Samenvatting micro economie 1
Week 1: H1 en H2
Maken: 1.14, 1.15, 2.3, 2.11, 2.13 + invulblad elasticiteiten
Er zijn drie instrumenten van analyse.
1. Constained optimization.
- Maximalisatie/minimalisering
- binnen grenzen; knelpuntsfactoren
- marginale analyse
2. Evenwichtsanalyse (Qv=Qa)
3. Vergelijkende analyse: in welke mate verandert de endogene x als de exogene y
verandert.
- Endogeen= de uitkomst van het vraagstuk. Deze is afhankelijk van het
model. Kennen we in eerste instantie dus niet!
- Exogene grootheid = gegeven. Deze bepaald de uitkomst van een
vergelijking en is bepaald van buitenaf.
Modellen zijn ontwikkeld om te kunnen analyseren, voorspellen en te beslissen.
Er zijn verschillende marktmodellen. Hoe minder aanbieders, hoe meer macht voor de
producent.
1. Monopolie (NS)
2. Oligopolie (Bosch)
3. Monopolistische concurrentie (Kledingzaken)
4. Volkomen concurrentie (Supermarkten)
De collectieve vraaglijn loopt altijd ceteris paribus. Dit model geldt als er vanuit wordt gegaan
dat alle andere variabelen gelijk blijven. Denk aan de prijs van andere goederen, inkomen,
voorkeur, aantal consumenten.
De vraaglijn verschuift naar rechts. Bij elke prijs wordt er
meer verkocht.
De vraaglijn verschuift naar links. Bij elke prijs wordt er
minder gekocht.
,De vraaglijn verschuift naar rechts, want consumenten
gaan meer kopen. Dit hoeft niet altijd, want dat gebeurt
niet bij een indifferent goed.
→ Je gaat niet meer kopen als je inkomen stijgt.
De vraaglijn verschuift naar rechts. Doordat prijzen van
vervangers stijgen wordt er nu meer van dit goed
verkocht.
Als de prijs stijgt stijgt de winstmarge waardoor ze meer
gaan verkopen.
De prijs is opgenomen, de productiekosten, aantal
aanbieders, productiecapaciteit, productietechniek
houden we constant.
De aanbodlijn verschuift naar rechts. Bij elke prijs wordt
meer aangeboden.
De aanbodlijn verschuift naar links, bij iedere prijs wordt
minder aangeboden.
, De aanbodlijn verschuift naar rechts. Aanbod neemt toe.
Dit werkt alleen bij volkomen concurrentie
´
Bij alle gevallen verschuift de aanbodlijn naar rechts.
De prijs gaat hierdoor omlaag. Er wordt bij iedere prijs
namelijk meer aangeboden.
De vraaglijn verschuift naar rechts. De marktprijs gaat
omhoog.
In de bovenstaande modellen wordt gekeken naar het verband tussen oorzaak en gevolg.
- Als de prijs stijgt, dan daalt de gevraagde hoeveelheid.
- Als de prijs daalt, dan stijgt de gevraagde hoeveelheid.
Week 1: H1 en H2
Maken: 1.14, 1.15, 2.3, 2.11, 2.13 + invulblad elasticiteiten
Er zijn drie instrumenten van analyse.
1. Constained optimization.
- Maximalisatie/minimalisering
- binnen grenzen; knelpuntsfactoren
- marginale analyse
2. Evenwichtsanalyse (Qv=Qa)
3. Vergelijkende analyse: in welke mate verandert de endogene x als de exogene y
verandert.
- Endogeen= de uitkomst van het vraagstuk. Deze is afhankelijk van het
model. Kennen we in eerste instantie dus niet!
- Exogene grootheid = gegeven. Deze bepaald de uitkomst van een
vergelijking en is bepaald van buitenaf.
Modellen zijn ontwikkeld om te kunnen analyseren, voorspellen en te beslissen.
Er zijn verschillende marktmodellen. Hoe minder aanbieders, hoe meer macht voor de
producent.
1. Monopolie (NS)
2. Oligopolie (Bosch)
3. Monopolistische concurrentie (Kledingzaken)
4. Volkomen concurrentie (Supermarkten)
De collectieve vraaglijn loopt altijd ceteris paribus. Dit model geldt als er vanuit wordt gegaan
dat alle andere variabelen gelijk blijven. Denk aan de prijs van andere goederen, inkomen,
voorkeur, aantal consumenten.
De vraaglijn verschuift naar rechts. Bij elke prijs wordt er
meer verkocht.
De vraaglijn verschuift naar links. Bij elke prijs wordt er
minder gekocht.
,De vraaglijn verschuift naar rechts, want consumenten
gaan meer kopen. Dit hoeft niet altijd, want dat gebeurt
niet bij een indifferent goed.
→ Je gaat niet meer kopen als je inkomen stijgt.
De vraaglijn verschuift naar rechts. Doordat prijzen van
vervangers stijgen wordt er nu meer van dit goed
verkocht.
Als de prijs stijgt stijgt de winstmarge waardoor ze meer
gaan verkopen.
De prijs is opgenomen, de productiekosten, aantal
aanbieders, productiecapaciteit, productietechniek
houden we constant.
De aanbodlijn verschuift naar rechts. Bij elke prijs wordt
meer aangeboden.
De aanbodlijn verschuift naar links, bij iedere prijs wordt
minder aangeboden.
, De aanbodlijn verschuift naar rechts. Aanbod neemt toe.
Dit werkt alleen bij volkomen concurrentie
´
Bij alle gevallen verschuift de aanbodlijn naar rechts.
De prijs gaat hierdoor omlaag. Er wordt bij iedere prijs
namelijk meer aangeboden.
De vraaglijn verschuift naar rechts. De marktprijs gaat
omhoog.
In de bovenstaande modellen wordt gekeken naar het verband tussen oorzaak en gevolg.
- Als de prijs stijgt, dan daalt de gevraagde hoeveelheid.
- Als de prijs daalt, dan stijgt de gevraagde hoeveelheid.