Samenvatting scheikunde hoofdstuk 2
Bindingstypen
1. Metaalbinding
- Macroniveau: de beschrijving van alles wat je waarneemt.
- Microniveau: een beschrijving of verklaring met behulp van deeltjes.
- Valentie-elektronen van een metaalatoom worden minder sterk door de kern aangetrokken.
Zo ontstaat een microstructuur van positieve atoomresten en negatieve elektronen die vrij
tussen de positieve atoomresten kunnen bewegen.
- De positieve atoomresten en negatieve elektronen trekken elkaar sterk aan en dit zorgt voor
een stevige metaalbinding tussen metaalatomen.
- In de vaste fase zijn de atoomresten gerangschikt in een kristalrooster: het metaalrooster.
- Eigenschappen van metalen: hard en sterk materiaal met een hoog smeltpunt.
- Goede elektrische geleidbaarheid van metalen doordat de vrij bewegende elektronen
ongehinderd naar de positieve pool kunnen bewegen en zo de stroom kunnen geleiden.
- Warmtegeleiding metalen: elektronen kunnen de energie door het materiaal verspreiden.
- Metalen zijn vervormbaar: wanneer je druk uitoefent op een metaal en daarbij een rij
atomen laat opschuiven, verandert er aan het metaalrooster niets.
- Corrosie: aantasting van metalen door het reageren met stoffen uit de lucht.
- Roest: de corrosie van ijzer.
- Onedele metalen: Metalen die door stoffen uit de lucht worden aangetast.
- Zeer onedele metalen: metalen die heel heftig met water reageren.
- Edelmetalen: metalen die niet worden aangetast door stoffen uit de lucht.
- Legering of alliage: een mengsel van een vast stof en een metaal.
- Erts: gesteente of mineraal dat een economisch winbaar gehalte van een metaal bevat.
2. Molecuul- en atoombinding
- Moleculaire stoffen: stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit niet-metaalatomen.
- Vanderwaalsbinding: de binding die moleculen in de vast en vloeibare fase bij elkaar houdt.
- Doordat elektronen niet altijd mooi zijn verdeeld over het molecuul, ontstaan in het
molecuul tijdelijk licht positief en licht negatief geladen delen. Deze delen trekken de
tegenovergesteld geladen delen op andere moleculen aan.
Bindingstypen
1. Metaalbinding
- Macroniveau: de beschrijving van alles wat je waarneemt.
- Microniveau: een beschrijving of verklaring met behulp van deeltjes.
- Valentie-elektronen van een metaalatoom worden minder sterk door de kern aangetrokken.
Zo ontstaat een microstructuur van positieve atoomresten en negatieve elektronen die vrij
tussen de positieve atoomresten kunnen bewegen.
- De positieve atoomresten en negatieve elektronen trekken elkaar sterk aan en dit zorgt voor
een stevige metaalbinding tussen metaalatomen.
- In de vaste fase zijn de atoomresten gerangschikt in een kristalrooster: het metaalrooster.
- Eigenschappen van metalen: hard en sterk materiaal met een hoog smeltpunt.
- Goede elektrische geleidbaarheid van metalen doordat de vrij bewegende elektronen
ongehinderd naar de positieve pool kunnen bewegen en zo de stroom kunnen geleiden.
- Warmtegeleiding metalen: elektronen kunnen de energie door het materiaal verspreiden.
- Metalen zijn vervormbaar: wanneer je druk uitoefent op een metaal en daarbij een rij
atomen laat opschuiven, verandert er aan het metaalrooster niets.
- Corrosie: aantasting van metalen door het reageren met stoffen uit de lucht.
- Roest: de corrosie van ijzer.
- Onedele metalen: Metalen die door stoffen uit de lucht worden aangetast.
- Zeer onedele metalen: metalen die heel heftig met water reageren.
- Edelmetalen: metalen die niet worden aangetast door stoffen uit de lucht.
- Legering of alliage: een mengsel van een vast stof en een metaal.
- Erts: gesteente of mineraal dat een economisch winbaar gehalte van een metaal bevat.
2. Molecuul- en atoombinding
- Moleculaire stoffen: stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit niet-metaalatomen.
- Vanderwaalsbinding: de binding die moleculen in de vast en vloeibare fase bij elkaar houdt.
- Doordat elektronen niet altijd mooi zijn verdeeld over het molecuul, ontstaan in het
molecuul tijdelijk licht positief en licht negatief geladen delen. Deze delen trekken de
tegenovergesteld geladen delen op andere moleculen aan.