Vermogensrecht College 3 en 4. Faillissement / insolventie
Insolventie = ruime term = financieel onvermogen
Faillissementswet (Fw)
Wet uit 1893
Meest opvallende verandering is de in 1998 ingevoerde
schuldsaneringsregeling
Wet bevat 3 regelingen:
- Faillissement altijd meer dan 1 schuldeiser: art 1 + 2 Fw (aanvraag
faillissement)
- Surseance (uitstel) aanvragen bij Rechter Commissaris
- Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) art 284 Fw
Indien een schuldenaar niet voldoet aan de vordering van de schuldeiser, dan
kan de schuldeiser actie ondernemen volgens de regels van Boek 6 BW. Indien dit
niet lukt dan kan de schuldeiser gaan procederen.
Indien de schuldeiser de procedure wint, dan kan hij ten behoeve van de
voldoening van zijn vordering beslag leggen op bepaalde
vermogensbestanddelen van de schuldenaar = bijzonder beslag.
Bij faillissement daarentegen kan een bijzonder beslag niet. Schuldeiser worden
dan geconfronteerd met andere schuldeisers. Al deze schuldeiser hebben recht
op voldoening van hun vordering. Dit heeft tot gevolg da zijn samen zullen
moeten delen. Reeds bijzondere beslagen van schuldeiser (art. 33 FW) vervallen
dan!
Faillissement is een algemeen beslag dat gelegd wordt op het gehele vermogen
van de schuldenaar ten behoeve van al zijn schuldeisers.
2 hoofdregels
- Art. 3:276 BW: een schuldeiser kan zich verhalen op alle goederen van zijn
schuldenaar
- Art. 3:277 lid 1 BW:
Als een schuldenaar niet meer in staat is de vorderingen van zijn schuldeisers te
voldoen, kan er aanleiding zijn diens faillissement aan te vragen. De schuldenaar
mag niet meer over zijn eigen vermogen beschikking. Dit houdt in dat zijn
vermogen, boedel genoemd, niet meer ma binden. De schuldenaar kan de boedel
niet ten nadelen binden, bijvoorbeeld doordat hij een bekeuring vanwege een
verkeersovertreding krijg.
Schuldenaar wordt beschikkings- en inningsonbevoegd.
- Beschikkingsonbevoegd: vervreemden is een eigendom overdagen.
Bezwaren is een beperkt recht, zoals pand of hypotheek of
vruchtgebruik vestigen.
- Inningsonbevoegd: schuldenaar is niet meer bevoegd betalingen in
ontvangst te nemen. Betalingen moeten worden gedaan aan de door
rechtbank benoemde curator. Art. 6:33 BW.
Schuldenaar blijft wel handelingsbekwaam = kan wel rechtshandelingen
verrichten die géén gevolgen hebben voor de boedel, zoals trouwen of een
kind adopteren.
Faillissement kan aangevraagd worden door:
, 1. Schuldenaar zelf, als het een faillissement van een rechtspersoon betreft,
geschiedt dit door het bestuur
2. Een of meerdere schuldeisers (inclusief de fiscus)
3. Openbaar Ministerie in het algemeen belang art. 1 lid 1 en lid 2 Fw
Art. 2 Fw = faillissement wordt aangevraagd bij de rechtbank van de woonplaats
van de schuldenaar.
Art. 6 lid 2 Fw = indien rechtbank faillissement wil uitspreken, dan moet worden
aangetoond dat er sprake is van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de
schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen als een
schuldeiser het verzoek doet van diens vorderingsrecht.
Art 6 lid 1 Fw = rechtbank kan schuldenaar oproepen om hem te horen over de
faillissementaanvraag.
Om aan te kunnen tonen dat er sprake is van meerdere schuldeisers (concursus
creditorum, heeft de aanvrager een steunvordering nodig. Een steunvordering is
een vordering van een andere schuldeiser.
Uit het feit at er eer vorderingen zijn die niet zijn nagekomen, kan de rechtbank
afleiden dat de schuldenaar verkeert in de ‘’toestand van opgehouden hebben te
betalen’’ (art 6. Lid 3 Fw) en het faillissement uitspreken.
Art. 4 lid 5 Fw = faillissement gaat direct in.
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad = direct van kracht, ondanks het feit dat partijen
nog hoger beroep kunnen aantekenen.
Art. 23 Fw. Gevolg van faillissement = schuldenaar verlies het beheer en de
beschikking over zijn vermogen, op de dag van de faillietverklaring. hij wordt
beschikkingsonbevoegd, maar blijkt handelingsbekwaam.
Kan zijn vermogen niet binden, tenzij de beodel voor de handeling is gebaat (art.
24 Fw)
In een faillissementvonnis benoemt de rechtbank een curator.
- De curator; taak zolang het faillissement duurt namens de schuldenaar
(failliet) op te treden en daarbij in het belang van de
gemeenschappelijke schuldeisers te handelen
- Wordt bijgestaan door een rechter-commissaris, ook deze wordt
toegewezen door de rechtbank (art. 14 lid 1 Fw) rechter-commissaris
houdt toezicht op het beheer en de verefffening van de failliete boedel
(art 64 Fw)
- Kan in zijn vonnis tot faillietverklaring of in een latere beschikkin uit de
crditeeuren die reeds bekend zijn, een voorlopige commissie van
schuldeisers benomen. Deze commissie bestaat uit een tot drie leden
en heeft de taak om de curator te adviseren (art. 74 Fw)
- Pas na afloop van de verificatieveragering, vergadering van de
schuldeiseres, wordt een definitieve commissie van schuldeisers
aangesteld. Deze telt ook een tot drie leden (art. 75 Fw)
- Art. 76 Fw de commissie heeft het recht de boeken en bescheiden in te
zien.
- Art. 77 en 78 Fw curator is in bepaalde gevallen verplicht het advies
van de commissie in te winnen.
Insolventie = ruime term = financieel onvermogen
Faillissementswet (Fw)
Wet uit 1893
Meest opvallende verandering is de in 1998 ingevoerde
schuldsaneringsregeling
Wet bevat 3 regelingen:
- Faillissement altijd meer dan 1 schuldeiser: art 1 + 2 Fw (aanvraag
faillissement)
- Surseance (uitstel) aanvragen bij Rechter Commissaris
- Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) art 284 Fw
Indien een schuldenaar niet voldoet aan de vordering van de schuldeiser, dan
kan de schuldeiser actie ondernemen volgens de regels van Boek 6 BW. Indien dit
niet lukt dan kan de schuldeiser gaan procederen.
Indien de schuldeiser de procedure wint, dan kan hij ten behoeve van de
voldoening van zijn vordering beslag leggen op bepaalde
vermogensbestanddelen van de schuldenaar = bijzonder beslag.
Bij faillissement daarentegen kan een bijzonder beslag niet. Schuldeiser worden
dan geconfronteerd met andere schuldeisers. Al deze schuldeiser hebben recht
op voldoening van hun vordering. Dit heeft tot gevolg da zijn samen zullen
moeten delen. Reeds bijzondere beslagen van schuldeiser (art. 33 FW) vervallen
dan!
Faillissement is een algemeen beslag dat gelegd wordt op het gehele vermogen
van de schuldenaar ten behoeve van al zijn schuldeisers.
2 hoofdregels
- Art. 3:276 BW: een schuldeiser kan zich verhalen op alle goederen van zijn
schuldenaar
- Art. 3:277 lid 1 BW:
Als een schuldenaar niet meer in staat is de vorderingen van zijn schuldeisers te
voldoen, kan er aanleiding zijn diens faillissement aan te vragen. De schuldenaar
mag niet meer over zijn eigen vermogen beschikking. Dit houdt in dat zijn
vermogen, boedel genoemd, niet meer ma binden. De schuldenaar kan de boedel
niet ten nadelen binden, bijvoorbeeld doordat hij een bekeuring vanwege een
verkeersovertreding krijg.
Schuldenaar wordt beschikkings- en inningsonbevoegd.
- Beschikkingsonbevoegd: vervreemden is een eigendom overdagen.
Bezwaren is een beperkt recht, zoals pand of hypotheek of
vruchtgebruik vestigen.
- Inningsonbevoegd: schuldenaar is niet meer bevoegd betalingen in
ontvangst te nemen. Betalingen moeten worden gedaan aan de door
rechtbank benoemde curator. Art. 6:33 BW.
Schuldenaar blijft wel handelingsbekwaam = kan wel rechtshandelingen
verrichten die géén gevolgen hebben voor de boedel, zoals trouwen of een
kind adopteren.
Faillissement kan aangevraagd worden door:
, 1. Schuldenaar zelf, als het een faillissement van een rechtspersoon betreft,
geschiedt dit door het bestuur
2. Een of meerdere schuldeisers (inclusief de fiscus)
3. Openbaar Ministerie in het algemeen belang art. 1 lid 1 en lid 2 Fw
Art. 2 Fw = faillissement wordt aangevraagd bij de rechtbank van de woonplaats
van de schuldenaar.
Art. 6 lid 2 Fw = indien rechtbank faillissement wil uitspreken, dan moet worden
aangetoond dat er sprake is van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de
schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen als een
schuldeiser het verzoek doet van diens vorderingsrecht.
Art 6 lid 1 Fw = rechtbank kan schuldenaar oproepen om hem te horen over de
faillissementaanvraag.
Om aan te kunnen tonen dat er sprake is van meerdere schuldeisers (concursus
creditorum, heeft de aanvrager een steunvordering nodig. Een steunvordering is
een vordering van een andere schuldeiser.
Uit het feit at er eer vorderingen zijn die niet zijn nagekomen, kan de rechtbank
afleiden dat de schuldenaar verkeert in de ‘’toestand van opgehouden hebben te
betalen’’ (art 6. Lid 3 Fw) en het faillissement uitspreken.
Art. 4 lid 5 Fw = faillissement gaat direct in.
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad = direct van kracht, ondanks het feit dat partijen
nog hoger beroep kunnen aantekenen.
Art. 23 Fw. Gevolg van faillissement = schuldenaar verlies het beheer en de
beschikking over zijn vermogen, op de dag van de faillietverklaring. hij wordt
beschikkingsonbevoegd, maar blijkt handelingsbekwaam.
Kan zijn vermogen niet binden, tenzij de beodel voor de handeling is gebaat (art.
24 Fw)
In een faillissementvonnis benoemt de rechtbank een curator.
- De curator; taak zolang het faillissement duurt namens de schuldenaar
(failliet) op te treden en daarbij in het belang van de
gemeenschappelijke schuldeisers te handelen
- Wordt bijgestaan door een rechter-commissaris, ook deze wordt
toegewezen door de rechtbank (art. 14 lid 1 Fw) rechter-commissaris
houdt toezicht op het beheer en de verefffening van de failliete boedel
(art 64 Fw)
- Kan in zijn vonnis tot faillietverklaring of in een latere beschikkin uit de
crditeeuren die reeds bekend zijn, een voorlopige commissie van
schuldeisers benomen. Deze commissie bestaat uit een tot drie leden
en heeft de taak om de curator te adviseren (art. 74 Fw)
- Pas na afloop van de verificatieveragering, vergadering van de
schuldeiseres, wordt een definitieve commissie van schuldeisers
aangesteld. Deze telt ook een tot drie leden (art. 75 Fw)
- Art. 76 Fw de commissie heeft het recht de boeken en bescheiden in te
zien.
- Art. 77 en 78 Fw curator is in bepaalde gevallen verplicht het advies
van de commissie in te winnen.