BLOK 1.3 COLLEGE NOTITIES
COLLEGE 3
Correlatie is een lineair verband/relatie tussen twee variabelen. Als r =
0.00 is er geen sprake van een lineair verband, er kan wel een ander soort
verband aanwezig zijn.
– De vraag is: als X verandert, wat doet Y dan?
Manieren om relaties tussen twee variabelen weer te geven:
– Twee-wegs tabel (kruistabel); voor categorische variabelen
– Scatterplot; voor kwantitatieve continue variabelen
– Correlatie
Regressie hoeft niet!
In een kruistabel zijn de kolommen de waarden van boven naar beneden.
De rijen gaan van links naar rechts. Zo kun je rekenen met een kruistabel:
– Marginale verdeling, ‘de randen’, dan reken je met de totalen die
aan de randen van de tabel staan.
– Joint verdeling, alle cellen zijn 100%, dan reken je met het gehele
totaal.
– Conditionele verdeling, dan is het totaal van een kolom (of rij)
100%, dus stel als één kind een gegeven is, dan is voor de vraag
samenspelen de verhouding bijvoorbeeld ja 35% en nee 65%. Daar
staan dan dus buiten hoe de verdeling is bij gezinnen met meer dan
één kind. Let goed op naar welke kolom of rij gevraagd wordt.
In een scatterplot zijn er een paar belangrijke kenmerken:
– Zet de onafhankelijke, explanatory/predictor/independent variabele
op de X-as;
– De afhankelijke, response/criterion/dependent variabele op de Y-as;
– Vraag je af, is de verhouding lineair? Is de richting positief of
negatief? Hoe duidelijk (sterk) is het verband?
– Bij een onsamenhangende wolk of een curve (als een normale
verdeling bijvoorbeeld) is r = 0.00
– Identificeer en kijk goed naar uitschieters/outliers.
De vuistregels van de effectgrootte van correlatie:
COLLEGE 3
Correlatie is een lineair verband/relatie tussen twee variabelen. Als r =
0.00 is er geen sprake van een lineair verband, er kan wel een ander soort
verband aanwezig zijn.
– De vraag is: als X verandert, wat doet Y dan?
Manieren om relaties tussen twee variabelen weer te geven:
– Twee-wegs tabel (kruistabel); voor categorische variabelen
– Scatterplot; voor kwantitatieve continue variabelen
– Correlatie
Regressie hoeft niet!
In een kruistabel zijn de kolommen de waarden van boven naar beneden.
De rijen gaan van links naar rechts. Zo kun je rekenen met een kruistabel:
– Marginale verdeling, ‘de randen’, dan reken je met de totalen die
aan de randen van de tabel staan.
– Joint verdeling, alle cellen zijn 100%, dan reken je met het gehele
totaal.
– Conditionele verdeling, dan is het totaal van een kolom (of rij)
100%, dus stel als één kind een gegeven is, dan is voor de vraag
samenspelen de verhouding bijvoorbeeld ja 35% en nee 65%. Daar
staan dan dus buiten hoe de verdeling is bij gezinnen met meer dan
één kind. Let goed op naar welke kolom of rij gevraagd wordt.
In een scatterplot zijn er een paar belangrijke kenmerken:
– Zet de onafhankelijke, explanatory/predictor/independent variabele
op de X-as;
– De afhankelijke, response/criterion/dependent variabele op de Y-as;
– Vraag je af, is de verhouding lineair? Is de richting positief of
negatief? Hoe duidelijk (sterk) is het verband?
– Bij een onsamenhangende wolk of een curve (als een normale
verdeling bijvoorbeeld) is r = 0.00
– Identificeer en kijk goed naar uitschieters/outliers.
De vuistregels van de effectgrootte van correlatie: