Hoofdstuk 4
§ 1Verwarmen
Energie gaat nooit verloren.
We kunnen energie alleen
omzetten.
Voorbeeld:
In een elektrische kachel wordt elektrische
energie omgezet in. warmte.
(Warmte is ook een soort energie.)
Elektrische energie → warmte
Elektrische energie:
E=P
•t
P = Vermogen in watt (W)
Vermogen is de hoeveelheid energie die
Per seconde wordt omgezet (“verbruikt”).
t = tijd in seconden (s)
E = energie in joule (J)
Warmte:
Q=m•c•
∆T
Q = warmte in joule (J)
m = massa in gram (g)
∆T = temperatuurstijging of temperatuurdaling in graden Celsius (oC)
c = soortelijke warmte in J/g∙ oC
Soortelijke warmte:
Soortelijk warmte is een stofeigenschap.
In het filmpje:
Het boek (papier) heeft dezelfde temperatuur als de harddrive
(aluminium).
Papier heeft een hogere soortelijke warmte dan aluminium.
1. In het papier zit meer warmte opgeslagen dan in het
aluminium.
2. Het papier neemt minder warmte op, hierdoor voelt het
warmer.
3. Het papier geeft minder warmte af, hierdoor smelt het
ijsblokje langzamer.
Paragraaf 1
§ 1Verwarmen
Energie gaat nooit verloren.
We kunnen energie alleen
omzetten.
Voorbeeld:
In een elektrische kachel wordt elektrische
energie omgezet in. warmte.
(Warmte is ook een soort energie.)
Elektrische energie → warmte
Elektrische energie:
E=P
•t
P = Vermogen in watt (W)
Vermogen is de hoeveelheid energie die
Per seconde wordt omgezet (“verbruikt”).
t = tijd in seconden (s)
E = energie in joule (J)
Warmte:
Q=m•c•
∆T
Q = warmte in joule (J)
m = massa in gram (g)
∆T = temperatuurstijging of temperatuurdaling in graden Celsius (oC)
c = soortelijke warmte in J/g∙ oC
Soortelijke warmte:
Soortelijk warmte is een stofeigenschap.
In het filmpje:
Het boek (papier) heeft dezelfde temperatuur als de harddrive
(aluminium).
Papier heeft een hogere soortelijke warmte dan aluminium.
1. In het papier zit meer warmte opgeslagen dan in het
aluminium.
2. Het papier neemt minder warmte op, hierdoor voelt het
warmer.
3. Het papier geeft minder warmte af, hierdoor smelt het
ijsblokje langzamer.
Paragraaf 1