§26.0 investigating the tree of life
fylogenie = de studie van de ontstaansgeschiedenis van een groep organismen
systematiek = rangschikking op basis van evolutionaire relaties
§26.1 Pylogenies show evolutionary relationships
Taxonomie = de manier waarop organismen worden geclassificeerd en de naamgeving van
organismen
Hiërarchie van Linnaeus
Domein Rijk stam/fylum klasse orde familie geslacht soort
Binomiale nomenclatuur:
De wetenschappelijke naam van elk organisme bestaat uit twee delen, de geslacht- en de soortnaam.
Zuster-taxa:
Groepen van organismen die een directe gemeenschappelijke voorouder hebben.
§26.2 Pylogenies are inferred from morphological and molecular data
Homologie:
Twee organismen zijn homoloog wanneer ze hun bouwplan dezelfde voorouder hebben en dezelfde
oorsprong.
Analoog:
Twee organismen zijn analoog wanneer hun bouwplan niet dezelfde voorouder hebben en ook
verschillende oorsprongen.
§26.6 New information continues to revise our understanding of the tree of life
1
, §28.1 Most eukaryotes are single-celled organisms
Autotroof:
Kan voor zijn eigen voeding zorgen door fotosynthese
Heterotroof:
Neemt voeding op door gebruik te maken van autotrofen, kan dus niet zijn eigen voeding maken
Mixotroof:
Kan zowel voor zijn eigen voeding zorgen d.m.v. fotosynthese, maar maakt ook gebruik van opname
van voedingstoffen door te eten.
Amoebe pantoffeldiertje
Endosymbiose:
Van prokaryoot naar eukaryoot invouwen celmembraan en ontstaan kern
Stap 1.
Cel neemt een aerobe, heterotrofe bacterie op, waardoor het een heterotrofe cel wordt (kan
verbranding doen) bacterie = mitochonderien
Stap 2.
Cel neemt een fotoautotrofe bacterie op, waardoor het een fotoautotrofe cel wordt (kan
fotosynthese uitvoeren) bacterien = chloroplasten
§32.1 Animals are multicellular, heterotrophic eukaryotes with tissues that develop from embryonic
layers
Kenmerken voor dieren
De cel
- Eukaryoot
- meercellig
- Specialisatie (spierweefsel en zenuwweefsel zijn uniek voor dieren)
2