Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Uitgebreid Media-Ethiek - Evers

Beoordeling
3,0
(1)
Verkocht
14
Pagina's
35
Geüpload op
17-03-2015
Geschreven in
2012/2013

Dit is een zeer uitgebreide samenvatting van het boek Media-Ethiek van Huub evers, alleen hoofdstuk 3 ontbreekt. Erg handig voor het tentamen. Succes met leren!

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Media Ethiek - Evers

Hoofdstuk 1
- Aandacht voor ethische vraagstukken en voor publicaties daarover is de laatste tijd sterk toegenomen
- Buiten de medische professie is er in onze maatschappij geen ander beroep dat meer met morele
dilemma’s te kampen heeft dan de journalistiek
- Samenhang tussen journalistiek en ethiek is er, in die zin dat de journalist opereert in een samenleving
waarin bepaalde patronen van normen en waarden een rol spelen
- Journalistieke ethiek is vooral in de actualiteit wanneer zich incidenten voordoen
- Op het terrein van massamedia is een stormachtige ontwikkeling(commercialisering, digitalisering)
gaande die zich niet beperkt tot de media zelf, maar waarmee iedereen te maken heeft.
- Ook in het vak van pr, voorlichting en reclame zijn er morele kwesties

Ethiek= kan worden gedefinieerd als een gedragswetenschap die zich bezighoudt met reflectie op de moraal. Dit
betekent een reflectie op het geheel van waarden, normen en regels die in een bepaalde sociale context het
gedrag reguleren vanuit het gezichtspunt van wat wel en niet behoort, wat wel en niet mag, wat juist of onjuist is.
Bezinning dus op de vraag: welk handelen is in de gegeven situatie het meest verantwoord? Ethiek betekent
nadenken over morele kwesties en afwegen welke antwoorden het meest verantwoord worden geacht. Ethiek en
moraal worden als synoniemen gebruikt. In de ethiek worden morele vraagstukken zoveel mogelijk op een
wetenschappelijke wijze benaderd, rationeel en methodisch.
Rationeel= in de ethiek alleen beroep mogelijk is op natuurlijke menselijke kenvermogens en dat het gaat om
redelijke argumentatie.
Methodisch= wordt bedoeld dat de reflectie zich in een aantal fasen voltrekt. Allereerst is het zaak te zorgen voor
terminologische helderheid en voor een duidelijke probleembeschrijving. Wanneer er sprake is van een moreel
dilemma, zijn conflicterende normen in het spel. Het is dan zaak te onderzoeken waarin het conflict precies
schuilt. Vervolgens dient te worden geanalyseerd, wat in kaart werd gebracht. De verschillende argumentaties
worden kritisch met elkaar vergeleken. Daarna worden de gehanteerde normen en achterliggende waarden
kritisch getoetst. In het verlengde van deze kritische toetsing kan het formuleren van voorstelling liggen om te
komen tot een oplossing of tot een zo groot mogelijke overeenstemming.

- Het doel van de ethische reflectie is het tot stand brengen van een zo groot mogelijke overeenstemming
over morele richtlijnen, het liefst op basis van gedeelde morele uitgangspunten

Moraal= verwijst naar het geheel van gedragsregels, normen en waarden dat binnen een bepaalde
gemeenschap als vanzelfsprekend wordt aanvaard en nageleefd.

- Morele regels hebben een dubbele functie: oriëntatiepunten voorafgaand aan het handelen en
toetsingscriteria achteraf

Smalle ethiek= ethiek heeft tot doel het tot stand brengen van een zo groot mogelijke overeenstemming over
morele richtlijnen en op basis van gedeelde morele uitgangspunten. We moeten in een dialoog tussen redelijke
mensen(en op basis van argumenten) morele regels proberen te vinden die in een pluriforme samenleving
acceptabel en effectief zijn. Dit wordt smalle ethiek genoemd, omdat de ethiek zo terechtkomt in de sfeer van
regelgeving, procedures, beleidsadviezen en compromissen.
Brede ethiek= de ethiek moet zich volgens de critici niet bezighouden met het aandragen van oplossingen of het
formuleren van regels. Het is allereerst de taak van de ethiek om de bezinning en de maatschappelijke discussie
over morele vraagstukken te stimuleren. De ethiek moet in deze visie geen directe bijdrage leveren aan het
oplossen van maatschappelijke vraagstukken, maar een indirecte, namelijk door waardeoriëntaties te verhelderen
en zingevingsvragen te stellen.

recht= de termen ‘ethiek’ en ‘recht’ worden vaak als min of meer identieke begrippen beschouwd. Bij beide gaat
het om individuele en maatschappelijke waarden en normen, om de onderlinge afweging tussen beide en om
fundamentele beginselen. In een aantal opzichten gaat het recht verder dan de ethiek. De jurist kan zich niet tot
waarden en normen beperken, maar moet ook de rechtsregels in hun werking en toepassing bestuderen en
verder uitwerken. Ook moet hij het bestaande recht en de jurisprudentie betrekken in zijn beschouwingen en zijn
analyse van normen en waarden. Het recht mag zich bij een verschil van ethische opvattingen niet met één
ethische visie identificeren. Een ander verschil is dat ethische normen niet bindend zijn en dat het naleven ervan
niet door sancties kan worden afgedwongen. De rechtsregel staat boven de morele regel.

- In de ethiek schuilt zowel een persoonlijke als een maatschappelijke component, terwijl het recht alleen
een maatschappelijke component bevat: de rechten en plichten van burgers in hun onderlinge
betrekkingen en in de verhouding met de overheid.
- Soms reikt de ethiek verder dan het recht. Het terrein van het juridisch toelaatbare kan ruimer zijn dan
het terrein van het ethisch aanvaardbare: wat juridisch is toegestaan is ethisch soms ontoelaatbaar.

,Beroepsethiek= het onderdeel van de ethiek, waarin op systematische wijze de morele problemen rondom
beroepen in het algemeen of één beroep in het bijzonder worden bestudeerd. Een geheel van morele
voorschriften en aanbevelingen waaraan degenen die een bepaald beroep uitoefenen zich dienen te houden.
Men spreekt dan ook van een morele code.

Inductieve benadering= vele concrete situaties samen vormen de voedingsbodem voor een nieuwe moraal, die
niet gekenmerkt wordt door gestolde regels maar, inductief, vanuit de praktijk van het leven van elke dag, niets
meer wil zijn dan een bron van inspiratie voor anderen. In de beroepsethiek is de deductieve benadering
verdrongen door de inductieve.

Individualiseringsproces/privatiseringsproces= in de beroepsethiek is het primair van belang of ik tevreden
ben met een bepaalde handelwijze, niet of anderen dat ook zijn.

Professie= speciale beroepen die een vitale en door de samenleving belangrijk geachte waarde behartigen.
Deze beroepen houden er een uitgewerkte beroepsethiek en een gedragscode op na. Dit beroep heeft een
uniforme beroepsopleiding met duidelijk omschreven opleidingseisen, een wettelijk beschermde beroepsnaam,
een beroepsvereniging en een door haar opgestelde beroepscode voortkomend uit een bezinning op de eigen
vakethiek. Journalisten behoren hier niet toe maar zijn wel bezig met professionaliseren.

Hoofdstuk 2
Media-ethiek= houdt zich bezig met de reflectie op het functioneren van de massamedia, meer in het bijzonder
op de probleemsituaties die samenhangen met de informatievoorziening door middel van de massamedia. Het
gaat niet om interpersoonlijke communicatie, maar om informatievoorziening door zenders die van het
communiceren hun beroep en broodwinning maken. Die informatievoorziening richt zich op het grote, algemene
publiek en vindt plaats via de massamedia. Tot het domein van de media-ethiek behoort allereerst de
beroepsethiek van de diverse categorieën zenders, dus de vakethiek van journalist, communicatieprofessional en
reclamemaker. Morele vraagstukken met betrekking tot de media zijn niet het exclusieve terrein van
mediamensen, maar van alle burgers in een democratische samenleving. Ethische kwesties doen zich niet alleen
voor aan de zijde van de zender, maar ook aan de zijde van de ontvanger, de mediaconsumenten. Ook heeft het
oog voor ethische aspecten van mediastructuren en mediasystemen, bijvoorbeeld de commercialisering in de
media.

Ontvangersethiek= Van der Meiden en de Meij hebben in Nederland de ontvangersethiek aan de orde gesteld.
De publieksvrijheid zou meer moeten inhouden dan de vrijheid om het abonnement op te zeggen of de knop om
te draaien. Het zou een actieve ontvangersvrijheid moeten zijn waarvoor nieuwe vormen van publieksparticipatie
gezocht zouden moeten worden. De aan alle burgers toegekende vrijheid van meningsuiting is geleidelijk
versmald tot persvrijheid. De vrijheid van meningsuiting gaat boven de persvrijheid. Toch is kijkend naar de
praktijk, het publiek nergens als volwaardige partner in het communicatieproces opgenomen en is de burger
afhankelijk van de filters van de professionele journalistiek.

Communicatiewetenschap= de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van informatievoorziening
die op een beroeps- en/of bedrijfsmatige basis plaatsvindt aan een algemeen dan wel een professioneel
ontvangerspubliek.

Bestaat journalistieke ethiek?
Het bestaan van journalistieke ethiek wordt niet door iedereen erkend. Daarom laten zij niet na te benadrukken
dat zij juridisch en moreel dezelfde speelruimte hebben als alle andere inwoners van dit land: het algemeen
normbesef en ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Een journalist onderscheidt zich alleen van zijn
medeburgers door zijn vakmatigheid. Journalisten zijn de ogen en oren van de burgers. Omdat burgers op al
deze terreinen in grote mate afhankelijk zijn van de media, kan gesteld worden dat journalisten een
maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben die inhoudt dat ze integer, betrouwbaar en zorgvuldig moeten
handelen. Daarin kan men de ethiek van het vak ontdekken. De journalistiek wordt beoefend vanuit de
grondwettelijk aan alle burgers gegarandeerde vrijheid van meningsuiting en is dus geen gesloten beroepsgroep
met duidelijk omschreven opleidingseisen en een beschermde beroepstitel.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
The social responsibility theory= dit concept is na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld en heeft onze
opvattingen in de samenleving over taak en verantwoordelijkheid van de media sterk beïnvloed. Daar bestond
een zeer liberaal persklimaat: in een vrijemarkteconomie met een vrije pers zou de waarheid in een ‘free market
place of ideas and infomations’ als vanzelf komen bovendrijven. Het vrije spel van de maatschappelijke krachten
en de vrije confrontatie van opvattingen en meningen zouden voor een optimale voorziening van nieuws en
opinies zorgen. In de praktijk echter bleek die persvrijheid in toenemende mate een ondernemersvrijheid
geworden te zijn. De zeggenschap over de pers was in handen van een kleine groep, nu niet zoals in het
verleden de politieke machthebbers, maar de eigenaars van de media. Er werden steeds meer klachten gehoord
over het partijdige en sterk commerciële karakter van de pers. Bovendien groeide in kringen van journalisten en
uitgevers de overtuiging dat persvrijheid verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich brengt. De

,technologische en industriële revolutie speelden een rol, nieuwe media werden ontwikkeld. De macht en omvang
van de traditionele media(krant en tijdschrift) groeiden sterk, ook door het advertentievolume. Persconcentratie
zette zich in, media namen toe, terwijl de macht kwam in handen kwam van een kleine groep eigenaars.
Oppervlakkigheid en sensatiezucht vierden hoogtij in de media.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid van de pers= resultaat van bezinning uitgevers, journalisten en de
overheid in de VS op de taak en functie van de pers. Deze theorie bevat vijf eisen die de samenleving aan de
pers zou mogen stellen:
1. De media nauwgezet, betrouwbaar en veelzijdig moet berichten. Nieuws en commentaar moet
worden gescheiden. Objectiviteit wordt gezien als het hoogste goed.
2. De pers moet een podium bieden voor het uiten van opinie en kritiek.
3. De pers moet een representatief beeld van de samenstellende groepen in de samenleving geven.
4. De media zijn verantwoordelijk voor de presentatie en verduidelijking van de doelen en waarden
van de samenleving.
5. De pers zorgt voor een volledige toegang tot de dagelijkse intelligentie, zodat het publiek zo
volledig en veelzijdig mogelijk wordt geïnformeerd.

- Professionaliseringsproces van de journalistiek kwam in gang vóór de Tweede Wereldoorlog, er kwamen
journalistenopleidingen
- Het opstellen van ethische codes, oprichten van ‘press councils’ en het aanstellen van
persombudslieden
- Forse dosis kritiek op deze theorie omdat de maatschappelijke verantwoordelijkheid te vaag en te
moeilijk hanteerbaar was in een pluriforme samenleving

Vier normen onderscheiden op gebied van verantwoordelijkheid:
1. Persoonlijke normen= hier gaat het om morele opvattingen die ieder mens vanuit milieu, opvoeding,
levensovertuiging, scholing of ervaring in zich draagt en die bepalend of richtinggevend zijn bij het
beantwoorden van de vraag of bepaald gedrag wel of niet door de beugel kan.
2. Organisatienormen= in elk bedrijf gelden geschreven of ongeschreven normen die tot de cultuur van
de organisatie horen en die nieuwelingen te horen krijgen. Zowel de medewerkers als de omgeving
kennen de bedrijfscultuur en ieder weet wat hij aan dat heeft, welk imago het heeft. Dergelijke normen
worden expliciet ten tijde van conflicten of wanneer er keuzes gemaakt moeten worden, dit noemt men
de bedrijfsethiek.
3. Beroepsnormen= hiermee wordt bedoeld het geheel van geschreven en ongeschreven normen zoals
die gelden in de beroepsorganisatie voor de wijze waarop het vak beoefend dient te worden. Wanneer
het om geschreven normen gaat, zijn die vaak onderdeel van een gedrags- of beroepscode.
4. Maatschappelijke normen= algemeen in de samenleving geldende morele opvattingen. Hier is niet
sprake van een strak omlijnd en vastliggend stelsel van normen.

De raad voor de Journalistiek= toetst aan de normen van journalistieke beroepsethiek en journalistieke
zorgvuldigheid.
de rechter= doet dat aan rechtsnormen. Hij beoordeelt in een civiele procedure wegens onrechtmatige daad met
als toetsingscriterium: is hier sprake van een handelen of nalaten dat indruist tegen de zorgvuldigheid die in het
maatschappelijk verkeer tegenover andermans persoon of goed beaamt? Soms ook wijst de rechter een
vordering toe op grond van belediging: de publicatie had het opzet te kwetsen.
Onrechtmatige publicatie= sprake wanneer die publicatie ‘verwijtbaar onjuist of onvolledig is: kon of behoorde
de journalist op de hoogte te zijn van de juiste toedracht der feiten? Een publicatie is alleen dan onrechtmatig,
wanneer er sprake is van schuld, verwijtbaarheid.
Zorgvuldigheidsnorm= kan niet alleen worden opgetreden tegen onjuiste, onvolledige of beledigende
publicaties, maar ook tegen inbreuken op de privacy en tegen bepaalde methoden van nieuwsgaring.

Drie redenen door Van Dijk voor nood tot reflectie op het vak journalistieke beroepsethiek:
1. Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie
De televisie en de opmars van de beeldcultuur hebben de journalist nieuwe middelen in handen gegeven om de
waargenomen werkelijkheid vorm te geven; computers en databanken hebben de mogelijkheden tot
informatievoorziening aanzienlijk uitgebreid. De technologische vernieuwing bracht echter ook nieuwe dilemma’s
me met zich mee, dilemma’s waarvoor de ethische regels van de geschreven pers ontoereikend waren.
Beeldcultuur heeft onze normen en waarden aangetast en onze ideeën over ‘goede smaak’ veranderd.
2. Commerciële druk
In de media-industrie is de afgelopen decennia sprake geweest van schaalvergroting door fusies, samenwerking
en overname van kranten, hierdoor is de druk toegenomen op nieuwsorganisaties en dat heeft gevolgen voor de
journalistieke praktijk. Het product ‘nieuws’ moet concurreren met andere commerciële goederen. Marktdenken is
dominanter geworden. Dit alles hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit. De onafhankelijkheid van de redactie
is niet vanzelfsprekend, de druk kan ertoe leiden dat redacties goed verkopende plaatjes prevaleren boven
zorgvuldigheid en genuanceerdheid.
3. Vervaging van grenzen tussen informatie en entertainment, en informatie en politiek

,De afstand tussen nieuws- en actualiteitenprogramma’s en entertainmentgenres wordt kleiner. Het hanteren van
symbolische beelden, van geënsceneerd beeldmateriaal, van bepaalde spanningstechnieken en van het met veel
gevoel voor dramatiek opvoeren van anonieme getuigen kunnen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de
feitelijkheid van informatieve programma’s.

Actuele vraagstukken
- Informatisering van de samenleving
Naarmate het aanbod aan informatie voor de burger toeneemt, wordt het voor de aanbieder moeilijker zich te
verzekeren van de aandacht van het publiek. Reclamemakers zoeken steeds vaker de grenzen van het
toelaatbare op om op te vallen te midden van de lawine aan gedrukte en audiovisuele informatie die dagelijks op
de burger wordt afgevuurd. Hiermee komt er veel discussie en daarmee free publicity in de media.
Ook voor de journalistiek heeft de informatisering gevolgen. De uitbreiding van het aantal televisiekanalen heeft
niet als gevolg dat er meer gekeken wordt maar anders: meer naar amusement en minder naar serieuze
informatie.
Infotainment= deze programma’s bevatten een snelle mix van verstrooiende en licht-informatieve onderwerpen.
- Emotie-tv
Het gaat om allerlei formats die gemeenschappelijk hebben dat ‘gewone mensen’ hun persoonlijk leven etaleren
en in de vorm van bekentenissen hun diepste geheimen aan het kijkerspubliek presenteren. De vraag is of en in
hoeverre menselijke intimiteiten en emoties worden misbruikt om hoge kijkcijfers te halen en dus een programma
te maken dat aantrekkelijk is voor adverteerders. Dan zijn er de programma’s waarin de kijker geconfronteerd
wordt met videofilmpjes waarop de keiharde praktijk van moord en doodslag te zien is. Dit kan invloed hebben op
de kijkers. Daarnaast doen nieuwszenders rechtstreeks verslag van de belangrijke gebeurtenissen overal ter
wereld, dit roept eveneens morele vragen op. Een aantal journalistieke beginselen komt niet of nauwelijks meer
aan bod. Het is niet alleen doorgeven wat er gebeurt maar ook een kwestie van controleren, beoordelen en
selecteren van het nieuws.
- Nieuwe technische mogelijkheden
Het is door technische ontwikkelingen mogelijk door middel van digitale beeldmanipulatie(Photoshop)
veranderingen aan te brengen in nieuwsfoto’s. Mocht het zo zijn dat in de toekomst ook nieuwsfoto’s digitaal
gemanipuleerd worden, dan zullen de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het werk van de fotojournalist in
twijfel worden getrokken.
- Commerciële belangen
Commerciële belangen zullen naar verwachting een steeds grotere rol gaan spelen en dus een steeds grotere
bedreiging vormen voor de journalistieke onafhankelijkheid.
Exposure fee= de commerciële omroepen bedingen fee van charitatieve instellingen. Dit is een door de omroep
in rekening gebracht bedrag voor het realiseren van een uitzending in opdracht van derden.
- Afluisterschandaal
Het debat over media-ethiek wordt vaak gevoerd naar aanleiding van incidenten. Meestal gaat het dan om
beroepsethiek van journalisten. Zo was er in de zomer van 2011 veel aandacht, ook in ons land, voor het
afluisterschandaal bij News of the World. Deze Britse zondagskrant met een oplage van 2,6 miljoen werd ervan
beschuldigd op grote schaal voicemails van burgers te hebben afgeluisterd. De heersende cultuur en ethiek
binnen de Britse pers werden onderzocht en de regulering van de pers moest worden aangepast. Het blad werd
opgedoekt.

Hoofdstuk 4
Zelfregulering= het zijn de professionals zelf die de vaknormen formuleren en toezicht houden op de naleving
ervan. mediamaker is geen beschermd beroep, daarom weinig tot geen juridische middelen om in te grijpen.
Zelfregulering is complementair, ofwel ‘aanvullend’ op de wetgeving. Professionals formuleren zelf de normen van
hun vak en houden toezicht op naleving van die normen.
- Het belangrijkste motief achter elk instrument van zelfregulering is de wens dat beroepsgenoten
handelen volgens de in de branche levende opvattingen en normen. Zelfregulering is een antwoord op
protesten van het publiek.
- Een volgend motief is dat toetsing van discutabele gedragingen aan de morele standaard van het vak en
het daarover uitgesproken oordeel een morele discussie onder beroepsbeoefenaren teweegbrengen.
Deze scherpen het ethisch oordeel.
- Een goed functionerend systeem van zelfregulering voorkomt ingrijpen door de overheid. Het is beter dat
de beoefenaren van het vak zelf regels opstellen dan dat de overheid dat doet. Zelfregulering is
efficiënter en effectiever dan wettelijke maatregelen en procedures. Efficiënter omdat toetsing sneller en
goedkoper is. Effectiever, omdat kritiek van vakgenoten harder aankomt dan van de rechter.
- Nadeel van zelfregulering is dat de toetsing wordt verricht door een gezelschap dat gedeeltelijk bestaat
uit vakgenoten, hetgeen een grote solidariteit met vakgenoten zou kunnen suggereren.

Media accountability= de vormen van zelfregulering die in een groot aantal landen worden gehanteerd om de
media, vooral de journalistiek, te houden aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Volgende vormen van
‘quality control’:
- De opleiding en scholing van journalisten
- De gedragscodes zoals die door journalistenverenigingen of mediaorganisaties zijn opgesteld

, - De raden voor de journalistiek die fungeren als instanties waar mensen klachten kunnen indienen.
Doorgaans heeft zo’n raad geen bevoegdheden om sancties op te leggen.
- De ombudsman als bemiddelaar tussen het publiek en de redactie. Hij onderzoekt klachten en heeft een
vaste rubriek in de krant en op de website om in te gaan op klachten en te reageren op kritiek. Intern
wordt hij vaak gezien als gids en geweten op het terrein van beroepsethische kwesties.
- De aparte rubriek voor correcties en aanvullingen waarin het reilen en zeilen van de media kritisch onder
de loep wordt genomen.
Accuracy and fairness questionnaires= systematisch vragenlijsten toe te zenden aan mensen die met naam
en toenaam in de krant hebben gestaan. Zij kunnen de krant wijzen op feitelijke onjuistheden of tendentieuze
zinsneden in de berichtgeving.
- De laatste jaren gaat de aandacht steeds meer uit naar nieuwe mogelijkheden die de onlinejournalistiek
biedt wanneer het gaat om mediaverantwoording

De Raad voor de Journalistiek= deze Raad is het forum bij uitstek waar journalisten op hun ethisch
functioneren worden beoordeeld. Het is door de mediawereld zelf ingesteld en iedereen die zich door een
perspublicatie persoonlijk en rechtstreeks in zijn belangen geschaad voelt en die met zijn ongenoegen niet naar
de rechter kan of wil, kan bij de Raad een klacht indienen. De Raad onderzoekt de klacht, hoort beide partijen en
doet vervolgens een uitspraak-zonder-sancties. Het journalistieke beroep kent gedragsregels die niet door het
recht gedekt worden. De betrekkelijke beslotenheid van een behandeling door de Raad kan een aantrekkelijk
alternatief zijn voor iemand die niet naar de rechter wilt stappen. De Raad is dus naast klachteninstantie ook
centrum voor beroepsethische opinievorming. Journalisten als beroepsgroep hebben baat bij een goed
functionerende Raad.
- Kritiek op de Raad is dat oordelen en uitspraken niet bindend zijn. Alleen al het dreigen met een kort
geding heeft meer zin dan het winnen van een procedure bij de Raad.
De Raad kreeg de mogelijkheid om ongevraagd (ambtshalve) uitspraken te doen over brandende journalistieke
kwesties en zo een meer actieve rol te spelen in de meningsvorming over journalistieke gedragingen. Inmiddels
heeft de Raad nog niet vaak van deze mogelijkheid gebruikgemaakt.

Tegenwoordig staat de Raad weer ter discussie, het gaat om de redacties van de Telegraaf, Elsevier en
Nova(Nieuwsuur). De belangrijkste bezwaren zijn:
- De morele normen van de Raad zijn strenger dan die van de rechter.
- Het is ondoenlijk en onwenselijk om één set normen toe te passen op het handelen van alle
nieuwsmedia, want de ethiek van de kwaliteitspers verschilt op een aantal punten van die van de
populaire media.
- Het is niet mogelijk om in beroep te gaan tegen een beslissing van de Raad.
- Wanneer klagers met een oordeel van de Raad onder de arm naar de rechter stappen, wordt het
journalistiek opiniecollege gezien als een voorstadium van de rechter en wordt de journalist tweemaal
voor hetzelfde ‘vergrijp’ ter verantwoording geroepen.
- Ook worden vraagtekens gezet bij de samenstelling van de Raad. Enkele prominente oud-politici zijn lid,
hier kan geen objectief oordeel van verwacht worden.

Voldoende draagvlak voor het voortbestaan van een gezaghebbende Raad voor de Journalistiek. Sinds 2010
besluiten genomen om het functioneren te verbeteren. Voorzitter en secretaris van de Raad gaan meer dan
voorheen fungeren als ombudsman die tracht te bemiddelen tussen klager en redactie.

Ethische codes= vertegenwoordigers van een aantal professies hebben in het verleden de voornaamste
beroepsplichten kort en bondig geformuleerd in een code. Zij achten daaraan gebonden hun maatschappelijke
functie goed te kunnen vervullen. De betekenis van een code behoort tot het goed vervullen van het beroep. De
codes zijn opgesteld om langs de weg van de zelfregulering de relaties met het publiek, de overheid, de klanten
en de collega’s moreel af te bakenen en om zo een professionele beroepsuitoefening te bevorderen. Codes zijn
pogingen het vak op een hoger niveau van beoefening te brengen. Ze stimuleren de beroepsbeoefenaren om hun
functie op een verantwoorde wijze uit te oefenen. De beroepsgroep neemt kritiek serieus en wil er antwoord op
geven. Een gedragscode is een kwaliteitsgarantie jegens het publiek. Geen starre voorschriften, maar
richtingwijzers. Naast de landelijke codes heeft vrijwel elke redactie haar eigen ethische code.

Twee landelijke codes:
- Leidraad van de Raad voor de Journalistiek
- Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren

De ombudsman= een ombudsman zoals het Zweeds model kwam er niet maar wel een ander type. Namelijk de
aan een krant gelieerde ombudsman die fungeert als klachtenmeldpunt. Hij bemiddelt tussen klager en redactie
en stelt zich ter redactie op als de advocaat van de klager. Een ombudsman opereert onafhankelijk van de
hoofdredactie als klachtenmeldpunt en wordt beschermd door een eigen statuut. Hij heeft wekelijks een eigen
rubriek in zijn krant waarin hij aangekaarte zaken of kwesties van een meer algemeen belang aan de orde stelt.
Op dit moment hebben twee landelijke kranten in Nederland een ombudsman: de Volkskrant en NRC
Handelsblad. Daarnaast hebben enkele regionale kranten een lezersredacteur, een functionaris met een
vergelijkbare taak. Door de slechte economische situatie is deze functie aan het verdwijnen.

, Stichting Media-ombudsman Nederland(MON)= werd opgericht door journalisten om vanuit het vak zelf
aandacht te vragen voor kwesties op het terrein van vakethiek, zelfregulering en kwaliteitsjournalistiek. Een
belangrijke doelstelling is het tot stand brengen van debat over ethiek en kwaliteit in de journalistiek. Een andere
belangrijke doelstelling van MON is het entameren van wetenschappelijk onderzoek over journalistiek. Naast dit
alles spreekt de media-ombudsman zich publiekelijk uit over structurele zaken met betrekking tot de journalistieke
ethiek.

Media watchdogs= een andere nieuwe vorm van mediakritiek vormen instituten en organisaties, heel vaak
internetsites, die het doen en laten van de media kritisch volgen en van ongezouten commentaar voorzien.
Persmonitor= volgt de actuele berichtgeving over een bepaald onderwerp kritisch en analyseert zowel de inhoud
van berichten als de journalistieke werkwijze. Het in Washington gevestigde CPMA staat hier vaak model.
Voorbeeld is een Freedom Forum, het initiatief in Amerika door een bloedbad dat kinderen aanrichtten.
Doelstelling is pers en publiek dichter bij elkaar brengen. Sommige ‘watchdogs’ opereren minder onpartijdig en
belangeloos.

De Nederlandse Nieuwsmonitor= onderzoek wordt gedaan naar trends in de berichtgeving van Nederlandse
media. De monitor moet betrouwbaar empirisch materiaal opleveren, op basis waarvan reflectie en discussie over
de kwaliteit van het journalistieke werk kunnen plaatsvinden. Het gaat niet om een waardering, maar om
kwantitatief onderzoek. De monitor is ondergebracht bij het Persinstituut te Amsterdam. In de toekomst is er
sprake van drie monitoren:
1. Continu nieuwsmonitor= hiermee worden van landelijke dagbladen, van enkele regionale dagbladen
en van enkele nieuwsprogramma’s op tv algemene kenmerken van de inhoud vastgelegd: thema van de
berichtgeving(nieuwssoorten) en nieuwsgenres(verslaggeving).
2. Event Monitor= deze richt zich op spraakmakende kwesties, affaires onthullingen of schandalen die –
vaak gedurende relatief korte tijd- veel aandacht krijgen. Journalistieke criteria vormen een belangrijk
uitgangspunt(betrouwbaar en feitelijk).
3. Issue Monitor= hier worden een of meer belangrijke maatschappelijke issues gevolgd waarvan
verwacht kan worden dat zij gedurende lange tijd een belangrijke rol in het publieke debat zullen spelen.
De berichtgeving wordt dan langdurig gevolgd.

Zelfregulering in de communicatiebranche
- Het communicatievak ontstond in ons land na de Tweede Wereldoorlog. Snel ontstonden eerste
contouren van een beroepsorganisatie. Gevolg was kritiek op de perschef. Het was de zaak om de
beroepsbeoefening met vakgenoten kritisch te bespreken. Dit kreeg gestalte in de oprichting van
genootschappen en beroepsverenigingen en het opstellen van gedragscodes.

- Beroepsverenigingen en genootschappen
NGPR= het Nederlands Genootschap voor Public Relations, één van de eerste genootschappen, opgericht in
1954.
Ballotagecommissie= het nastreven van een goede beroepsuitoefening. Potentiële leden konden worden
gewogen en wie te licht werd bevonden kon worden geweerd. De strenge ballotage was vooral een gevolg van de
drang naar free publicity onder een deel van de pr-functionarissen.
Gedragsregels= Het vak pr zocht naar erkenning van een eigen werkterrein. Om amateurs van de professionals
te onderscheiden was het nodig om gedragsregels op te stellen. In 1965 kwam het eerste ontwerp van de code.
Dit was een definitieve stap op weg naar professionaliteit. Het riep kritiek op, de code was te ruim en de
Commissie van Toezicht hoefde nauwelijks in actie te komen op overtredingen. Het had geen of slechts beperkte
sanctiemogelijkheid. Gevolg waren nieuwe codes en fusies, die ook weer voor kritiek zorgden. De morele
standaard voor het werk van de communicatieprofessional kan volgens velen niet vanuit de beroepsgroep zelf
komen, maar moet komen vanuit het beleid van de organisatie waarin hij werkt. Beroepsethiek is sterk gebonden
aan context en situatie.
Beroepsvereniging voor Communicatie= fusie in 1996 van NGPR, ACON en VBN. Activiteit was het
aanscherpen van de toelatingseisen.
Logeion= fusie van Beroepsvereniging voor Communicatie en de VVO tot een nieuwe beroepsvereniging. Hierin
wordt gediscussieerd over de vraag of er door middel van certificering een keurmerk voor
communicatieprofessionals zou moeten komen. Voorstanders vinden dat hierdoor professionaliteit zichtbaar
wordt gemaakt, tegenstanders vinden dat een certificering niets zegt en door opleidingseisen worden mensen
buitengesloten.
VPRA= Public-relationsadviesbureaus hebben hierin hun eigen vereniging. Doel is om het imago van
adviesbureaus te verbeteren en de professionalisering van de advieswereld te bevorderen.
- Gedragscodes
Er bestaan weinig gedragsregels die specifiek zijn gericht op voorlichting, er is geen uitgewerkte
voorlichtingsethiek voorhanden in vorm van een gedragscode. De ethische codes in de communicatiesector
vertonen onderling veel gelijkenis. Bij een schematische weergave van de hoofdzaken uit de communicatiecodes
zijn de volgende vier terreinen te onderscheiden:
1. De algemene professionele verplichtingen= hieronder valt onder meer de verplichting bij de
beroepsuitoefening eerlijkheid, zuiverheid en oprechtheid te betrachten en om in geldelijke

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
17 maart 2015
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2012/2013
Type
SAMENVATTING
€4,24
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
10 jaar geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
JaimyRasimMol Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
194
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
159
Documenten
7
Laatst verkocht
5 jaar geleden

Ik ben Jaimy Mol en volg de opleiding Media, Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam. Ik zit momenteel in het derde jaar van het afstudeerprofiel MMP en ben nu bezig met de minor Mediaondernemerschap. Voor elk tentamen maak ik mijn samenvattingen zelf, tot nu toe zonder er een te hoeven herkansen. Ik wil ze daarom graag met jullie delen!

3,7

33 beoordelingen

5
6
4
15
3
10
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen