Hoofdstuk 11
Paragraaf 2
bedrijf
- onderneming → streeft naar winst
- niet commerciële instelling → sociale doelstelling / kostendekking
Onderneming : marktsector
Niet commercieel : collectieve sector
Streven naar winst kan ongewenste maatschappelijke gevolgen hebben
- lage lonen
- milieuvervuiling
betere reputatie:
- Hierdoor vaak gedragscode → betere reputatie
- Ook is een doelstelling continuïteit, voortbestaan van het bedrijf, klantenbinding
zodat ze niet naar de concurrent gaan
- Human Capital, goed personeelsbeleid
onderneming 4 sectoren
1. Primair / agrarisch = grondstoffen (agrarisch, visserij)
2. Secundair / industriële = industrie, maakt van grondstoffen halffabricaten
3. Tertiair = commerciële dienstverlening (bank, arts, advocaat)
4. Quartair = niet commerciële dienstverlening (onderwijs, gezondheidszorg)
, Paragraaf 3 - ondernemingsvormen
Ondernemersrisico = opbrengst minder dan kosten heeft de onderneming verlies
Vragen bij rechtsvorm kiezen
- Hoeveel eigen geld heb je om bedrijf te beginnen
- aansprakelijkheid voor eventuele schulden
- hoeveel belasting te betalen over de winst
- welke mogelijkheden zijn er om aan extra kapitaal te komen voor het bedrijf
Vreemd vermogen = geleend geld
Innovator = kwaliteit product verbeteren en productieproces efficiënter maken
1. Eenmanszaak
2. V.O.F.
3. B.V.
4. N.V.
5. C.V.
Eenmanszaak
- 1 eigenaar
- kunnen meerdere mensen werken
- Vooral detailhandel, boeren
- N → hoofdelijk aansprakelijk (zaak+prive)
- N → Onderpand huis (huwelijkse voorwaarden, eigendomsrecht op partner zetten)
- V → belasting lager IB → VPB
- V → zelf beslissen
- V → winst volledig voor jezelf
V.O.F. / Fa → vennootschap onder firma
- 2 of meer vennoten
- maatschap = maten (artsen, notaris, accountants)
- Vooral detailhandel (bedrijven waar net wat meer startkapitaal voor nodig is)
- N → hoofdelijk aansprakelijk (1 persoon aansprakelijk totaal schuld)
- N → leiding delen
- V → Meer ev
- V → makkelijker geld te lenen dan bij een eenmanszaak → continuïteit beter
C.V. → Commanditaire vennootschap
Beherend vennoot = uitvoerders
- N → Hoofdelijk aansprakelijk
Commandiet = geldschieter (niet meer hoofdelijk aansprakelijk, moet zijn mond houden
buiten de zaak, binnen de zaak mag hij nog wel bepalen)
Paragraaf 2
bedrijf
- onderneming → streeft naar winst
- niet commerciële instelling → sociale doelstelling / kostendekking
Onderneming : marktsector
Niet commercieel : collectieve sector
Streven naar winst kan ongewenste maatschappelijke gevolgen hebben
- lage lonen
- milieuvervuiling
betere reputatie:
- Hierdoor vaak gedragscode → betere reputatie
- Ook is een doelstelling continuïteit, voortbestaan van het bedrijf, klantenbinding
zodat ze niet naar de concurrent gaan
- Human Capital, goed personeelsbeleid
onderneming 4 sectoren
1. Primair / agrarisch = grondstoffen (agrarisch, visserij)
2. Secundair / industriële = industrie, maakt van grondstoffen halffabricaten
3. Tertiair = commerciële dienstverlening (bank, arts, advocaat)
4. Quartair = niet commerciële dienstverlening (onderwijs, gezondheidszorg)
, Paragraaf 3 - ondernemingsvormen
Ondernemersrisico = opbrengst minder dan kosten heeft de onderneming verlies
Vragen bij rechtsvorm kiezen
- Hoeveel eigen geld heb je om bedrijf te beginnen
- aansprakelijkheid voor eventuele schulden
- hoeveel belasting te betalen over de winst
- welke mogelijkheden zijn er om aan extra kapitaal te komen voor het bedrijf
Vreemd vermogen = geleend geld
Innovator = kwaliteit product verbeteren en productieproces efficiënter maken
1. Eenmanszaak
2. V.O.F.
3. B.V.
4. N.V.
5. C.V.
Eenmanszaak
- 1 eigenaar
- kunnen meerdere mensen werken
- Vooral detailhandel, boeren
- N → hoofdelijk aansprakelijk (zaak+prive)
- N → Onderpand huis (huwelijkse voorwaarden, eigendomsrecht op partner zetten)
- V → belasting lager IB → VPB
- V → zelf beslissen
- V → winst volledig voor jezelf
V.O.F. / Fa → vennootschap onder firma
- 2 of meer vennoten
- maatschap = maten (artsen, notaris, accountants)
- Vooral detailhandel (bedrijven waar net wat meer startkapitaal voor nodig is)
- N → hoofdelijk aansprakelijk (1 persoon aansprakelijk totaal schuld)
- N → leiding delen
- V → Meer ev
- V → makkelijker geld te lenen dan bij een eenmanszaak → continuïteit beter
C.V. → Commanditaire vennootschap
Beherend vennoot = uitvoerders
- N → Hoofdelijk aansprakelijk
Commandiet = geldschieter (niet meer hoofdelijk aansprakelijk, moet zijn mond houden
buiten de zaak, binnen de zaak mag hij nog wel bepalen)