T4-001 Niet-kansgebonden effecten
Leerdoelen
• Een beschrijving te geven van de bouw van een cel
• Te beschrijven hoe de mitose en meiose verlopen
• Te beschrijven welke soort DNA schade kunnen ontstaan
• Te beschrijven wat het gevolg van deze DNA schade is
• Onderscheid te maken tussen kansgebonden en niet kansgebonden effecten
• Aan te geven welke effecten vroeg en welke effecten laat na een blootstelling optreden
• Een relatie te leggen tussen de diverse stralingssoorten en het effect ervan op
cellen/weefsels
• De relatie tussen de stralingsdosis en het effect op weefsels uit te leggen
• Beschrijven welke schade kan ontstaan door straling en hoe dit tot tumorvorming en
genetische effecten kan leiden
• De verschillende stadia van de ontwikkeling van geslachtscellen bij de vrouw en man kunnen
beschrijven en kunnen aangeven welk stadium het gevoeligst is voor de inductie van
genetische stralingsschade
• In staat de dosislimieten juist toe te passen en hierbij rekening kunnen houden met de
specifieke gevoeligheden van organen
Mitose
• Gewone celdeling
• Vinden plaats in alle cellen van het lichaam
• Door 1 mitotische deling ontstaat er uit één diploïde moedercel twee diploïde dochtercellen
• Vindt plaats in het lichaam voor:
• Groei organisme
• Vervanging van afgestorven cellen
• Het herstellen van beschadigd weefsel
Meiose
• Reductiedeling
• Tijdens meiose worden de hoeveelheid chromosomen in de cellen gehalveerd
• Vinden alleen maar plaats in de geslachtsorganen
1
,SD – Stralingsdeskundigheid J2 – S1a
Celcyclus
• Plaatje 1 hierboven: mitose
• C: controlepoint → op dat moment controleert de cel of alles nog klopt: fouten aanwezig?
DNA kloppend?
• Op dat moment beslist de cel of het gaat herstellen of zichzelf vernietigd
• Controlepunten belangrijk voor eventuele schade die kan ontstaan tijdens straling
• Plaatje 2: stappen in mitose met vergelijking met meiose
• Mitose: ontstaan 2 dochtercellen (identieke cellen) → diploïde cellen; iedere cel 2 aanwezig
ervan
• Meiose: 2 cellen → halve cellen → ieder chromosoom maar 1 aanwezig → haploïde cellen →
geslachtscellen gameten
• Belangrijk verschil i.v.m. belangrijk verschil in schade van de straling
Celdeling
• Prolifereren: delen van een cel
• Veel delingen in de cel → veel proliferatie
• Het ene weefsel deelt meer dan het andere weefsel → grote P fractie / hoge turnover
• Weefsel met een hoge delingssnelheid reageert sneller op ioniserende straling
• Bijv.:
· Huid, darmweefsel Hoge turnover Reageren bij een lage dosis
· Zenuwcellen Lage turnover Reageren pas bij een hoge dosis
• Zichtbaar in tolerantietabel RT
· Mondholte: Dmean <26 Gy Hoge turnover
· Hersenstam: Dmax <56 Gy Lage turnover
2
,SD – Stralingsdeskundigheid J2 – S1a
Celdeling – Soorten cellen
• 2 soorten cellen
• Mitose: diploïde cellen
· Hebben van elk chromosoom 2 exemplaren
· Genoemd: normale conditie voor somatische cellen (lichaamscellen)
• Meiose: haploïde cellen
· Hebben van elk chromosoom 1 exemplaar
· Je hebt 2 haploïde cellen nodig om een embryo te creëren (moeder + vader)
· Genoemd: Gameten, ontstaan door meiose uit diploïde cellen
DNA – Bouw
• Opbouw van DNA
• Nucleotide: bouwstenen waaruit DNA en RNA moleculen zijn opgebouwd
• 2 nucleotides vormen een paar → vormen een streng van DNA → 2 strengen DNA
• 2 strengen DNA: vormen de dubbele Helix → vormt het complete DNA
• Belangrijk: want op al die verschillende niveaus kunnen schade ontstaan:
· Nucleotide basis
· 1 streng DNA
· 2 strengen DNA tegenover elkaar
· Gehele helix
3
, SD – Stralingsdeskundigheid J2 – S1a
DNA – Schade overzicht
• Geeft weer hoe je vanuit het DNA komt bij de
uiteindelijk schade die is ontstaan door
ioniserende straling
• In stukjes opknippen
• Belangrijk: boven aan de helix → verschillende
soorten schades door ioniserende straling:
· Basis modificatie
· Cross link
· Dubbelstrengsbreuk
• Soorten operatiemechanismes
• Succesvol / niet succesvol
4 typen schade aan DNA
1. Punt mutaties (base modifications)
· Op 1 plekje een fout in de base paren die tegenover elkaar staan
· Altijd: T-A
· Dan: U-A
2. Enkelstrengsbreuken
· 1 kant van de strengen door midden
3. Dubbelstrengsbreuken
· Beide kanten is de helix door midden
4. Crosslinking
· Normaal: alleen horizontale bindingen
· Nu: schuine bindingen
1. 2. 3. 4.
4