Begrippen Online Marketing (Leerjaar 1)
Kennisclip 1:
Hoofdstukken:
1.1 + 1.2
1.3 + 1.5
3.2 + 3.7
§ 1.1
Online marketing = Een proces waarbij organisaties en bestaande of potentiële klanten via
internet waarden en producten creëren en met elkaar uitwisselen.
Online = Een situatie waarin er een verbinding is met internet.
E-commerce = De verkoop van producten of diensten via internet.
E-business = Geheel aan activiteiten van een onderneming (of netwerk van ondernemingen)
dat gebruikmaakt van het internet en/of op IP-gebaseerde software.
§ 1.2
One-to-one marketing = Een vorm van directe marketing waarbij persoonlijke interactie
centraal staat.
Individuele marketing = Een vorm van marketing waarbij via persoonlijke interactie het
product of de dienst optimaal aan de wensen en behoeften van de individuele klant wordt
aangepast.
Individuele propositie = Aanbod op maat dat exact aansluit bij de situatie, behoeften en
wensen van de klant.
Geïndividualiseerde productie = De productie van losse producten die aansluiten bij de
eisen van de klant.
Corporate sites = Een website met het doel interactie tussen de organisatie en de
verschillende stakeholders te ondersteunen.
Webshops = Website waar afnemers producten of diensten kunnen bestellen (ook
verkoopsite).
Verkoopsites = Website waar afnemers producten of diensten kunnen bestellen (ook
webshop).
, Communicatiesites = Website die bezoekers meer vertelt over de producten of diensten van
de aanbieder.
Lead generation site = Communicatiesite met als specifiek doel om in contact te komen met
potentiële klanten.
Merksites = Website met het doel merkkennis en merkperceptie te verbeteren.
Dienstverleningssites = Website die informatie geeft én een rol speelt in het
productieproces van een dienstverlenende organisatie, zoals een site voor
internetbankieren.
Portals = Een portal geeft een overzicht van websites voor specifieke doelgroepen of met
een speciaal onderwerp.
Inhoudsites = Geeft de bezoekers informatie over actualiteiten of informatie die voor een
specifieke doelgroep of in een specifieke situatie interessant is. Ook publicatiesite.
Publicatiesites = Geeft de bezoekers informatie over actualiteiten of informatie die voor een
specifieke doelgroep of in een specifieke situatie interessant is. Ook inhoudssite.
5S-model = Vijf doelen voor initiatieven op het gebied van online marketing: Sell, Speak,
Serve, Save, Sizzle.
§ 1.3
Marketingmix = De marketingmix is de combinatie en afstemming van de door een
organisatie gehanteerde marketinginstrumenten die gericht zijn op één of meerdere
doelgroepen binnen een bepaalde markt.
Vier P’s = Product, Prijs, Plaats, Promotie.
4C-model = Alternatief model voor de 4 P’s: Customer solution, Cost to the customer,
Convenience, Communication.
SIVA-model = Model dat is geïntroduceerd als de opvolger van de vier P’s: Solution,
Information, Value, en Access.
Kennisclip 1:
Hoofdstukken:
1.1 + 1.2
1.3 + 1.5
3.2 + 3.7
§ 1.1
Online marketing = Een proces waarbij organisaties en bestaande of potentiële klanten via
internet waarden en producten creëren en met elkaar uitwisselen.
Online = Een situatie waarin er een verbinding is met internet.
E-commerce = De verkoop van producten of diensten via internet.
E-business = Geheel aan activiteiten van een onderneming (of netwerk van ondernemingen)
dat gebruikmaakt van het internet en/of op IP-gebaseerde software.
§ 1.2
One-to-one marketing = Een vorm van directe marketing waarbij persoonlijke interactie
centraal staat.
Individuele marketing = Een vorm van marketing waarbij via persoonlijke interactie het
product of de dienst optimaal aan de wensen en behoeften van de individuele klant wordt
aangepast.
Individuele propositie = Aanbod op maat dat exact aansluit bij de situatie, behoeften en
wensen van de klant.
Geïndividualiseerde productie = De productie van losse producten die aansluiten bij de
eisen van de klant.
Corporate sites = Een website met het doel interactie tussen de organisatie en de
verschillende stakeholders te ondersteunen.
Webshops = Website waar afnemers producten of diensten kunnen bestellen (ook
verkoopsite).
Verkoopsites = Website waar afnemers producten of diensten kunnen bestellen (ook
webshop).
, Communicatiesites = Website die bezoekers meer vertelt over de producten of diensten van
de aanbieder.
Lead generation site = Communicatiesite met als specifiek doel om in contact te komen met
potentiële klanten.
Merksites = Website met het doel merkkennis en merkperceptie te verbeteren.
Dienstverleningssites = Website die informatie geeft én een rol speelt in het
productieproces van een dienstverlenende organisatie, zoals een site voor
internetbankieren.
Portals = Een portal geeft een overzicht van websites voor specifieke doelgroepen of met
een speciaal onderwerp.
Inhoudsites = Geeft de bezoekers informatie over actualiteiten of informatie die voor een
specifieke doelgroep of in een specifieke situatie interessant is. Ook publicatiesite.
Publicatiesites = Geeft de bezoekers informatie over actualiteiten of informatie die voor een
specifieke doelgroep of in een specifieke situatie interessant is. Ook inhoudssite.
5S-model = Vijf doelen voor initiatieven op het gebied van online marketing: Sell, Speak,
Serve, Save, Sizzle.
§ 1.3
Marketingmix = De marketingmix is de combinatie en afstemming van de door een
organisatie gehanteerde marketinginstrumenten die gericht zijn op één of meerdere
doelgroepen binnen een bepaalde markt.
Vier P’s = Product, Prijs, Plaats, Promotie.
4C-model = Alternatief model voor de 4 P’s: Customer solution, Cost to the customer,
Convenience, Communication.
SIVA-model = Model dat is geïntroduceerd als de opvolger van de vier P’s: Solution,
Information, Value, en Access.