Begripsbepaling:
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het afweersysteem je eigen lichaam
aanvalt. Normaal ruimt het afweersysteem alleen ziektes op, maar bij sommige mensen vernielt het
afweersysteem de cellen die insuline aanmaken, in de alvleesklier. Dan heb je diabetes type 1.
Zonder insuline kun je niet leven want insuline regelt je bloedsuikers.
Epidemiologie:
Ruim 1,2 miljoen Nederlanders hebben diabetes, dus 1 op de 14 Nederlanders heeft diabetes. Wel
hebben iets meer mannen diabetes dan vrouwen. Daarnaast zijn er ook mensen die nog niet weten
of ze diabetes hebben, waardoor het niet bekend is hoe groot deze groep is. 53.600 Nederlanders
per jaar horen dat ze diabetes hebben. Dat zijn ruim 150 mensen per dag en 1.000 per week. Negen
op de tien mensen met diabetes hebben diabetes type 2. Ze schatten dat er in 2040 ongeveer 1,5
miljoen mensen met diabetes hebben.
Anatomie/fysiologie en etiologie:
De alvleesklier zit in de buik, achter de maag en de twaalfvingerige darm. De alvleesklier geeft
insuline af aan het bloed. Daarmee wordt de bloedsuiker geregeld. De cellen die in de alvleesklier
insuline maken heten bètacellen, ze zitten in de eilandjes van Langerhans. Ook maakt de alvleesklier
1,5 tot 3 liter spijsverteringsappen aan die de darmen helpen om voedsel te verteren. Bij diabetes
type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan omdat de cellen die dat moeten doen zijn
vernield of stilgelegd door het eigen afweersysteem. Het afweersysteem denkt dan dat de insuline
producerende cellen indringers zijn die moeten worden opgeruimd. Bij diabetes type 2 maakt de
alvleesklier eerst nog wel insuline aan, maar reageert het lichaam niet meer goed op insuline. Dan
blijft de bloedsuiker te hoog. En dan maakt de alvleesklier alleen maar meer insuline aan om de
suikerspiegel toch te laten dalen. Op gegeven moment maakt de alvleesklier ook bij diabetes type 2
geen insuline meer aan.
Symptomen:
Dit zijn de meest voorkomende soorten symptomen bij Diabetes type 1:
Zwakte/spierpijn.
Veel dorst en veel plassen.
Afvallen terwijl eetlust goed is.
Erg moe en/of prikkelbaar zijn.
Wazig zien.
Misselijk zijn of overgeven.
Diagnose: