Deelopdracht 1 Theorie
Wat hoort er in een werkplanning te staan?
- Wat de taak is. (Een taak bestaat uit 1 of meer werkzaamheden die een medewerker
moet uitvoeren en waarvoor hij verantwoordelijk is.)
- Wie de taak moet uitvoeren.
- Wanneer de taak gedaan moet worden.
- Hoelang de taak maximaal mag duren.
- Hoeveel hulpmiddelen (vrachtwagens, heftruck enz.) er moeten worden ingezet.
- Welke resultaten behaald moeten worden.
Noteer 9 factoren die van invloed zijn bij het maken van een werkplanning. Leg in
eigen woorden uit waarom deze van invloed zijn.
- Het beschikbare budget.
- De te verwachten omzet.
- De hoeveelheid werk.
- Het soort werkzaamheden.
- Het soort artikelen (i.v.m. met de inzet van heftrucks, palletwagens enz.).
- De beschikbaarheid van de medewerkers; vakantie, ADV-dagen (je werkt iedere
week meer uren dan in je contract staat, de uren die je dan extra hebt gewerkt kan je
later opnemen als verlof).
- De specialisten: wie kan welke werkzaamheden het best uitvoeren.
- De productiviteit.
- Afstemmingsverliezen. Dit zijn de uren die verloren gaan doordat de verschillende
werkzaamheden niet goed op elkaar zijn afgestemd.
Zonder deze 9 factoren kan je niet een inschatting maken van wat er allemaal in een
weekplanning en dagplanning moet staan. Je kan dan dus niet inschatten hoeveel tijd er
nodig is voor alles wat uitgevoerd moet worden.
1. Wat is de draagkracht van iemand?
De draagkracht is wat iemand kan en wil.
2. Welke 3 factoren beïnvloeden iemand draagkracht?
1. Fysieke eigenschappen. Hier valt bijvoorbeeld gezondheid en conditie onder. Als een
werknemer te weinig slaapt, is hij vermoeider en vermindert zijn draagkracht.
2. Capaciteit. Intelligentie, opleiding en ervaring van de werknemer.
3. Persoonlijkheid (persoonlijke eigenschappen). Onzekere of ongeduldige werknemers
hebben minder draagkracht dan iemand die deze eigenschappen niet heeft.
Welke 3 stappen neem je bij het maken van een werkplanning? Beschrijf elke stap in
eigen woorden.
- Je kijkt naar het hoeveel uren er nodig zijn voor het uitvoeren van de
werkzaamheden. Je denkt dan aan het aantal uren dat nodig is voor de vaste
werkzaamheden, het ontvangen van de goederen, de verkoop, de pauzes, en het
werkoverleg.