Samenvatting scheikunde hoofdstuk 7
Zuren en basen
1. Zure en basische oplossingen
- Zuur: een deeltje dat een H+-ion kan afstaan.
- Als een zuur wordt opgelost in water, zal het zure deeltje een H +-ion aan een watermolecuul
afstaan en ontstaat er een oxoniumion, H3O+. Er blijft een zuurrestion over.
- In de linker kolom van Binas tabel 49 staat een aantal zuren.
- Base: een deeltje dat een H+-ion kan opnemen.
- Als een base wordt opgelost in water, zal het basische deeltje een H +-ion van een
watermolecuul opnemen, waardoor er een hydroxide-ion, OH -, ontstaat.
- In de rechter kolom van Binas tabel 49 staat een aantal basen.
- H2O-moleculen zijn zowel een zuur als een base. Twee watermoleculen kunnen dus met
elkaar reageren.
- De evenwichtsconstante van het waterevenwicht wordt de waterconstante K W genoemd.
- pH-waarde: een maat voor de concentratie H 3O+-ionen in een oplossing.
- pH =−log ¿ en dus ¿ (Binas tabel 38A)
- Het aantal decimalen in de pH-waarde is gelijk aan het aantal significante cijfers in de ¿
- pOH waarde: kan worden gebruikt om de sterkte van een basische oplossing uit te drukken.
- pOH =−log ¿ en dus ¿
- p K W = pH + pOH =14,00 bij T = 298 K
- Indicatoren: stoffen die bij verschillende pH-waarden een andere kleur hebben. Zijn zelf ook
zuren en basen (Binas tabel 52A).
2. Sterk en zwak
- Sterk zuur: zuur waarbij alle zuurdeeltjes een H +-ion aan de watermoleculen hebben
afgestaan. Reactie is een aflopende reactie. (Binas tabel 49 boven H 3O+).
- Sterke base: base waarbij alle basedeeltjes een H+-ion van de watermoleculen hebben
opgenomen. Reactie is een aflopende reactie. (Binas tabel 49 onder OH -).
- Zwak zuur: zuur waarbij niet alle zuurdeeltjes een H +-ion aan de watermoleculen hebben
afgestaan. Reactie is een evenwichtsreactie.
- Geconjugeerde base: base die ontstaat bij ioniseren van een zuur.
Zuren en basen
1. Zure en basische oplossingen
- Zuur: een deeltje dat een H+-ion kan afstaan.
- Als een zuur wordt opgelost in water, zal het zure deeltje een H +-ion aan een watermolecuul
afstaan en ontstaat er een oxoniumion, H3O+. Er blijft een zuurrestion over.
- In de linker kolom van Binas tabel 49 staat een aantal zuren.
- Base: een deeltje dat een H+-ion kan opnemen.
- Als een base wordt opgelost in water, zal het basische deeltje een H +-ion van een
watermolecuul opnemen, waardoor er een hydroxide-ion, OH -, ontstaat.
- In de rechter kolom van Binas tabel 49 staat een aantal basen.
- H2O-moleculen zijn zowel een zuur als een base. Twee watermoleculen kunnen dus met
elkaar reageren.
- De evenwichtsconstante van het waterevenwicht wordt de waterconstante K W genoemd.
- pH-waarde: een maat voor de concentratie H 3O+-ionen in een oplossing.
- pH =−log ¿ en dus ¿ (Binas tabel 38A)
- Het aantal decimalen in de pH-waarde is gelijk aan het aantal significante cijfers in de ¿
- pOH waarde: kan worden gebruikt om de sterkte van een basische oplossing uit te drukken.
- pOH =−log ¿ en dus ¿
- p K W = pH + pOH =14,00 bij T = 298 K
- Indicatoren: stoffen die bij verschillende pH-waarden een andere kleur hebben. Zijn zelf ook
zuren en basen (Binas tabel 52A).
2. Sterk en zwak
- Sterk zuur: zuur waarbij alle zuurdeeltjes een H +-ion aan de watermoleculen hebben
afgestaan. Reactie is een aflopende reactie. (Binas tabel 49 boven H 3O+).
- Sterke base: base waarbij alle basedeeltjes een H+-ion van de watermoleculen hebben
opgenomen. Reactie is een aflopende reactie. (Binas tabel 49 onder OH -).
- Zwak zuur: zuur waarbij niet alle zuurdeeltjes een H +-ion aan de watermoleculen hebben
afgestaan. Reactie is een evenwichtsreactie.
- Geconjugeerde base: base die ontstaat bij ioniseren van een zuur.