Wat is stress/arousal?
➢ Hans Seyle (1936): “non-specific response of the body to any demand placed upon it”
➢ De subjectieve ervaring dat de fysiologische of psychologische balans, of homeostase,
verstoord kan worden door een (geanticipeerde) gebeurtenis of stimulus
➢ Er zijn vele oorzaken van stress
• geen individu is gelijk in zowel de oorzaken van en reactie op stress
➢ Fysiologische, chemische en cognitieve reactie
• Adequaat reageren op stressvolle situatie
• Evenwicht (homeostase) handhaven of hertstellen
➢ Arousal = alertheid/ perceptie
• Activering van autonome zenuwstelsel en Hypothalamus-hypofyse-bijnier as
➢ Stress = perceptie van verandering
• Reactie op stressor
• Gaat gepaard met een lichamelijke reactie
• Aanpassing is persoonlijk
• We lijden aan stress
• Burn-out
- In totaal komt er bij bijna 15% van alle werknemers een burn-out naar voren
- In het onderwijs is deze aanzienlijkheid het hoogst (21% ong.) maar verschilt per beroep en
leeftijdsgroep
Autonome zenuwstelsel
➢ omgaan met stress vraagt om een gecoördineerde actie
• neurale afferenten = brengen signalen naar het centrale zenuwstelsel
• neurale efferenten = brengen signalen van het CNS naar de periferie
,➢ Autonome zenuwstelsel
• Controleert functie organen
in de periferie
• Parasympatische
zenuwstelsel: acetylcholine
- Speekselklieren, longen,
hart, lever/alvleesklier,
maag, darmen, blaas
- Acetylcholine
preganglionerg en
postganglionerg
• Sympatische zenuwstelsel :
acetylcholine en
noradrenaline
- Speekselklieren, longen,
hart, lever/alvleesklier,
maag, darmen, blaas
- Preganglionerg → acetylcholine
- Postganglionerg → noradrenaline
- Sympaticus innerveert met bijnier
• Receptoren
- Sympatisch
1. korte acetylcholinerge preganglion fibers
2. nicotine receptoren op postganglion fiber
3. norepinephrinerge postganglion fiber
4. naar adrenerge receptoren
- parasympatisch
1. lange acetylcholinerge preganglion fibers
2. nicotine receptor op postganglion fiber
3. acetylcholinerge postganglion fibers
4. naar muscarinic receptor
- α1-receptor → via fosfolipase C PIP3 naar DAG en IP3
➔ IP3 naar Ca naar smooth muscle contracties
- α2-receptor
➔ gelijk naar Ca wat zorgt voor inhibitie van
transmitter release
➔ of via adenylylcyklase: ATP wordt cAMP wat
zorgt voor smooth muscle contractie
, - β-receptor → via adenylylcyklase: ATP wordt cAMP wat zorgt voor hartspier contractie,
smooth muscle relaxatie en glycogenolysis
hypothalamus
➢ Bijna elke regio van de hersenen staat in contact met de hypothalamus
• Hierdoor is de hypothalamus betrokken bij alle aspecten van de emoties, de voortplanting,
het autonome zenuwstelsel (regulering orgaanfunctie) en de hormoonhuishouding.
➢ Structuur hypothalamus
➢ Functie hypothalamus
• Hypothalamus integreert gedrags- (somatosensorische), autonome en neuro-endocrine
responsen in vitale functies
• Bloeddruk en samenstelling van elektrolyten
- PVN
• Energiemetabolisme
- Acruate en PVN en laterale hypothalamische gebied
• Reproductief (seksueel en ouder) gedrag
- Ventromediale en ventrale premammilaire nuclei
• Lichaamstemperatuur
- Preoptische gebied
• Verdedigend gedrag
- PVN en laterale hypothalamisch gebied
• Slaap-waak cyclus
- Laterale hypothalamische gebied
➢ Input - de hypothalamus krijgt:
• Ruggenmerg, vanuit de exterosensoren, intersensoren, propriosnesoren
• Retina: vezels van de nervus opticus staan in verbinding met hypothalamus
• Limbisch en olfactorisch systeem
- onder andere de amygadala, hippocampus en reukschors (cortex olfacotius)
• themoreceptoren en osmoreceptoren
- hypothalamus heeft receptoren om de temperatuur en de ionenhuishouding bij te houden
, ➢ stress-hormoon → cortisol
• HPA-as
• The social stress test → na stressor piek in
ACTH en cortisol
• Receptoren
- Mineralcorticicoid receptoren
Hoge affiniteit voor cortisol
In de membraan (non genomisch)
In het cytosol (genomisch)
- Glucocorticoid receptoren
Lage affiniteit voor cortisol
In de membraan (non genomisch)
In het cytosol (genomisch)
➢ Hersenen ook onder invloed van noradrenaline
vanuit locus coeruleus
Stress en gedrag
1. focus
2. emotionele gebeurtenissen goed onthouden
➢ cortisol bevorderd geheugen
• meer cortisol is meer AMPA receptoren naar
de synaps
• Hoe meer receptoren naar de synaps hoe
sterker synaps
➢ Corticosteroïden
1. Via glucocorticoid receptoren → relatie is langzaam effect maar van lange duur
2. Binnen minuten: toename afgifte glutamaat → heeft snel effect maar is van korte duur
• Noradrenaline faciliteerd consolidatie
3. stress verminderd het oproepen van kennis
4. stress en automatische piloot