Hoorcolleges Orgaansystemen 2021/2022
Inleidend college ........................................................................................................ 2
Hart en vaten .............................................................................................................. 4
Leerdoelen .............................................................................................................. 4
Elektrische activiteit hart ............................................................................................. 5
Het hart als pomp ................................................................................................... 5
Functionele hartcyclus en kleppen ......................................................................... 7
Actiepotentiaal contractiele myocyten .................................................................... 9
Ionstromen ............................................................................................................ 12
Excitatie-contractie koppeling .............................................................................. 13
Impulsgeleiding: cel-op-cel voortgeleiding .......................................................... 16
Regulatie hartritme ................................................................................................ 19
Elektrocardiografie ................................................................................................... 22
Principe van het ECG............................................................................................ 22
De actievatievolgorde van het hart in het ECG ..................................................... 25
Het Einthoven ECG ............................................................................................... 26
Hartcyclus en de Einthoven afleidingen ............................................................... 27
Goldberger afleidingen ......................................................................................... 32
Precordiale Wilson afleidingen ............................................................................. 33
12-lead ECG: normaal en abnormaal ................................................................... 34
Pompfunctie Hart ...................................................................................................... 35
Functionele hartcyclus .......................................................................................... 35
Wiggers diagram .................................................................................................. 36
Druk-volume lus: pressure volume loop ................................................................ 38
Cardiac output ...................................................................................................... 39
Regulatie Cardiac Output: hartfrequentie en slagvolume ..................................... 40
Slagvolume: preload ............................................................................................. 41
Slagvolume: contractiliteit ..................................................................................... 44
Slagvolume: afterload ........................................................................................... 47
Review regulatie cardiac output ........................................................................... 49
Vaatstelsel ................................................................................................................ 50
Opbouw vaatstelsel en verdeling van bloed ......................................................... 50
Bloeddruk ............................................................................................................. 53
Regulatie arteriële bloeddruk ................................................................................ 57
, Capillaire bed ....................................................................................................... 65
Inleidend college
Circulatie zorgt voor het behoud van homeostase. Homeostase is de eigenschap
van het lichaam om de stabiliteit van het lichaam te handhaven. Het lichaam houdt
het extracellulaire compartiment zo constant mogelijk te houden. Cellen kunnen
slecht tegen veranderingen in de omgeving.
De extracellulaire vloeistof die de cellen omgeef, wordt zo constant mogelijk
gehouden waardoor het behoud van homeostase in het milieu intéreure behouden
wordt.
Het lichaam ondervindt continu veranderingen. Regulatiemechanismen in het
lichaam zorgen ervoor dat binnen de veranderingen homeostase behouden wordt.
,Compensatiemechanismen in het lichaam kunnen positieve feedback loops en
negaieve feedback loops geven. Bij negatieve feedback loopt remt een prikkel een
respons. Bij een positieve feedback zorgt de respons voor een nieuwe prikkel.
Orgaansystemen zijn essentieel voor homeostase. In dit blok wordt er gericht op de
circulatoire, respiratoire en urinaire systemen. In hartfalen spelen alle drie deze
orgaansystemen een rol.
,Hart en vaten
Leerdoelen
• De ionkanalen en -pompen betrokken bij de actiepotentiaal van het hart te
beschrijven;
• Het principe van excitatie-contractiekoppeling van het hart uit te leggen;
• De voortgeleiding van de elektrische impuls en het elektrocardiogram uit te
leggen;
• Uit te leggen hoe de hartprestatie wordt geregeld en welke factoren van belang
zijn om metabole vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en hoe het hart
tracht een disbalans tussen vraag en aanbod te compenseren;
• De microcirculatie onder normale en abnormale omstandigheden te beschrijven;
,Elektrische activiteit hart
Casus membraanpotentiaal 1: Hypokalemic periodic paralysis
Hypokalemie, een tekort aan kalium, leidt ertoe dat het evenwichtspotentiaal meer
negatief is: er is minder kalium buiten de cel. Neuronen komen moeilijker over de
drempelwaarde, waardoor een actiepotentiaal lastiger gevormd wordt.
Casus membraanpotetiaal 2: Severe muscle weakness due to hyperkalemia
Hyperkalemie, een teveel aan kalium, kan veroorzaakt worden door nierfalen. De
evenwichtspotentiaal wordt minder negatief en komt dichtbij de drempelwaarde. Het
wordt hierdoor onmogelijk om goede actiepotentialen te vormen en ontstaat er
verlamming,
Het hart als pomp
Het hart is verbonden met twee circulaties: longcirculatie en een systemische
circulatie.
Hoge druk → lage druk
De hoge druk in de circulatie bevindt zich vóór de organen, dus vóór de longen en
vóór de organen in het systeem. De drukgradiënt geeft een flow van een hoge druk
naar een lage druk.
De bloeddruk in de longcirculatie is een stuk lager dan in de systemische circulatie.
Hierdoor is het linkerventrikel, wat bloed pompt naar de circulatie, dikker. Het
, rechterventrikel heeft een dunnere wand, omdat er minder druk op hoeft te worden
gebouwd.
Met elke hartslag wordt er een volume weggepompt. Dit wordt gemeten door het
hart-bloed volume, de cardiac output.
Cardiac output CO = heart rate HR x stroke volume SV
Een normale CO is +- 5 liter per minuut bij een hartfrequentie van ~70/minuut.
Inleidend college ........................................................................................................ 2
Hart en vaten .............................................................................................................. 4
Leerdoelen .............................................................................................................. 4
Elektrische activiteit hart ............................................................................................. 5
Het hart als pomp ................................................................................................... 5
Functionele hartcyclus en kleppen ......................................................................... 7
Actiepotentiaal contractiele myocyten .................................................................... 9
Ionstromen ............................................................................................................ 12
Excitatie-contractie koppeling .............................................................................. 13
Impulsgeleiding: cel-op-cel voortgeleiding .......................................................... 16
Regulatie hartritme ................................................................................................ 19
Elektrocardiografie ................................................................................................... 22
Principe van het ECG............................................................................................ 22
De actievatievolgorde van het hart in het ECG ..................................................... 25
Het Einthoven ECG ............................................................................................... 26
Hartcyclus en de Einthoven afleidingen ............................................................... 27
Goldberger afleidingen ......................................................................................... 32
Precordiale Wilson afleidingen ............................................................................. 33
12-lead ECG: normaal en abnormaal ................................................................... 34
Pompfunctie Hart ...................................................................................................... 35
Functionele hartcyclus .......................................................................................... 35
Wiggers diagram .................................................................................................. 36
Druk-volume lus: pressure volume loop ................................................................ 38
Cardiac output ...................................................................................................... 39
Regulatie Cardiac Output: hartfrequentie en slagvolume ..................................... 40
Slagvolume: preload ............................................................................................. 41
Slagvolume: contractiliteit ..................................................................................... 44
Slagvolume: afterload ........................................................................................... 47
Review regulatie cardiac output ........................................................................... 49
Vaatstelsel ................................................................................................................ 50
Opbouw vaatstelsel en verdeling van bloed ......................................................... 50
Bloeddruk ............................................................................................................. 53
Regulatie arteriële bloeddruk ................................................................................ 57
, Capillaire bed ....................................................................................................... 65
Inleidend college
Circulatie zorgt voor het behoud van homeostase. Homeostase is de eigenschap
van het lichaam om de stabiliteit van het lichaam te handhaven. Het lichaam houdt
het extracellulaire compartiment zo constant mogelijk te houden. Cellen kunnen
slecht tegen veranderingen in de omgeving.
De extracellulaire vloeistof die de cellen omgeef, wordt zo constant mogelijk
gehouden waardoor het behoud van homeostase in het milieu intéreure behouden
wordt.
Het lichaam ondervindt continu veranderingen. Regulatiemechanismen in het
lichaam zorgen ervoor dat binnen de veranderingen homeostase behouden wordt.
,Compensatiemechanismen in het lichaam kunnen positieve feedback loops en
negaieve feedback loops geven. Bij negatieve feedback loopt remt een prikkel een
respons. Bij een positieve feedback zorgt de respons voor een nieuwe prikkel.
Orgaansystemen zijn essentieel voor homeostase. In dit blok wordt er gericht op de
circulatoire, respiratoire en urinaire systemen. In hartfalen spelen alle drie deze
orgaansystemen een rol.
,Hart en vaten
Leerdoelen
• De ionkanalen en -pompen betrokken bij de actiepotentiaal van het hart te
beschrijven;
• Het principe van excitatie-contractiekoppeling van het hart uit te leggen;
• De voortgeleiding van de elektrische impuls en het elektrocardiogram uit te
leggen;
• Uit te leggen hoe de hartprestatie wordt geregeld en welke factoren van belang
zijn om metabole vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en hoe het hart
tracht een disbalans tussen vraag en aanbod te compenseren;
• De microcirculatie onder normale en abnormale omstandigheden te beschrijven;
,Elektrische activiteit hart
Casus membraanpotentiaal 1: Hypokalemic periodic paralysis
Hypokalemie, een tekort aan kalium, leidt ertoe dat het evenwichtspotentiaal meer
negatief is: er is minder kalium buiten de cel. Neuronen komen moeilijker over de
drempelwaarde, waardoor een actiepotentiaal lastiger gevormd wordt.
Casus membraanpotetiaal 2: Severe muscle weakness due to hyperkalemia
Hyperkalemie, een teveel aan kalium, kan veroorzaakt worden door nierfalen. De
evenwichtspotentiaal wordt minder negatief en komt dichtbij de drempelwaarde. Het
wordt hierdoor onmogelijk om goede actiepotentialen te vormen en ontstaat er
verlamming,
Het hart als pomp
Het hart is verbonden met twee circulaties: longcirculatie en een systemische
circulatie.
Hoge druk → lage druk
De hoge druk in de circulatie bevindt zich vóór de organen, dus vóór de longen en
vóór de organen in het systeem. De drukgradiënt geeft een flow van een hoge druk
naar een lage druk.
De bloeddruk in de longcirculatie is een stuk lager dan in de systemische circulatie.
Hierdoor is het linkerventrikel, wat bloed pompt naar de circulatie, dikker. Het
, rechterventrikel heeft een dunnere wand, omdat er minder druk op hoeft te worden
gebouwd.
Met elke hartslag wordt er een volume weggepompt. Dit wordt gemeten door het
hart-bloed volume, de cardiac output.
Cardiac output CO = heart rate HR x stroke volume SV
Een normale CO is +- 5 liter per minuut bij een hartfrequentie van ~70/minuut.