Samenvatting – Geneeskunde jaar 1 semester 1
Week 5: beeldvorming en screening ....................................................................................................... 3
Junqueira’s basic histology .................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 4 P. 71-95 ........................................................................................................... 3
Epitheelweefsel: .......................................................................................................................... 3
Junqueira’s Basic Histology ................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 5 p. 96-121 ......................................................................................................... 7
Cellen van bindweefsel................................................................................................................ 8
Vezels ........................................................................................................................................ 11
Grondsubstantie (grondstof) ..................................................................................................... 14
Typen bindweefsel .................................................................................................................... 16
Versatest ........................................................................................................................................... 19
Breast Cancer Screening Programme ................................................................................................ 22
Breast cancer in the Netherlands .............................................................................................. 22
Purpose and target group ......................................................................................................... 22
Public information ..................................................................................................................... 22
Procedure .................................................................................................................................. 23
Coördinatie met gezondheidszorgsysteem (diagnose en behandeling).................................... 24
Achtergrond .............................................................................................................................. 24
Facts and Figures ....................................................................................................................... 24
Organisatie ................................................................................................................................ 25
Financiering ............................................................................................................................... 26
Versatest Histologie – Epitheelweefsel ............................................................................................. 27
Volksgezondheid en Gezondheidszorg.............................................................................................. 40
Hoofdstuk 5 ................................................................................................................................... 40
5.1 Introductie ........................................................................................................................... 40
5.2 Theoretische aspecten van screening ................................................................................. 40
5.3 Systematische screeningprogramma’s in Nederland .......................................................... 43
5.4 Verschillende vormen van screening................................................................................... 44
5.5 Dilemma’s bij screening ...................................................................................................... 46
Box 5.1 The screening debate ................................................................................................... 47
Week 6: schildklierprobleem................................................................................................................. 49
Clinical Medicine ............................................................................................................................... 49
, Hoofdstuk 26 P. 1175-1182 & 1199-1211 ........................................................................... 49
Introductie ................................................................................................................................. 49
Klinische benadering van de patiënt met een endocriene ziekte ............................................. 49
De schildklieras .......................................................................................................................... 57
Hypothyreoïdie .......................................................................................................................... 59
Hyperthyreoïdie ............................................................................................................................ 62
Graves’ orbitopathie (oftalmopathie) ....................................................................................... 67
Goitre (struma; vergroting van de schildklier) .............................................................................. 68
Week 7: diabetes mellitus ..................................................................................................................... 71
,Week 5: beeldvorming en screening
Junqueira’s basic histology
Hoofdstuk 4 P. 71-95
Epithelial Tissue
Vier typen basisweefsels:
- Epitheelweefsel
- Bindweefsel
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Elk weefsel is een assemblage van vergelijkbare gespecialiseerde cellen die samen een
specifieke functie hebben.
- Bevatten elk extracellulaire matrix en cellen.
De meeste organen kunnen worden ingedeeld in:
- Parenchym (bestaat uit cellen die verantwoordelijk zijn voor de functies van het
orgaan).
- En het stroma (cellen die het orgaan ondersteunen).
o Altijd bindweefsel (behalve in de hersenen en de ruggengraad)
Epitheelweefsel:
- Functies:
o Bedekken, lijnen en beschermen van de oppervlakten.
o Absorptie.
o Secretie.
- Epitheelcellen:
o Polariteit: met organellen en membraaneiwitten die oneerlijk verdeeld zijn in
de cel.
§ Basaal kant: regio van de cel die aan de extracellulaire matrix en het
bindweefsel grenst.
• Basaalmembraan: semipermeabel membraan voor stoffen die
de cel van onderen naderen.
o Basale lamina: dun, elektron-dense, velachtige laag van
fijne fibrillen.
§ Type IV collageen
§ Laminine: zitten vast aan transmembraan
integrine eiwitten.
§ Nidogegn en perlecan
o Reticulair lamina: meer diffuse en vezelachtige laag
onder de basale lamina.
§ Type III collageen: zit vast aan de basale lamina
door verankerde fibrillen van type VII collgeen.
§ Type VII collageen
, o Functies: filter, structurele ondersteuning van
epitheelcellen, verband aan onderliggend bindweefsel,
herstel en regeneratie, mediëren van cel-cel interacties,
etc.
§ Apicale kant: de andere kant die aan een ruimte grenst.
- Tight junctions:
o Afsluiting van twee celmembranen door interactie tussen
transmembraaneiwitten
claudine en occludine
- Adherens Junctions
o Cadherine mediëren cel
adhesie o.i.v. Ca2+.
§ Binden aan catenine
die aan
actinefilamenten zitten
met actinebindende
eiwitten
- Desmosomen: schijfvormige
structuren op het oppervlak van een
cel die matcht met identieke
structuren op een andere cel.
o Bevat grote cadherinen
(=desmoglinen en
desmocollinen)
- Gap Junctions
- Hemidesmosomen
- Focal adhesie:
o Focal adhesie-kinase.
Specialisaties van het apicale celoppervlak
- Microvilli:
o Borstel vorm of gestreepte rand projecterend in het lumen.
o Dikke glycoalyx bedekt de microvilli van de darmborstelgrens.
§ Bevat membraanbindende eiwitten en enzymen voor de vertering van
bepaalde macromoleculen.
o Ieder microvillus bevat gebundelde actinefilamenten .
§ De actinefilamenten voegen in in het terminalweb van corticale
microfilamenten aan de basis van de microvilli.
- Stereocilia:
o Best te zien aan de absorptieve epitheelcellen die de mannelijke
voortplantingssysteem.
o Verhoogt het cel oppervlak -> faciliterend absorptie.
- Cilia:
o Lange, erg beweeglijke apicale structuren, grote dan microvilli.
o Bevat interne reeksen microtubules, geen microfilamenten.
, o Axoneme: 9 + 2 bijeenkomst van microtubules in elk cilium.
§ Kernstructuur dat bestaat uit 9 perifere microtubule wambuizen
opgesteld rond 2 centrale microtubules.
o Basale lichamen: apicale cytoplasmatische structuren net onder het
celmembraan.
o Vertonen snelle slagpatronen die een stroom van vloeibare en
gesuspendeerde materie in één richting langs het epitheel bewegen.
§ Beweging door opeenvolgende veranderingen in de conformatie van
axonemen.
Typen epitheel op basis van de functie:
- Bedekkende (of lijnend) epitheel:
o Simpel epitheel: één cellaag dik
§ Squamous (dunne) celen.
§ Cuboidal cellen.
§ Columnar cellen.
o Meerlagig epitheel: meerdere cellagen dik.
§ Squamous.
• Meerlagig squamous gekeratiniseerd epitheel: huid; beschermt
tegen waterverlies (nuclei weg).
o Bevatten veel desmosomen -> worden onregelmatiger
qua vorm -> ophoping keratine = keratinisatie.
• Meerlaging squamous niet-gekeratiniseerd epitheel: interne
holtes; waterverlies is geen probleem (nuclei en metabolische
functies blijven).
§ Cuboidal.
§ Columnar.
• Pseudostratified columnar epitheel.
§ Transitionaal epitheel / urotheel: lijnt veel van de urinewegen, vanaf
de nieren tot de urethra.
• Bevat paraplu-cellen: beschermen onderliggende weefsel
tegen de hypertonische en waarschijnlijk cytotoxische effecten
van de urine.
- Secretie (glandulair) epitheel:
o Klieren
§ Exocriene klieren.
• Sereus cellen: produceren eiwitten die niet zijn geglycoliseerd.
o Bevatten RER en Golgi-apparaten
• Slijm cellen (bekercellen bijv): granules bevatten mucins (erg
geglycoliseerde eiwitten) -> buiten de cel vormen mucins een
laag van mucus
• Seromucous klieren: bevatten eide serous acini en mucous
tubules.
o Product: mix van verteringsenzymen en waterig mucus.
• Bevatten myoepitheelcellen aan de basale kant van de
secretiecellen.
o Bevatten veel actinefilamenten en myosine.