2.1 Licht- en geluidstechniek
Hoe zorg je voor goed licht en geluid bij een voorstelling?
Er zijn verschillende soorten voorstellingen (toneel, muziek ed). Deze stellen
allemaal verschillende eisen aan het geluid en het licht. Hiervoor kun je een
woordweb maken.
Woordweb =
Geeft een overzicht van zaken waaraan je moet denken als je een voorstelling
geeft (mbt de voorstelling, het geluid en het licht) zie figuren op blz 35
Licht
Voor het zorgen van goede belichting werkt men tijdens de voorstelling met
een lichttechnicus =
Maakt een tekening waarin hij de plaatsing van de lampen zet en de richting
van het licht = lichtplan
Uit een schijnwerper komt een lichtbundel. Deze zie je pas als iemand erin
staat of als je er stof of rook in blaast
Lichtstraal = smalle lichtbundels langs rechte lijnen
Lichtbundel = heel veel lichtstralen bij elkaar
Directe verlichting =
Verlicht rechtstreeks een bepaald object
Maakt iets goed zichtbaar
bijv je bureaulamp verlicht jouw bureau
Indirecte verlichting =
Licht dat ontstaat uit reflecties
Zorgt meer voor gezelligheid, sfeer
bijv. Je verlicht je kamer door een lamp te richten op het plafond
Ook de kleur van verlichting is bepalend voor de sfeer.
, Geluid
Voor het zorgen van het juiste geluid werkt men tijdens de
voorstelling/optreden met een geluidstechnicus =
Maakt vooraf een geluidsplan waarbij het let op de geluidsweergave (iedereen
moet goed te horen zijn, niet te hard, niet te zacht en het geluid mag niet
vervormd worden).
Microfoon > mengpaneel > versterker > luidspreker > geluid
Mengpaneel =
Hiermee worden geluiden in de juiste verhouding samengevoegd
Microfoons =
Vangen geluidstrillingen op en zetten deze om in elektrische signalen
Luidsprekers =
Zetten elektrische signalen om in geluid (geluid is een trilling)
Je hebt verschillende luidsprekers voor verschillende tonen:
Woofers lage tonen
Subwoofers middentonen
Tweeters hoge tonen
dB meter =
meet de sterkte van het geluid
Blokschema voor geluid = zie fig 2.7, blz 37
Schematische voorstelling waarin aangeven wordt wat de geluidsbron is, het
medium en de ontvanger.
Geluid plant zich voort vanaf de bron via de lucht (medium) naar de ontvanger
via het oor.
Bijv geluidsbronnen: luidspreker, je stem, een sirene
Door gebruik te maken van monitoren (speciale geluidsbox) kunnen musici hun
eigen geluid nog genoeg horen.
Gezichtsveld
Iedereen moet een optreden goed kunnen zien = je hebt een goed gezichtsveld
nodig. Je gezichtsveld kun je bepalen aan de hand van zichtlijnen.
Bijv als je door een sleutelgat kijkt bepaal je het gezichtsveld door lijnen te
trekken van je oog langs de randen van het sleutelgat.