manier waarop de maatschappij functioneert. Private troubles veranderen in public issues.

Zes criteria om een probleem als sociologisch relevant te identificeren:
1. Sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen (public issue)
2. Persoonlijk letsel van die getroffenen (private troubles)
3. Samenhangen met andere problemen
4. Niet tijdelijk van aard
5. Bovenpersoonlijke oorzaken
6. Tegen serieuze waarden ingaan

1.4 – individu en samenleving

Mensen worden door hun samenleving/omgeving gevormd, maar vormen op hun beurt ook weer de
samenleving/omgeving.

Drie betekenissen van macht:
1. het vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren: een onderscheid weten te maken
tussen de werkelijkheid zoals die nu is en de werkelijkheid die het zou kunnen worden. Cultuur en
sociaal bewustzijn zijn kernwoorden.

2. het vermogen om daarvoor middelen aan te wenden: kernwoorden zijn maatschappelijke
structuren en sociale ongelijkheid. Voor de een zijn de middelen veel makkelijker te realiseren dan
voor de ander.

3. het vermogen om via die middelen invloed uit te oefenen: kernwoorden zijn sociale verandering en
conflicten.

,2.2 – Socialisatie
Het kind kan worden gezien als een onbeschreven blad (tablula rosa), dit stelt dat hoe ze worden
volledig afhangt van andere mensen.
Om het gedrag van mensen te kunnen verklaren, wordt er gekeken naar wat ze aangeleerd wordt en
tegelijkertijd beseffen we dat er ook aangeboren gedrag is. Dit fenomeen wordt ook wel
nature-nurture (geboren-aangeleerd) genoemd.

Sommige zaken zijn zonder meer erfelijk bepaald, bijvoorbeeld verschil tussen mannelijk en
vrouwelijk brein.
In de sociologie wordt in het algemeen erkend dat beide (zowel aanleg als omgeving) essentieel zijn,
maar is het de vraag hoe de verhouding is.

Kinderen worden mensen die leren hoe ze zich gedragen moeten, wat er van hen verwacht wordt en
wat er van anderen te verwachten is.
Socialisatie: Het proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen in de voor hen relevante
groepen. Dit begint al bij de geboorte, de socialisators zijn dan meestal de opvoeders, broertjes,
zusjes en kinderopvang. Naarmate we ouder worden krijgen we met steeds meer socialisators en
socialiserende instanties te maken, zoals onderwijs of een sportvereniging.
Bij onze socialisatie leren we dus behalve feitelijke gegevens (iets is groot of klein) ook de
opvattingen over hoe iets hoort en wat de verwachtingen zijn.

2.3 – Waarden
De met anderen gedeelde voorstellingen over wat juist en goed is en daarvoor nastrevenswaardig
(bijv. veiligheid, rechtvaardigheid of eerlijkheid).
Waarden scheppen binnen groeperingen samenhang. Per groepering bestaan er verschillen in
opvatting over welke waarden wel of niet gelden en welke waarden belangrijker zijn dan de anderen.

Wij-cultuur: groepsgericht. Je hoort bij je eigen groep en je richt je daarop. Bijvoorbeeld
Marokkaanse en Turkse families begrijpen niet dat Nederlanders hun ouders niet hun huis opnemen.
Ik-cultuur: persoonsgericht. Nederlanders worden vaak gezien als individualistisch en egoïstisch,
omdat wij gericht zijn op zelfontplooiing.
Sociale cohesie: sociale samenhang. Bij de wij-cultuur is deze veel groter dan bij de ik-cultuur.

Waarden kunnen in de loop der tijd meer of minder belangrijk worden en soms zelfs omslaan in hun
tegendeel.
Doel: een denkbeeldige toekomstige situatie nastreven. Wanneer waarden worden omgezet in een
gewenste ontwikkelingsrichting. Voorbeeld: carrière maken/relatie met je kinderen opbouwen.

Aan waarden zijn twee aspecten te onderscheiden:
1. Zeg-gedrag: hoe erover gepraat wordt
2. Doe-gedrag: wat ermee gedaan wordt
Waarden zijn voorwaardelijk: of we ons aan waarden houden is afhankelijk van de situatie.
Hoe een waarde wordt ingevuld (de normen) kan sterk verschillen. Bijvoorbeeld iedereen vindt
schoonheid belangrijk maar de definitie van schoonheid is over de hele wereld verschillend.

2.4 - Normen
Constante gedragsregels die aangeven wat verwacht wordt in een bepaalde situatie, wat je moet
doen of juist niet. De waarde “beleefdheid” wordt omgezet in de normen “mensen niet in de rede
vallen” en “op je beurt wachten”. Eenzelfde waarde kan in verschillende groeperingen in
uiteenlopende normen worden vertaald.

 Morele normen: goed en kwaad

,  Juridische normen: legaal of niet legaal
 Sociale normen: gepast en ongepast
2.5 – Bewust en niet-bewust gedrag
Pas wanneer we in een andere omgeving komen, met andere groepen in contact komen of als er
veranderingen plaatsvinden in normen en waarden, worden we bewust van onze eigen normen en
waarden. We leren fietsen, schrijven en praten; eerst heel bewust maar later onbewust.
We hebben het eigen gemaakt.
Internalisering: het proces waarin je verwacht gedrag eigen maakt en denkt dat het uit jezelf komt,
zodat je het automatisch doet.
Hospitalisering: een situatie waarin mensen hun gedrag zo door anderen wordt bepaald en geregeld,
dat ze zelf nauwelijks meer enig initiatief kunnen nemen. ze verleren het en laten zich door de
omgeving lijden. Mensen in bejaardentehuizen, ziekenhuizen en gevangenissen hebben dit vaak.

2.6 – Rollen en rollenconflicten
Rol: wanneer mensen een complex van normen van verwachtingen hebben m.b.t. het gedrag en
positie van iemand anders. Voorbeeld: huisarts, huisvrouw, docent, echtgenoot.
Een rol is iets onpersoonlijks; we kennen de roldrager niet maar verwachten wel wat van diegene,
bijv. de arts moet haar patiënten beter maken.

Rollenconflict: de verwachtingen kunnen zo uiteenlopen dat ze moeilijk te combineren zijn.
 Extern rollenconflict: iemand kan als gevolg van de verschillende posities die hij tegelijkertijd
inneemt, de verwachtingen moeilijk combineren. Voorbeeld: het werken in de verpleging met
nachtdiensten kan moeilijk de combineren zijn met voor je kinderen zorgen.
 Intern rollenconflict: 1 sociale positie die moeilijk de combineren is met verschillende
verwachtingen. Voorbeeld: de arts bij de arbodienst wordt door werknemers geacht op de
treden als beschermer van hun gezondheid, terwijl hij bij de bedrijfsleiding gezien wordt als
terugdringeer van ziekteverzuim.

Bij elk rollenconflict hangt het gedrag af van:
 De druk/invloed van anderen op hem kunnen uitoefenen
 De kracht van eigen verwachtingen

2.7 – Kritiek op rolbegrip
 Er wordt te vaak van uitgegaan dat de rolverwachtingen eenduidig zijn (de rollen staan vast en er
is niks meer aan te veranderen)
 De rol wordt niet eenzijdig vastgesteld (wie verwacht wat voor van die persoon in die sociale
positie.




2.8 – Institutionalisering

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
11 november 2021
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fleurlebelle14 Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
29
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
20
Documenten
6
Laatst verkocht
1 maand geleden

2,7

3 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen