Samenvatting scheikunde hoofdstuk 6
Evenwichten
1. Evenwichtsreacties
- Omkeerbare reactie: een reactie die twee kanten op kan verlopen. Het energie-effect van
deze reacties is ook omgekeerd.
- Aflopende reactie: reactie die net zolang doorgaat tot een van de beginstoffen op is.
- Evenwichtsreactie: heengaande en teruggaande reactie vinden allebei tegelijkertijd plaats.
- Chemisch evenwicht: heengaande en teruggaande reactie verlopen tegelijkertijd en even
snel. De concentraties van alle stoffen blijven gelijk. In de reactievergelijking geef je dit aan
←
met een dubbele pijl ( )
→
2. Evenwichtsvoorwaarde
- De verhouding tussen de concentraties van de beginstoffen en reactieproducten in een
evenwichtsreactie kun je uitdrukken met behulp van de concentratiebreuk (Q).
[C ]q ∙[ D ]r
- Q= m n (Binas tabel 37B)
[ A ] ∙[ B ]
- Chemisch evenwicht ingesteld als de waarde van de concentratiebreuk niet meer verandert.
- In de concentratiebreuk komen alleen gassen of opgeloste deeltjes te staan. Oplosmiddelen
die meer reageren, komen ook niet in de concentratiebreuk. Vaste stoffen en oplosmiddelen
moet je in de concentratiebreuk vervangen door het getal 1.
- Evenwichtsconstante (K): waarde van de concentratiebreuk als zich een chemisch evenwicht
heeft ingesteld (Binas tabel 51).
- Evenwichtsvoorwaarde: alleen als Q gelijk is aan K is er evenwicht: Q = K.
- De ligging van het evenwicht heeft te maken met de grootte van de evenwichtsconstante (K).
- Insteltijd (ti): de tijd die verloopt tot het evenwicht is bereikt.
3. Bijzondere evenwichten
- Als de maximaal oplosbare hoeveelheid van een stof is bereikt, heb je een verzadigde
oplossing gekregen. Als je meer probeert op te lossen, blijft het zout als vaste stof op de
bodem. Op dat moment is het oplossen van een zout een evenwichtsreactie geworden.
- Oplosbaarheid kun je vinden in Binas tabel 45B.
- Oplosbaarheidsproduct (Ks): evenwichtsconstante van oplosvergelijkingen (Binas tabel 46).
Evenwichten
1. Evenwichtsreacties
- Omkeerbare reactie: een reactie die twee kanten op kan verlopen. Het energie-effect van
deze reacties is ook omgekeerd.
- Aflopende reactie: reactie die net zolang doorgaat tot een van de beginstoffen op is.
- Evenwichtsreactie: heengaande en teruggaande reactie vinden allebei tegelijkertijd plaats.
- Chemisch evenwicht: heengaande en teruggaande reactie verlopen tegelijkertijd en even
snel. De concentraties van alle stoffen blijven gelijk. In de reactievergelijking geef je dit aan
←
met een dubbele pijl ( )
→
2. Evenwichtsvoorwaarde
- De verhouding tussen de concentraties van de beginstoffen en reactieproducten in een
evenwichtsreactie kun je uitdrukken met behulp van de concentratiebreuk (Q).
[C ]q ∙[ D ]r
- Q= m n (Binas tabel 37B)
[ A ] ∙[ B ]
- Chemisch evenwicht ingesteld als de waarde van de concentratiebreuk niet meer verandert.
- In de concentratiebreuk komen alleen gassen of opgeloste deeltjes te staan. Oplosmiddelen
die meer reageren, komen ook niet in de concentratiebreuk. Vaste stoffen en oplosmiddelen
moet je in de concentratiebreuk vervangen door het getal 1.
- Evenwichtsconstante (K): waarde van de concentratiebreuk als zich een chemisch evenwicht
heeft ingesteld (Binas tabel 51).
- Evenwichtsvoorwaarde: alleen als Q gelijk is aan K is er evenwicht: Q = K.
- De ligging van het evenwicht heeft te maken met de grootte van de evenwichtsconstante (K).
- Insteltijd (ti): de tijd die verloopt tot het evenwicht is bereikt.
3. Bijzondere evenwichten
- Als de maximaal oplosbare hoeveelheid van een stof is bereikt, heb je een verzadigde
oplossing gekregen. Als je meer probeert op te lossen, blijft het zout als vaste stof op de
bodem. Op dat moment is het oplossen van een zout een evenwichtsreactie geworden.
- Oplosbaarheid kun je vinden in Binas tabel 45B.
- Oplosbaarheidsproduct (Ks): evenwichtsconstante van oplosvergelijkingen (Binas tabel 46).